De Galibier is een beest, een vreselijk mooie

Wat stond ‘ie lang op mijn lijstje. Bij een eerder verblijf in Saint-Jean-de-Maurienne was ‘ie nog gesloten, maar vandaag belooft het spektakel te worden. Volgens de chef van onze camping is de weg naar de top van de Galibier pas enkele dagen geleden geopend. Dat betekent dikke pakken sneeuw, geweldig!

Vanuit Saint-Jean-de Maurienne is er één probleem met de Galibier. De weg over de eerste 10-15 kilometer naar de plaats waar de pret begint is tamelijk ruk. Er is geen andere optie om je met je racefiets te vergezellen op een veel te drukke autoweg, waar een kleine strook (met lekker veel grind en andere zooi) is gereserveerd voor fietsers. We bedanken voor deze eer en leggen de weg naar Saint-Michel-de-Maurienne (jaja, in het Mauriennedal hebben ze nogal wat heiligen) af met de auto.

Gratis Telegraphe
We hebben nóg een nadeel. Starten is Saint-Michel betekent geen enkele warming-up. Vanuit dit dorpje begint de Telegraphe en die windt er geen doekjes om. Vanaf de start noteert deze col meteen een procentje of acht.

Voor de mindere wielrengoden ons jullie: de Telegraphe is de col die voor de Galibier ligt. Je krijgt deze col er gratis bij als je de Galibier op wilt scheuren. Alles bij elkaar betekent dit dat je 34 kilometer hebt te overbruggen naar de ruim 2600 meter hoge top.

De Telegraphe is een leuke col, maar niet zo bijzonder. De weg is breed en biedt pas aan het einde een paar mooie uitzichten. Vandaag is het niet zo druk op de weg, wat ongetwijfeld te maken heeft met de coronatijden, waar we nog deels in zitten.

We bereiken de top van de Telegraphe met zijn drieën, maken een snelle selfie bij het ‘topbord’ en beginnen de korte afdaling van zo’n vier kilometer naar Valloire. We rijden het skioord, dat er zowel als dorp als met zijn pistes leuk uitziet, en stoppen bij een fonteintje waar we onze bidons bijvullen.

Los geht’s
Vanaf hier mogen we echt los, we beginnen aan de Galibier! Valloire ligt op een kleine 1500 meter hoogte, wat betekent dat we al vrij snel schitterende berggebieden in rijden. De boomgrens laten we langzaam achter ons en we laten ons verwennen door prachtige natuur met riviertjes, ruig berglandschap en witte bergtoppen. Het is hier genieten. En dan mogen we nog een kilometer op 15!

Uit de verhalen schijnt dit deel van de Galibier niet het zwaarst te zijn. Om het hier echter een makkie te noemen, gaat ver. Er zitten wat vlakkere stukken in, maar ook de 7 en 8 procenten staan geregeld op mijn Garmin.

Het echte feest begint vanaf het moment dat de weg na een bruggetje rechts afbuigt. De weg schiet hier omhoog, wat er even zwaar als spectaculair uitziet. Ook bezorgt de weg nog spectaculairdere uitzichten, omdat je deze vanaf almaar toenemende hoogte goed kunt bewonderen, zéker in de prachtige haarspeldbochten.

Wit
Wanneer de weg afbuigt naar links laten we het dal waar de weg lang mooi rechtdoor doorheen liep, achter ons en rijden we een nieuw landschap in. Het wordt hier witter en witter. De sneeuw ligt niet langer alleen maar ver weg op de bergtoppen, maar ligt in steeds grotere mate dicht naast de weg. En wanneer ik voor me kijk, zie ik het witter en witter worden. Dit wordt een geweldig slot!

In de tussentijd moeten de benen ook nog even rond blijven draaien. En dat valt niet helemaal mee. Met de Dolomieten Marathon over een maand op de planning en al veel trainingsuren onderweg, had ik gehoopt niet te voelen wat ik nu voel: krampstuipen. Da’s niet handig! Gelukkig zijn het slechts stuipen en zetten ze niet door. Maar er moet dus nog wat verbeterd worden de komende weken..

De laatste kilometers besteed ik mijn aandacht ook veel liever aan de waanzinnige omgeving dan aan m’n benen. Het landschap is inmiddels enorm wit. Waar het eerst nog om wat losse sneeuwveldjes ging, zie ik inmiddels muren van sneeuw voor me opdoemen. Hulde voor alle Franse sneeuwscheppers dat we hier kunnen fietsen. Fantastisch!

Langs een metershoge sneeuwwand fiets ik de laatste meters van de 2642 meter hoge Galibier. In de koude wind maak ik snel een selfie van het topbord en hijs me snel in een windjack. Op de top geniet ik samen met Jef, die op de Galibier zijn Maratona-vorm al goed te pakken heeft, van de geweldige uitzichten én van een Fransman die zijn auto uit een dikke laag sneeuw aan het scheppen is.

Als ook Rogier even later de top bereikt maken we nog een groepsfotootje en starten we onze spreekwoordelijke motoren voor een adembenemende afdaling. De Galibier is een beest, doet soms pijn, maar man: wat is ‘ie onvergetelijk mooi!

Rit op Strava

Golvende Superbagnères is een mooie skicol!

Lezers van mijn blogs weten dat ik niet de allergrootste fan ben van skicols. Natuurlijk zijn ze duizend miljoen keer leuker dan welke vlakke route dan ook, maar als je in de bergen bent, zijn er vaak veel toffere cols dan de beklimming naar een skioord. Ik ben dan ook wat verbaasd wanneer een aantal fietsende campinggasten vertellen dat de klim naar skidorp Superbagnères heel mooi is. Eh, weten jullie dat echt zeker? Mijn nieuwsgierigheid is in ieder geval gewekt.

Nadat vrouwlief Claudia terugkeert van haar rit naar de Port de Balès (ze leert wielrennen op toffe cols steeds meer waarderen 😊), wissel ik haar romantisch af voor mijn ritje hoogtemeters. Op het programma voor deze namiddag: de Superbagnères en als ik lekker ga ook nog de Col de Portillon. We zijn er immers nou toch!

Naar de Superbagnères hoef je in Bagnères-de-Luchon niet lang te zoeken. Bordjes wijzen je precies waar je naartoe moet. Na een toeristische route door het centrum begint de col zodra je het stadje uitrijdt. De eerste ruime kilometer is nog lekker inrijden, maar daarna krijg je een eerste ‘golf’ met een flink afwijkend percentage.

Golfplaat
Die golven houden de gehele col aan; zelden heb ik een berg gefietst waar de percentages zó variëren als op de Superbagnères. Je ziet de weg regelmatig als een soort golfplaat voor je liggen. De berg heeft geen bordjes die onderweg aanduiden waar je je op de col bevindt en hoe steil de col is. Uiteraard heeft de Superbagnères wel een profiel waaruit je de percentages per kilometer kunt opmaken, maar lees deze percentages vooral als gemiddelden. Binnen een kilometer kun je gerust de 10, 2 en 7 procent afwisselen op deze berg.

Het profielkaartje vertelt dat de Superbagnères in totaal 17,2 kilometer lang is waarin je gemiddeld een stijging van 6,8% weg trapt. Natuurlijk gaat de route, zoals het een sikcol betaamt, over een grote brede weg met goed asfalt. Daarover raast redelijk wat toeristisch verkeer. Een deel rijdt naar de top, maar ook aanzienlijk wat toeristen pakken de afslagen naar de wandelgebieden Hospice de France (heel mooi!) en Vallée de Lys.

Witte Spaanse bergtoppen
Nadat het begin van de col leidde door een bosrijke omgeving met vaak een kabbelend beek naast je, krijg je vanaf de afslag naar Vallée de Lys ook nog eens een paar prachtige Spaanse bergtoppen cadeau als uitzicht. De hoge toppen zijn zelfs eind juli nog mooi wit, wat zorgt voor een heerlijk afwisselend beeld.

De weg blijft lekker omhoog golven. De bomen dunnen langzaam uit tot ik uiteindelijk tussen de grasvlakten rijd. Ik passeer een kudde koeien die zich op en langs de weg begeven en nader het laatste deel. Het grote iconische hotel, dat je al vanuit het dal op de top ziet pronken, laat er in de laatste kilometers geen misverstand over bestaan waar de top van de col is.

De laatste anderhalve kilometer krijgt de Superbagnères trekjes die een skicol minder mooi maken. De grasvlakten zijn uitgedost met liften, skikanonnen en ander wintersportmaterieel. En de witte Spaanse bergtoppen maken in het uitzicht plaats voor het niet supermooie skidorp op de top.

Ondertussen moet er ook nog even wat getrapt worden. Nadat je een kilometer of twee onder de top een paar honderd ontspannen meters cadeau krijgt, is het laatste deel met stukken van zo’n 10 procent nog hard werken.

Op de top is het uiteraard tijd voor wat fotootjes, maar een veel langer verblijf vind ik niet nodig. Er zijn wat horecatentjes open, maar de grote grijze asfaltvlakte nodigt niet enorm uit voor een lekker ontspanmoment. Het uitzicht richting Spanje is op de top wél weer de moeite waard.

Col du Portillon
De afdaling over de brede, prima asfaltweg is ontspannen, waarna mijn benen tegen me zeggen dat een extraatje naar de top van de Col du Portillon nog een prima plan is. Aan het einde van de afdaling stuur ik naar rechts om de weg naar de Portillon in te slaan. Deze col bouwt rustig op. De eerste paar kilometer is vrij bescheiden qua stijging, maar daarna volgen er af en toe stroken van ruim 10 procent die de benen goed heet laten worden.

Vrijwel de hele klim gaat door het bos. Mede hierdoor zijn er weinig sprankelende uitzichten. Wel krijg je onderweg één keer een mooie, vrij grote waterval voorgeschoteld, vinden we leuk! Tussen de bomen door zie ik op de Portillon een wielrenner achter me lekker zijn best doen. Wedstrijdje! Ik ga ervoor dat hij me niet kan bijhalen, wat me dwingt niet te verslappen. Ik zegevier glansrijk, maak op de top een praatje met een aardige Spaanse fietser, schiet een selfie en draai me om richting Bagnères-de-Luchon. Geweldig om in een kilometer of 60 weer ‘even’ twee bergtoppen aan te doen. Ik heb mijn wijntje vandaag weer ruim verdiend!

Extraatje: Klim naar Hospice de France
Een paar dagen later rijd ik met campingmaat Mark nog een keer de Superbagnères. Ook na deze klim plakken we er een toetje aan, ditmaal naar Hospice de France. Deze route begint bij een afslag op circa vijf kilometer van de voet van de Superbagnères. Het eerste stuk ik nog vrij ontspannen weg te trappen. Maar. Dan. Oefff.

Onder de tien procent komt de weg de laatste 3-4 kilometer niet meer. Sterker nog, 10 procent is mild in dit deel. 12, 14, 15 procent, soms nog hoger: mijn Mio vindt de col hier écht serieus omhoog gaan. Mijn benen, en die van Mark, ook. Het is afzien, het gaat traag, maar het is zeker ook tof.

Het allerlaatste stukje fiets ik naast een ezel die tam rond de hospice wandelt. We hijgen even uit en genieten van de mooie omgeving. Had ik al gezegd dat het hier een prachtig wandelgebied is? Als we bij zijn gekomen, dalen we af naar de camping. De afdaling van ‘de Hospice’ gaat op sommige stukken als een trein. Door de percentages én het werkelijk perfecte asfalt hier.

The movie


Rit op Strava

Port de Balès: een heerlijke verrassing

De Port de Balès is een heerlijke verrassing. Ik had er nog nooit van de col gehoord (het was voor de Tour van 2020, hè) en volgens de verhalen zou de Peyresourde de mooiste col uit de omgeving zijn. De Peyresourde mag de naam hebben, de punten zijn voor de Balès.

Ik rij ‘m vandaag op vanuit Bagnères-de-Luchon. Het leuke van de Balès is dat je er gratis een stuk Peyresourde bij krijgt. De eerste drie kilometer leiden namelijk over de onregelmatige stukken van deze col. In een haarspeldbocht verlaat je de Peyresourde en gaat de col verder als de Port de Balès. En hoe! Deze eerste kilometers zijn meteen de zwaarste. Op een brede weg ligt het gemiddelde de eerste 2,5 kilometer ergens rond de 10 à 11 procent.

Mondjesmaat omhoog
Na het dorpje Saint-Paul-d’Oueil (dat laatste woord uitspreken gaat me moeilijker af dan de  beklimming) openbaart zich een heerlijk groen, uitgestrekt Pyreneeën-landschap. De uitzichten zijn prachtig. Ook de benen mogen hier genieten: van de steile passages is hier geen spoor meer te bekennen. Gedurende een kilometer of vier gaat de weg slechts mondjesmaat omhoog.

Kort voor het dorpje Bourg-d’Oueil, hét toeristische plaatsje op deze col, beginnen de percentages weer op te lopen. In de tussentijd heb ik al vele foto’s van het prachtige groene landschap gemaakt. Ik realiseer me dat ik dit en stuk meer doe dan de op de Peyresourde, wat veel zegt over hoe ik het verschil in schoonheid tussen beide cols ervaar.

Bij Bourg-d’Oueil pak ik wat sightseeing door het bergdorpje mee doordat ik de afslag naar rechts mis om de Port de Balès te vervolgen. Ik keer me om, rij langs een shovel die me het zicht ontnam op het bord dat de route naar de top bewegwijzert, en begin aan het volgende deel van de klim. Vanaf hier is het nog ruim 7 kilometer naar de top en zijn de percentages weer steviger.

Buitencategorie
Misschien komt het dat doordat mijn verwachtingen van de Balès niet zo hoog zijn, maar deze col is niet te onderschatten. Niet voor niets wordt deze col, in tegenstelling tot de Peyresourde, als buitencategorie aangemerkt. De Balès is ook langer dan ik had bedacht; vanuit Bagnères-de-Luchon ligt de top op 21,5 kilometer, die vrijwel allemaal omhoog gaan. Een van de weinige borden die aanduiden waar je je op de col bevindt verrast me met zijn boodschap: ik moet nog 3 kilometer, terwijl ik dacht de top bijna op te denderen.

Ook deze laatste kilometers is de col schitterend. Waar ik op de Balès behoorlijk wat toeristisch gedoe en niet zo veel natuurlijke schoonheid verwachtte, is het tegendeel waar. Ik neem me ook voor de volgende dag hier met Claudia en de kids terug te komen om de groene flanken nog eens te voet te doen.

Op de top bedient een dame met een kleine foodtruck me wat koude versnaperingen, waarna ik mijn fiets 180 graden omkeer en de afdaling naar Bagnères-de-Luchon inzet. Je kunt ‘m ook de andere kant op afdalen en met een lus weer naar ‘Luchon’ rijden, maar dat bewaar ik gezien de tijd en de donkere wolken tot een andere keer tijdens deze vakantie.

De afdaling is heerlijk. De weg is vaak goed overzichtelijk en leidt grote stukken rechtuit, het asfalt is goed en sommige delen (met name het laatste deel richting de Peyresourde) duwen de snelheid flink op. Een enkele keer signaleer ik snelheden van rond de 70 per uur op mijn teller.

De Balès is me vandaag uitstekend bevallen. Ook voor mijn hardnekkige spierpijn van mijn vorige rit blijkt de col een fijn medicijn. Ik kijk bij terugkomst al uit naar de klim die ik snel wil doen via de nog zwaardere andere kant. Wat een weelde!

Route op Strava

Opgevouwen door de Peyresourde

Als je na weken stevig doorwerken en irritante coronabeperkingen de eerste vakantiedag hebt waarop je nog helemaal geen plannen hebt, dan is het toch logisch om een kleine koninginnenrit uit te zetten? Juist! Dus vandaag wordt het de Peyresourde op, dan de top van de Col d’Azet bestormen om vervolgens de Peyresourde van de andere kant op te denderen. 70 kilometer met drie bergtoppen, ik vind het een uitstekend idee!

We verblijven deze zomervakantie in Bagnères-de-Luchon, een paradijs voor wielrenners. Op elke hoek van de straat begint hier ongeveer een col. Ik begin vandaag met de bekendste uit het Luchonse assortiment: de Col de Peyresourde.

De col is een kleine 14 kilometer lang, wat betekent dat ik vanaf mijn standplaats (de mooie camping Pradelongue) in ruim 16 kilometer op de top van een illustere col sta. Geweldige boeking, hè? 😊

Zoals je mag verwachten van een Pyreneeën-col begint ‘ie lekker onregelmatig. Van wat stukken van 8 procent tot delen die vrijwel vlak zijn tot kleine stukken van zo’n 10%. De Peyresourde brengt je van dorpje tot dorpje. Ook zijn er diverse afslagen die wandelaars op weg helpen naar vertrekpunten waar je de geweldige natuur van de oh zo mooie Pyreneeën op kan zoeken.

Vanaf het dorpje Garin worden de percentages stabieler (meestal duw je ergens tussen de 6 en 8 procent weg) én wordt de omgeving mooi wijds. De dorpjes en bomen maken plaats voor uitgestrekte grasvlakten. Aan alle kanten zijn bergtoppen te zien, waaronder enkele met nog wat laatste sneeuwresten.

Ik rij ontspannen de top op, laat me bij het Peyresourde-beeld op de top fotograferen door een wielrennende topless bodybuilder, waarvoor dank, en begin aan mijn eerste afdaling van deze vakantie. Op naar de Col d’Azet.

Don’t underestimate this one
Ik rij tot aan een rotonde waarop een bordje me vertelt dat ik linksaf moet. Oké! De weg golft wat op en neer tot het echte werk kort na het plaatje Génos begint. Mijn route van vandaag heb ik gemaakt in Komoot (goeie app!). Bij de Col d’Azet had een ervaringsdeskundige de opmerking geplaatst: “Don’t underestimate this one”. Nou, da’s een goed advies. De Azet is nog een 8 kilometer lang, maar het gemiddelde van 8,5% maakt ‘m best lelijk.

Lelijk geldt dan alleen voor het afzien. De col is verder gewoon mooi. Regelmatig hoor ik stemmen boven me. Gelukkig heeft dat niets te maken met geestelijke wantoestanden waarin ik me bevind; de Azet is een lanceringsplaats voor vele parapeinters en andere luchtavonturiers. Als ze naar beneden kijken, zullen we met een glimlach aanschouwen hoe ik ploeter om de stevige percentages weg te werken.

Rettekettet
Ook de Azet – op de fiets vraag ik me af of je dit uitspreekt als (Rettekettet) AZ of als Azé, maar dat terzijde – schotelt heerlijke vergezichten voor. Volop bergtoppen en uitgestrekte graslandschappen bepalen hier het beeld. Af en toe zitten daar wat toeristische onderbrekingen, zoals skidorpen en skiliften, tussen.

Op de top word ik blij gemaakt door een mevrouw die daar haar mobiele winkelwagen heeft geposteerd en onder andere crèpes, croque monsieurs en colaatjes verkoopt. Dat kan ik goed gebruiken, want qua voeding ben ik niet optimaal voorbereid vandaag: de dag startte met een te bescheiden ontbijtje en onderweg moet ik het doen met 2 bananen. De cola en croque monsieur smaken me samen met de lekkere uitzichten prima, waarna ik de afdaling naar de Peyresourde weer inzet.

Onregelmatigheid gezocht
Als ik heb gevonden waar ik de Peyresourde op moet, word ik al snel geconfronteerd met naar mijn zin iets te steile percentages en een iets te traag tempo. Na de afdaling eerder op de dag was ik in de veronderstelling (in ieder geval in de hoop) dat de col van deze kant niet zo ingewikkeld zou zijn. Op de top had ik ook gezien dat de klim een kilometer of 17 is vanaf de kant van Arreau. Dat kan toch nooit vervelend worden? Inmiddels weet ik beter. De col is prachtig in tweeën opgedeeld: van de voet tot kilometer 11 stelt ‘ie inderdaad weinig voor. Daarna barst het circus los: vrijwel de gehele tijd is de col 8 procent. Waar is de onregelmatigheid van de Pyreneeën als je ‘m nodig hebt?

Mijn krachten vloeien weg. Mijn tweede banaan is al op. Wanhopig trek ik mijn tweede op de Azet gekochte blikje cola open, op zoek naar zeer welkome nieuwe energie. De spieren in mijn benen beginnen steeds meer te protesteren. Op mijn teller zie ik af en toe snelheden van 6 en 7 kilometer per uur staan. Niet heel snel, vind ik.

Au au
De omgeving is ook aan deze kant mooi, maar helaas biedt dit me onvoldoende energie om er nog een verschroeiende eindsprint uit te gooien. Sterker nog: op 2,8 kilometer van de top móét ik afstappen. Au. Au. Maar de kramp schiet er aan alle kanten in. Mijn linker been is volledig onderworpen aan kramp; het zit in mijn lies, bovenbeen en hamstring. Als ik het er op één plaats probeer uit te rekken, schiet het er op de andere plaats in. Mijn rechterbeen dreigt soortgelijke krampaanvallen op me af te sturen. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ik slinger mijn fiets in de berm en zoek naar een houding waarin de krampstuipen een beetje wegtrekken. Als dat is gelukt, ga ik in de berm zitten. Ik heb trotsere momenten op een col gekend, zeker als twee lieve Fransozen vragen of ik oké ben.

Ik probeer drie keer opnieuw op te stappen, maar het resultaat is elke keer hetzelfde: binnen 10 meter schiet de kramp er terug in. Er zit niets anders op dan naar de top te wandelen. Ach, je moet alles een keer gedaan hebben toch? En voor mijn snelheid maakt het toch niet zoveel verschil.

Op de top van de Peyresourde blijven een heldenonthaal en gelukkig ook hoongelach uit. Ik verorber in het tentje op de top een nieuwe cola (zoveel cola heb ik nog nooit op één dag op) en twee crèpes. Samen met een kwartiertje rust hoop ik dat dit me voldoende energie geeft nog op mijn zadel te kunnen zitten om de afdaling naar Luchon-de-Bagnères goed af te ronden. Ik slaag erin – veel schuddend met de benen – mijn bestemming te bereiken.

Koers 1 van deze vakantie zit erop. Ik beken dat de Peyresourde vandaag van me heeft gewonnen. Glansrijk wel. Ik ben afgemat. Ingemaakt. Opgevouwen. Toch vind ik het heerlijk weer in de Pyreneeën te zijn. En met deze pijniging móét ik toch wel extra getraind zijn voor mijn volgende ritten, hou ik me voor.

Rit: the movie

Rit op Strava

La fête de la Bonette

Voor een beetje wielerliefhebber is de Col de la Bonette reuze bekend. Dat heeft weinig te maken met de Tour de France, want deze schitterende berg is vreemd genoeg pas drie keer in het routeschema opgenomen. Zijn toch grote bekendheid zal de Bonette onder meer te danken hebben aan zijn titel ‘hoogste weg van Europa’. En die gaan wij vandaag opsjezen!

Aan de voet van de col hebben de plaatselijke autoriteiten hun best gedaan om iedereen tussen de oren te prenten welke berg de hoogste weg van het Europese continent heeft. Diverse bordjes, maar ook toeristische boekjes en andere communicatiedragers, laten er geen misverstand over bestaan. Over hoe hoog de col precies is worden de promotors het niet helemaal eens. Gezien de verschillende uitingen moet het ergens tussen de 2802 en 2807 meter zijn.

Vanuit Barcelonnette is het een kilometer of tien vals plat omhoog tot de afslag naar de Bonette. We zijn goed warm gedraaid als we de klim op sturen. We gissen waar de weg ons heen zal leiden, overal zien we bergtoppen. Na de kleine sneeuwhoopjes die we de laatste dagen op de lager gelegen cols zagen, weten we in ieder geval vrijwel zeker dat we vandaag tussen de sneeuw zullen fietsen, wat altijd iets magisch heeft.

Meteen na de start schotelt de Bonette rust en schoonheid voor. Hoewel het een doorgaande weg is, valt de hoeveelheid verkeer mee. Lelijke skioorden of ander toeristisch gedoe komen we op deze berg niet tegen. Het is een en al natuur. In het begin is dat even in een bos, maar al snel worden de bomen vergezeld door imposante rotswanden. Binnen een aantal kilometer klimmen hebben we de eerste uitzichten in diepe afgronden al te pakken. De start is uitstekend!

Het leuke aan de Bonette is: het blijft de hele rit zo uitstekend! Overal om ons heen is er groen, stromend water en volop witte toppen als uitzicht. Een aantal kilometer onder de top nestelen we ons ook echt tussen de sneeuwvelden. Links en rechts liggen afwisselend bescheiden en dikke pakken naast de weg. Dit is een van de mooie voordelen van wielrennen in de bergen in juni. Fotograferen maar!

Bijzonder aan de klim van de Col de la Bonette is dat er vrijwel overal op de uitstekende asfaltweg een fietspad is uitgezet. Kilometerpaaltjes zijn wel een zeldzaamheid. We zien er exact eentje, op een ‘steenworp’ van 19 kilometer onder de top.

De afstand van de klim is vanuit Jausiers zo’n 24 kilometer. Het gemiddelde percentage bedraagt 6,7 procent. Omdat de percentages vrijwel nooit boven de 9 komen is de col niet super moeilijk. Des te beter lukt het om te genieten van de oogstrelende omgeving. De lengte maakt ‘m wel zwaar. Gelukkig ervaar ik zelf weinig hinder van fietsen op grote hoogten, maar anders is dat ook nog een extra hindernisje.



Een kilometer of drie onder de top schotelt de Bonette een lief stukje voor met percentages tussen de 2 en 5 procent. Maar dan: het echte werk. Zei ik dat de percentages niet boven de 9 komen? Er is een klein deel waar dat niet voor geldt: de Cime de la Bonette. Deze lus, waarschijnlijk bedacht door slimme marketingjongens om van de Bonette de hoogste weg van Europa te maken, is met ruim 10 procent een heerlijk toetje voor de benen.

Officieel mogen we vandaag de cime niet berijden. Een aangelegd sneeuwmuurtje en een shovel versperren de weg. Maar daar kunnen we best langs! Omdat het zondag is zijn er geen ijverige wegwerkers die me tegenhouden, waardoor ik stoempend en vooral genietend het laatste stuk wegtrap. Rechts naast me is een grote sneeuwmuur met een stroom van smeltwater, op de weg liggen stenen en keien waar ik omheen slalom. En links zie ik duizelingwekkende uitzichten.

De temperatuur op deze 2800 meter hoogte is behoorlijk fris, zeker als de stevige wind zich af en toe meldt. Dat weerhoudt me er niet van uitgebreid een mediarondje te doen. Foto’s van de uitzichten, de topfoto en een vaderdagsvlog voor het thuisfront ontbreken niet. Als even later ook Rogier zich meldt op de top, voegen we daar nog een extra shoot aan toe.

We dalen de andere zijde van de cime af, wederom slalommend tussen de keien en naast een sneeuwmuur, en zien twee gieren machtig rondzweven, op zoek naar marmotten die hier regelmatig ronddartelen. Op de kruising (de soort subtop, zeg maar) vinden we Jef, waarna we ingepakt onze daling inzetten. Mijn ogen krijgen geen genoeg van het waanzinnig mooie landschap, de Bonette is een pláátje!

We knijpen bij een idyllisch en fraai gelegen bergrestaurantje (met iets met 2000 meter in de naam) in de remmen en verorberen een uiterst smaakvolle lunch met onder andere eendenborst en lamskotelet.

Met volle magen denderen we de afdaling naar Barcelonnette verder af. Omdat het de laatste dag van onze trip is, plakken we er nog een klein toetje aan vast: de klim naar Super Sauze! Die we Super Sausie noemen, dat klinkt veel leuker.

Jef probeert de klim anderhalve kilometer voordat hij zijn stuur 180 graden omgooit en zijn route naar welverdiende koude biertjes in Barcelonnette inzet. De klim vat qua zwaarte wat tegen, omdat we eerder lazen dat het gemiddelde van de 9,5 kilometer lange col rond de 5 procent zou liggen. Na vier kilometer met grote stukken van 8 procent houden we onszelf voor dat het écht een keer lichter moet worden. Overigens komen niet alleen onze verwachtingen over de steilte niet uit; ook onze verwachtingen van de aantrekkelijkheid van de col zijn onjuist. De Super Sausie is, zeker voor een skicol, met een mooie omgeving en goede uitzichten alleraardigst.

Mijn benen zijn vandaag sterk en de laatste kilometers van de Super Sausie lenen zich prima voor een versnelling; daar ga ik dus! De laatste twee kilometers zijn het beloofde makkie; hier is de weg voor een groot deel vlak en zelfs dalend.

In het onaantrekkelijke skidorp maken we een kort rondje naar het hoogste punt, nemen een foto en beginnen de werkelijk heerlijke afdaling. Brede weg, goed asfalt en goed overzicht: brullen maar! We brullen door naar Barcelonnette waar we met een kleine 2300 hoogtemeters in de benen heel voldaan de finish van onze camping Le Tampico over rijden. Topdag! Toptrip!

Rit: the movie


Rit op Strava

Rondje ‘Les 3 cols’: verplichte kost

Naar dit rondje keek ik uit: drie cols, 3300 hoogtemeters in een rit van 120 kilometer. ‘Les trois cols’ is verplichte kost voor wielrenners als je in Barcelonnette bent. Ook als je je ergens binnen een straal van 100 kilometer van dit rondje bevindt eigenlijk. Deze ronde wil je niet missen.

Een beetje training is ook verplichte kost voor dit rondje. De ronde gaat over de toppen van de Col de la Cayolle, Col des Champs en Col d’Allos. Samen met Jef, mijn strijdmakker van vandaag, kies ik ervoor de cols in deze volgorde te doen. Vanaf onze camping in Barcelonnette (Le Tampico) barst het feest vrijwel meteen los. De Col de la Cayolle is vanaf de start een lust voor het oog. We beginnen onze rit om 9 uur en rijden de eerste stukken in een schaduwrijke omgeving met hoge rotswanden en een wild stromend riviertje naast ons.

De toon is gezet. Van voet tot top blijft de col een geweldige omgeving voorschotelen. Het riviertje vergezelt ons lange tijd. Bruggetjes brengen ons regelmatig van de ene naar de andere kant van het water, terwijl het water om ons heen van alle kanten zijn weg naar de rivier zoekt. Stroompjes en kleine en grote watervallen maken het landschap hier een schilderij. Mijn telefoon ligt continu in mijn hand om foto’s mee te maken.

De ‘Cayolle’ is met ruim 29 kilometer een lange klim, maar nooit wordt het echt zwaar. De percentages komen zelden boven de zeven. Toch overbrug je 1190 hoogtemeters en ben je op de top op 2360 meter hoog. Wij rijden de col half juni en genieten van sneeuwtoppen om ons heen. Gedurende de laatste kilometers zien we regelmatig een aantal volhardende pakken sneeuw langs de weg liggen.

Stoppen in afdaling
De eerste col hebben we prima verteerd, we zetten de afdaling in naar Saint-Martin-d’Entraunes, waar de tweede col van vandaag op ons ligt te wachten. De afdaling in één keer naar beneden racen zit er niet in. Het is hier veel te mooi om niet te stoppen. Dat doe ik dan ook een aantal keer. Om te genieten en foto’s en filmpjes te maken. Ik neem me voor dit gebied vaker te bezoeken, zó mooi!

Horde twee: Col des Champs
In Saint-Martin doen we een korte poging een tentje te vinden om wat extra water in te slaan, maar het dorpje is in ieder geval vandaag verre van bruisend. We stappen zonder vers water weer op en beginnen de 17 kilometer lange klim van de Col des Champs. De eerste kilometers gaan we ontspannen door het bos omhoog. De weg slingert hier lekker en in iedere bocht laat Jef duidelijk verstaan dat de buitenbochten zijn terrein zijn. Goed bedacht, want wat ontspanning kunnen de benen goed gebruiken.

Op het skioordje Val Pelens na komen we ook op deze col niets toeristisch tegen. De natuur regeert. Het is ook hier heerlijk rijden, helemaal als we de boomgrens gepasseerd zijn. Vanaf daar zijn de Alpenweiden groen, uitgestrekt en vergezeld met hier en daar witte bergtoppen. De percentages nemen stevig toe in de laatste kilometers. Voor het eerst in onze ronde zien we gedurende een paar kilometer lang de percentages schommelen tussen de 8 en de 10 procent. Jef bouwt een korte pauze in om met een hervonden krachten de top te bestormen, waar ik hem genietend van de prachtige uitzichten opwacht.

De afdaling leidt ons langs een aantal besneeuwde hellingen, waarna we het bos in duiken. Het asfalt is hier super goed, maar omdat de weg vrij smal en onoverzichtelijk is, boeken we hier geen topsnelheden. De afdaling is met 12 kilometer een stuk korter dan de klim en brengt ons in het plaatsje Colmars. Etenstijd!

Rogier sluit zich na een achtervolging met de auto in Colmars bij Jef en mij aan. Op het terras dat we selecteren worden we op zijn Frans welkom geheten: ‘La cuisine is fermé, jammer joh!’ Gelukkig bedenkt de Franse dame zich na onze onweerstaanbare charmes en schotelt ons drie hamburgermenu’s voor (want ‘jullie moeten dan wel allemaal het zelfde eten’). Prima. De hamburgers en Franse frietjes maken geen enkele kans tegen onze eetlust.

Klim drie: Col d’Allos
Met volle magen beginnen we aan de derde en laatste col van de dag: de Col d’Allos. Na de eerste twee heerlijke cols zijn we vol verwachting van deze klim. Zeker nadat Rogier ons vertelt hoe mooi de col vanaf de andere kant is, wat hij die ochtend al heeft ervaren.

Helaas komen we wat bedrogen uit. Het deel tussen Colmars en de top van de Allos is het minste deel van onze ronde. Wat wel fijn is: de percentages. Het eerste deel van deze ruim 23 kilometer lange klim zijn hartstikke mild. Ondanks de hoogtemeters in onze benen doet deze klim ons geen pijn. Pas na een kilometer of 15 gaat het tempo eruit. Deels door de percentages die langzaam oplopen, maar ongetwijfeld ook door de wegvloeiende krachten. Rogier werpt zich op als gids en loodst ons richting de top. Jef kiest ervoor af en toe een energy break te houden en rijdt de laatste kilometers solo.

Afdaling als uitsmijter
De 2250 meter hoge top voelt als een ware finish. Eindelijk kan de druk van de benen, fijn! We wachten even op Jef en zetten dan snel de afdaling richting Barcelonnette in. En wát een afsluiting is deze afdaling. Het contrast met de klim vanuit Colmars is mega. Aan de zijde van Barcelonnette heerst de natuur weer en wisselen grasvlakten, bosgebieden, steile rotswanden, watervalletjes en schitterende vergezichten elkaar continu af. De weg is niet super overzichtelijk, de afgronden diep en de fysieke staat wat vermoeid. Ook hier geen snelheidsrecords dus.

In Barcelonnette komt een einde aan onze waanzinnig mooie tocht van exact 120 kilometer. Had ik al gezegd dat deze ronde verplichte kost is voor iedere wielrennen die in de omgeving van Barcelonnette neerstrijkt? Tippie: ik denk zelfs dat ‘ie nóg gaver is als je ‘m tegen de klok in rijdt (beginnen met de Allos dus). Dan pak je het minst mooie deel met een afdaling en heb je extra de gelegenheid te genieten van de klim van de Allos vanuit Barcelonnette. Nou, kijk maar, hij blijft prachtig!

Rit: the movie!

Route op Strava

Dé lijst: mijn mooiste cols

Het kan niet ontbreken in een gesprek tussenwielerfanaten: de allerfavorietste lievelingscol. Ik heb er nog héél veel op mijn to do-lijstje staan, maar heb inmiddels genoeg hoogtemeters te pakken om een mooie lijst op te stellen. Posbanken en Caubergen ga je er niet in vinden. In deze lijst is een col een col. Serieus werk. Minimaal eerste categorie, in ieder geval in mijn beleving.

Hieronder vind je mijn top 10 (die inmiddels bijna een op 20 is geworden :-)) en daarna minder uitgebreid alles wat het verdient om ook in deze lijst te staan. Een ★ staat voor één ster, een ☆ voor een halve. Vijf sterren is het maximale.

1. Stelvio (Prato, Italiaanse Alpen) ★★★★★
Een meesterwerk. 48 haarspeldbochten, lang, hoog, zwaar, maar vooral een genot om te rijden. Ik schreef er deze blog over.

2. Col de la Bonette (Barcelonnette, Franse Alpen) ★★★★★
La fête de la Bonette, zo noemde ik mijn rit op Strava en mijn blog over deze rit. Fietsen op de Bonette is echt een feest. De hoogste bergpas van Europa is een en al rust en natuur, met vrijwel continu oogverblindende uitzichten. Une fête!

3. Col du Galibier (Saint-Michel-de-Maurienne, Franse Alpen) ★★★★★
Ja, ik hou van hele hoge bergtoppen. Want net als de Stelvio en Bonette ligt ook de top van de Galibier ver boven de 2000 meter. En wat een tocht is het ernaartoe! Lang, stevig en schitterend. Ik reed ‘m in juni en ging door een indrukwekkend sneeuwlandschap. Lees en geniet mee.

4. Mont Ventoux (Bédoin & Malaucène, Provence) ★★★★★
De Ventoux is de bron van het ontstaan van martinvindt.nl. Hier fietsen ís gewoon een verhaal, ik moest het opschrijven. Inmiddels ben ik hem vijf keer op geweest. Vanuit zowel Bédoin als Malaucène is de col geweldig. Voor het gemak heb ik beide routes gecombineerd in deze lijst en een tweede plaats gegeven.

5. Col du Glandon (La Chambre, Franse Alpen) ★★★★★
Een natuurreservaat, zo noem ik de Glandon in mijn blog. Eerst door bos met kabbelende beekjes en vervolgens tussen de schitterende bergtoppen. Laat je de laatste paar kilometer niet te veel afleiden door zijn schoonheid, want de steile stroken vragen al je aandacht en vooral kracht.

6. Col d’Aubisque (Argèles-Gazost, Franse Pyreneeën) ★★★★★
Op de Soulor, onlosmakelijk onderdeel van de Aubisque, zijn de uitzichten al heerlijk, maar als de Soulor eindigt en de Aubisque begint, wordt het echt watertanden. De uitgehakte weg, de diepe afgronden en prachtige uitzichten maken van de Aubsique mijn mooiste Pyreneeëncol.

7. Col d’Izoard (Guillestre, Franse Alpen) ★★★★★
Eén van de eerste echte cols die ik op reed, sowieso de eerste van de buitencategorie. Na mijn debuut in 2013 in 2019 opnieuw gedaan. Ik begrijp maar al te goed waarom mijn liefde voor wielrennen in de bergen hier een niet te stuiten boost kreeg. Van de geweldige aanloop tot een woestijnvlakte met stalagmieten: onvergetelijk. Geniet mee.

8. Gavia (Italiaanse Alpen) ★★★★★
Een matige weg waar auto’s elkaar vaak slechts met moeite kunnen passeren, een donkere tunnel, diepe afgronden: je wordt niet in de watten gelegd op de Gavia. Maar het is wielrennen en bergen op zijn puurst. Heerlijke rauwe col!

9. Cormet de Roselend (Saint Bourg Maurice, Franse Alpen) ★★★★★
Fietsen in een schilderij. Elke kilometer is het genieten van een geweldig, gevarieerd gevarieerd berglandschap. Daar heb je ook de gelegenheid voor, want met een gemiddelde van zes procent, is ‘ie niet super zwaar. Lees hier meer over mijn bewieroking.

10. Col de la Cayolle (Barcelonnette, Franse Alpen) ★★★★★
Het startschot (of slotstuk) van een van de mooiste rondjes die je kan rijden in de Alpen. Niet heel zwaar, maar de schoonheid is van voet tot top geweldig. De afdaling richting Saint-Martin-d’Entraunes verplicht je zelfs af en toe te stoppen om te genieten van het moois je voorgeschoteld krijgt. Geniet mee.

11. Sella Ronda (Dolomieten) ★★★★★
Oké, dit is een beetje valsspelen. De Sella Ronda is niet één berg maar een rondje over vier bergtoppen. Maar zó ongelooflijk mooi! Jullie zouden boos op me worden als ik dit rondje niet zou delen. En met 1700 hoogtemeters is het net één lange col. 🙂 Geniet mee.


12. Col du Chaussy (Saint Jean de Maurienne, Franse Alpen) ★★★★☆
Niet zo bekend, maar absoluut een topper. Zeker zeker wanneer je ‘m rijdt via de Lacets de Montvernier als start. Deze wirwar aan haarspeldbochten zet de toon voor een geweldige rit met schitterende uitzichten vanaf regelmatig balkonachtige wegen. Check hier mijn multimediale ervaringen.

13. Col de la Madeleine (Notre-Dame-de-Briançon) ★★★★☆
Ondanks de toeristische omgeving met vele skicols is deze col relatief rustig en bovenal prachtig. En met zijn 25 kilometer met sterk wisselende percentages ook slopend. Lees en bekijk het hier.

14. Col d’Agnel (Italiaanse Alpen) ★★★★☆
Deze weg blijft maar rechtdoor en omhoog gaan. De vlakte wordt steeds kaler, de percentages steeds hoger. De Agnel is puur natuur – inclusief rondhuppelende marmotten – en een oase van rust.

15. Col de l’Iseran (Bourg Saint Maurice, Franse Alpen) ★★★★☆
Een wereldreis naar de top van de wereld. Zoiets. 48 kilometer stijgen slaat eigenlijk nergens op, maar wat is dit gaaf! Vier uur klimmen levert uiteraard zat stof voor een verhaal.

16. Col d’Allos (Barcelonnette, Franse Alpen) ★★★★☆
De derde col in mijn topnoteringen die je begint vanuit Barcelonnette. Noteer deze verblijfplaats dus. Waar je de Cayolle dichtbij het prachtige dal rijdt, ligt de weg van tegenoverliggende Allos hoog, vaak met steile diepe afgronden – en daarmee adembenemende uitzichten. Blog over deze col volgt nog!

17. La Bérarde (Bourg d’Oisans, Franse Alpen) ★★★★☆
Qua uitdaging en naam niet zo groot als de andere cols in de top tien, maar La Bérarde is kunst, zó mooi. Niet superzwaar, maar stiekem pak je toch een kleine 1.000 hoogtemeters in dit schitterende landschap. Lees en bekijk het hier.

18. Passo Falzarego (Cortina d’Ampezzo, Dolomieten) ★★★★☆
Eén van de laatste cols van de Maratona in de Dolomieten. Niet heel zwaar, maar vooral de laatste kilometers zijn in een schitterend landschap van ruige, puntige rotsen. Meer over deze onbekende col in mijn Maratona-roman.

19. Passo Giau (Selva di Cadore , Dolomieten) ★★★★☆
Een snoeiharde uitsmijter van deze lijst. Eén van de zwaarste cols die ik op reed. Of ‘ie ook mooi is? Ik weet het niet zo goed, want tijdens de Maratona in 2021 was het behoorlijk bewolkt. Maar door zijn heroïek móét ‘ie bij mijn toppers.

3-4 sterren

Route de Crêtes (Gorges du Verdon, Frankrijk) ★★★★

Col de Tentes (Luz-Saint-Saveur, Franse Pyreneeën) ★★★★

Port de Balès (Bagnères-de-Luchon, Franse Pyreneeën) ★★★★

Col du Tourmalet (Luz-Saint-Saveur, Franse Pyreneeën) ★★★★

Croix de Fer (Saint Jean de Maurienne, Franse Alpen) ★★★★

Petit Saint-Bernard (Bourg Saint Maurice, Franse Alpen)★★★☆

Val di Genova (Pinzolo, Italiaanse Alpen) ★★★☆

Col de la Madeleine (La Chambre, Franse Alpen) ★★★☆

Luz Ardiden (Luz-Saint-Saveur, Franse Pyreneeën) ★★★☆

Col de Vars (Guillestre & Jausiers, Franse Alpen) ★★★☆

Monte di Martello (Goldrain, Italiaanse Alpen) ★★★

Mont Ventoux (Sault, Provence) ★★★

Col de Peyresourde (Bagnères-de-Luchon, Franse Pyreneeën) ★★★

2-3 sterren

Alpe d’Huez (Bourg d’Oisans, Franse Alpen) ★★☆ 

Port Ainé (Rialp, Spaanse Pyreneeën) ★★☆

Colle di Maso Corto (Naturno, Italiaanse Alpen) ★★☆

Col du Mollard (Saint Jean de Maurienne, Franse Alpen) ★★☆

Col de Grimone (Drome) ★★☆

Col de Menee (Drome) ★★☆

Madonna di Campiglio (Pinzolo, Italiaanse Alpen) ★★

Valmorel (Franse Alpen) ★★

Port de la Bonaigua (Valencia d’Aneu, Spaanse Pyreneeën) ★★

Risoul (Guillestre, Franse Alpen) ★★

Passo Durone (Italiaanse Alpen) ★★

Passo Daone (Italiaanse Alpen) ★★

Mont Denis (Saint Jean de Maurienne, Franse Alpen) ★★

Minder dan 2 sterren

(maar in alle gevallen vééél gaver dan een rondje Kijkduin)

Val Thorens (Franse Alpen) ★☆

Montée Les Orres (Franse Alpen) ★☆

La Toussuire (Saint Jean de Maurienne, Franse Alpen) ★☆

Port del Canto (Pyreneeën, Spanje) ★☆

Col Agnel: hoog, rust en marmotten

Met zijn 2744 meter hoogte en vanuit Guillestre gemeten 42 kilometer klimmen doet ‘ie zeer, maar de Col Agnel is vooral een heerlijke, heroïsche klim. Vandaag rij ik ‘m voor de tweede keer. Net als de Izoard deed ik ook deze col tijdens mijn debuut in het hooggebergte in 2013. Ook bij deze col heb ik er veel zin in ‘m weer op te scheuren.

Omdat Guillestre vier cols aanbiedt aan wielerfanaten en we er de eerste twee dagen ‘slechts’ twee hebben gedaan (Vars en de Izoard), vind ik het een goed idee om op deze laatste dag twee cols te doen: Risoul als warming-up en de Agnel als het echte werk.

Opwarmen naar Risoul
De voet van de Montée de Risoul, zoals de klim officieel heet, ligt op nog geen anderhalve kilometer van het centrum van Guillestre. Mooi aan deze col is dat de meneren en mevrouwen van Risoul er alles aan doen om de klim te branden als wielercol. Dat uit zich bij de voet in grote Risoul-beschilderingen op het wegdek en een eerste bordje dat aankondigt dat de finish op 13,4 kilometer ligt. Ook pakt Risoul in vele bochten uit met opvallende borden met daarop de namen van grote en minder wiellegendes. Tevergeefs zoek ik naar het bord van Tom Dumoulin, die hier gezien de keuzes voor Aru, Majka en Vogondy zeker niet zou misstaan.

De klim naar Risoul is zoals je van een skicol mag verwachten: een grote, brede weg op goed asfalt. De kilometerpaaltjes, die me de rest van de klim trouw blijven vergezellen, vertellen me dat het zelden steiler is dan 8 procent. Ik vind het heerlijk rijden. De gehele route rijd je tussen de bomen met tussendoor mooie uitzichten op het dal en de omliggende bergtoppen.

Zoals het een skicol betaamt is de finish best lelijk. Tussen de hotels, winkels en après skibars rij ik naar de streep. Een dikke plus voor Risoul: de route naar de finish is uitstekend aangegeven, daar kan onder meer een Alpe d’Huez veel van leren.

Op naar het echte werk: Col Agnel!
De afdaling van de Risoul rijdt als een zonnetje. Na een kort, stevig klimmetje naar Guillestre tref ik Jef wachtend in het zonnetje op de rotonde net buiten het stadje. Net als naar de Izoard mogen we weer door de oogverblindend mooie vallei rijden. De hoge rotsmuren, de uitgehakte tunneltjes, de prachtige rivier de Durance en de mooie blauwe lucht maken er weer een genot van hier te fietsen. De bescheiden percentages (meestal tussen de 2 en 4 procent) zijn weer een fijne voorbereiding op het echte werk dat ons ligt te wachten: de Col Agnel.

Kort voor de voet van de Agnel vergezelt ook Rogier ons. Met zijn hulp bevoorraden we ons en rijden naar de afslag waar de Agnel begint. We slaan rechtsaf, rijden de brug over en zien het bordje staan dat ons vertelt dat we nog 20,9 kilometer te gaan hebben. Succes!

Andere orde
Vanuit Guillestre is het naar de top van de col 42 kilometer rijden à een gemiddelde van 4,1 procent. Vanaf de ‘echte’ start is het percentage minder vriendelijk: 6,6 procent. Dat merken we meteen: de eerste kilometers zijn met percentages van rond de zeven van een aanzienlijk andere orde dan de route door het dal.

Het eerste deel van de klim kenmerkt zich door veel groen, een uitzicht met vele berghellingen, wisselende percentages en een aantal stille dorpjes. Enkele dorpjes hebben een korte stevige helling in de aanbieding, waardoor opveren uit de zadels gewenst is.

Marmotten en feest
De vele marmotten op deze berg hebben ons inmiddels meerdere keren begroet (leuk!), waarna het laatste Agnel-dorpje Fontgillarde zich aandient. Vanaf hier gaat het feest pas echt beginnen. Het landschap wordt nog uitgestrekter. De bomen zijn inmiddels ruimschoots verdwenen. Van meerdere kanten komen ons riviertjes tegemoet, marmotten blijven om ons heen snuffelen. Opvallend hier is ook de serene, natuurlijke rust. Heerlijk!

We zien een variatie van bergtoppen en nog ver voor ons ligt onze hoge eindbestemming. De laatste acht kilometer zijn de zwaarste van de Agnel. Zelden is de weg hier minder steil dan zeven procent. Vaak schotelen de kilometerpaaltjes ons achten en negens voor. Al deze pittige kilometers bevinden zich boven de ‘zuurstofgrens’ van 2000 meter. Hoewel ik hier gelukkig niet veel hinder van ondervind, is het beste er wel bij me af.

Na een kleine zes uur fietsen met 70 kilometers op de teller, waarvan een stuk of 50 omhoog, bereiken Rogier en ik de machtige top. Hoera! In de koude wind maken we wat foto’s en filmpjes en vragen ons af of Jef de pittige col overleeft. Uiteraard! Onder luide aanmoedigingen verwelkomen we hem op de 2774 meter hoge top.

Kort na Jefs entree keren we om en starten we, gehuld in broodnodige windjacks, de overzichtelijke afdaling. Net als in 2013 is de wind spelbreker voor het halen van hoge snelheden. Gezien de marmotten die op de col rondhuppelen vind ik dat niet zo vervelend.

We zoeken bij de voet tevergeefs een restaurantje voor een verlate lunch, maar dat zit er in deze periode van het jaar blijkbaar niet meer in. We koersen met onze laatste repen en water verder naar Guillestre. Ondanks de forse tegenwind in het dal racen Jef en ik kop over kop – met dank aan de vals platte weg naar beneden – in hoog tempo naar ons chalet. Daar wacht een meer dan verdiend biertje. We proosten op een geweldige dag en wederom een geslaagde Alpendriedaagse!

De rit: the movie

Rit op Strava

De Izoard: mijn eerste, grote liefde

De Izoard is mijn eerste, grote liefde als het aankomt op wielrennen in de bergen. In 2013 was deze col de eerste serieuze col die ik mijn leven deed. Hij pakte me in. Vandaag weer. Wat een geweldenaar.

De Izoard is een en al afwisseling. We rijden ‘m vandaag vanuit Guillestre. Binnen twee kilometer vergapen we ons aan het waanzinnige berglandscap. De weg van de D902 leidt ons door een schitterende kloof. Om ons heen zien we hoge bergmuren, in rots uitgehakte tunneltjes en het riviertje de Durance dat ons tegemoet kabbelt. De percentages liggen de eerste 15 kilometer tussen de twee en vier. We rijden de stramme spieren los en genieten van de schitterende omgeving.

Als we de afslag naar de échte start van de Izoard bereiken hebben we al een stuk of 150 hoogtemeters te pakken. Dat scheelt. Vanaf deze afslag, waarvandaan het nog zo’n 15 kilometer naar de top is, zeggen we elkaar gedag en vaarwel: tot op de top!

Zwoegen bij Brunissard
De eerste kilometers vanaf dat punt zijn dan wel niet zo mooi als de eerste 15, maar ook hier is het heerlijk fietsen. In de groene omgeving melden zich een aantal bergdorpjes, die gelukkig véél minder toeristisch en lelijk zijn dan de wintersportdorpjes op de Col de Vars. En: de stevige percentages houden je tussen deze dorpjes echt wel zoet. Het laatste dorpje Brunissard staat me nog helder voor de geest. De weg gaat hier al lange tijd kaarsrecht rechtdoor en voor je gevoel ook kaarsrecht omhoog (al schommelen de percentages hier in werkelijkheid tussen de acht en tien procent). Na Brunissard gaat dat daar nog een klein schepje bovenop, zéker voor het gevoel. Zwoegen maar!

Kort daarna draait de weg het bos in. Tussen de bomen door blijft er veel te genieten: van de aanzichten van de bergtoppen tot het dal met de dorpjes dat je achterlaat. Mijn kilometerteller krijgt weinig aandacht, de omgeving des te meer.

Ik ben al een tijdje bezig een lijst samen te stellen met mijn mooiste cols. Uiteraard staat de Izoard daar met een topnotering in. Maar hoe hoog moet ‘ie nou precies staan? Ben ik objectief genoeg of geef ik te veel eer aan mijn eerste, grote liefde? Nou, vandaag vind ik dat ‘ie best nog een paar plaatjes omhoog mag.

Iconische Casse déserte
Die overtuiging krijg ik des te meer in de laatste kilometers, wanneer de bomen meer en meer plaatsmaken voor de iconische ‘casse déserte’ van deze waanzinnige col. Groen is hier nauwelijks te bespeuren, steen en grind des te meer. En enkele stalagmieten. Zeker de paar honderd meter die op 2,5 kilometer van de top licht dalen, zijn een lust voor het oog. Door de dalende weg ga je hier eigenlijk te hard om te ervaren hoe mooi het hier is.

De laatste twee kilometer gaan weer omhoog in het kale landschap. Ik fotografeer en film net zo hard als ik fiets. Zeker omdat ik het wel een goed plan vind om de top binnen 2,5 uur vanuit Guillestre te halen. Dat blijkt geen probleem, waarmee ik ook zo’n acht minuten sneller ben dan mijn eerste poging in 2013. Hoera!

Op de top rijd ik meteen een stukje door richting Briançon. Zo besteed ik mijn tijd uitstekend terwijl Rogier en Ivo de col nog bestijgen én kan ik ontdekken dat Refuge Napoléon best gesloten is. Ook zie ik dat deze laatste twee kilometer vanaf de Briançon-kant ook heel tof zijn. De gehele col vanaf die kant kan in mijn beleving echter nooit toffer zijn dan de route die ik net heb afgelegd.

Ik ben net op tijd terug op de top om Rogiers aankomst vast te leggen, waarna we een mooi, niet te winderige plek zoeken om Jef te spotten. Na een paar minuten zien we hem aandenderen. We brengen onze telefoon en action cam in stelling en escorteren hem met aanzwepende liederen naar de streep van de col. Klasse Jef!

Na wat opnames op de top stappen we op de fiets en gaan we op zoek naar een restaurantje in het op de Izoard gelegen Arvieux. De afdaling is heerlijk! Uiteraard vanwege de mooie uitzichten, maar ook vanwege het goede asfalt, de lekkere percentages en de vaak overzichtelijke route. Ik tel af naar de laatste bocht richting Brunissard. Dit is de weg waar ik mijn persoonlijk record boekte in daalsnelheden, maar de 80 kilometer die ik in 2013 haalde, krijg ik met name door de tegenwind net niet op mijn teller.

In Arvieux vinden we geen restaurantje dat zijn poorten heeft geopend voor ons. We scheuren door het prachtige dal door naar Guillestre, waar we onze lunch vieren met overgebleven brood en bier. Proost op een geweldige rit!

De rit: the movie

Rit op Strava

De twee gezichten van Col de Vars

Op ons verlanglijstje voor onze vijfde Alpendriedaagse hebben Rogier, Ivo en ondergetekende in ieder geval staan: Col d’Izoard, Col d’Agnel en de Col de Vars. Na een nacht autorijden kiezen we  voor een relatief rustige start en beginnen met de laatstgenoemde.

Dé grote vraag die ons deze ochtend bezighoudt is: wat doen we aan? We hebben onderweg gezien dat het 1 graad was. De voorspellingen geven aan dat het deze oktoberdag 20 graden wordt in onze standplaats Guillestre, maar hoe is het op de top van ruim 2100 meter hoog? Ik hou het bij een korte broek, kort shirt en een windjack. Moet genoeg zijn.

Vanuit Guillestre mogen we meteen aan de bak op de Col de Vars. Binnen een paar honderd meter begint de col. En die laat zich direct gelden. De percentages van de eerste kilometers zijn de stevigste van de hele berg. Zowel de kilometerpaaltjes als mijn Mio vinden de stijgingen scores van acht tot tien procent waard.

Vars-dorpjes
Het eerste deel is niet alleen hard werken, maar ook mooi. Veel groen, veel rust en in de verte al voorzichtig witte bergtoppen met oktobersneeuw. Na een kilometer of zeven wordt de klim een stuk makkelijker. Alleen melden vanaf dat moment allerlei skidorpjes die consequent Vars in hun naam dragen zich in de route. En dat maakt de col er bepaald niet mooier op.

Het is rijden van Vars-dorpje naar Vars-dorpje. Allemaal met hun eigen wintersporttorens en -chalets. Na het laatste dorpje, en dan zijn we een een stuk of tien dorp-kilometer s verder, wordt de col weer mooi. De percentages zijn nog steeds best mild, waardoor ik vrij oké over de top rijd. Ik hijs me na wat eerste fotootjes snel in een jackie en zoek honderd meter de natuur in een plaatsje in de zon en uit de wind. Het is mooi hier!

Rogier en Ivo melden zich daarna ook op de top. Ivo wordt warm onthaald, uiteraard inclusief foto- en video-opnames en interviews. Hij was niet zo in vorm en spreekt over een ‘Ventoux in het kwadraat’. In het restaurantje werken Rogier en ik een omelet naar binnen (door zijn inspanningen was Jefs maag nog in opstand), waarna ik de afdaling van de Col de Vars doe richting Jausiers.

Aan de andere kant..
Wat een verschil! Ik kom een paar huizen tegen, maar in tegenstelling tot zijn equivalent aan de andere bergzijde regeert hier de natuur. Overal mooie bergtoppen in het uitzicht, veel groen met herfstbruin, grote kuddes schapen én een lekkere, stevige afdaling. In de eerste kilometers vanaf de top zijn de percentages vaak minimaal zeven, waardoor ik lekker tempo maak.

Na tien kilometer afdalen draai ik kort voor een tunneltje om en begin de terugweg, waarbij ik – jaja – reken op tien kilometer stijgen. Mijn benen zijn niet zo sterk meer, maar ik geniet – vaak filmend en fotograferend – volop van deze kant van de Col de Vars. Weer terug op de top trek ik opnieuw mijn jasje aan en daal in een streep af naar Guillestre. De afdaling is aan deze kant nóg beter: een brede weg, goed asfalt en prima overzicht.

Ik heb vandaag twee keer twee gezichten van de Col de Vars gezien: vanuit Guillestre zijn de niet-toeristische delen mooi en zeker het eerste deel ook serieus uitdagend. De andere stukken vielen me best tegen. En de kant richting Jausiers is héérlijk!

De rit: the movie

Rit op Strava