De Izoard is mijn eerste, grote liefde als het aankomt op wielrennen in de bergen. In 2013 was deze col de eerste serieuze col die ik mijn leven deed. Hij pakte me in. Vandaag weer. Wat een geweldenaar.
De Izoard is een en al afwisseling. We rijden ‘m vandaag vanuit Guillestre. Binnen twee kilometer vergapen we ons aan het waanzinnige berglandscap. De weg van de D902 leidt ons door een schitterende kloof. Om ons heen zien we hoge bergmuren, in rots uitgehakte tunneltjes en het riviertje de Durance dat ons tegemoet kabbelt. De percentages liggen de eerste 15 kilometer tussen de twee en vier. We rijden de stramme spieren los en genieten van de schitterende omgeving.
Als we de afslag naar de échte start van de Izoard bereiken hebben we al een stuk of 150 hoogtemeters te pakken. Dat scheelt. Vanaf deze afslag, waarvandaan het nog zo’n 15 kilometer naar de top is, zeggen we elkaar gedag en vaarwel: tot op de top!
Zwoegen bij Brunissard
De eerste kilometers vanaf dat punt zijn dan wel niet zo mooi als de eerste 15, maar ook hier is het heerlijk fietsen. In de groene omgeving melden zich een aantal bergdorpjes, die gelukkig véél minder toeristisch en lelijk zijn dan de wintersportdorpjes op de Col de Vars. En: de stevige percentages houden je tussen deze dorpjes echt wel zoet. Het laatste dorpje Brunissard staat me nog helder voor de geest. De weg gaat hier al lange tijd kaarsrecht rechtdoor en voor je gevoel ook kaarsrecht omhoog (al schommelen de percentages hier in werkelijkheid tussen de acht en tien procent). Na Brunissard gaat dat daar nog een klein schepje bovenop, zéker voor het gevoel. Zwoegen maar!
Kort daarna draait de weg het bos in. Tussen de bomen door blijft er veel te genieten: van de aanzichten van de bergtoppen tot het dal met de dorpjes dat je achterlaat. Mijn kilometerteller krijgt weinig aandacht, de omgeving des te meer.
Ik ben al een tijdje bezig een lijst samen te stellen met mijn mooiste cols. Uiteraard staat de Izoard daar met een topnotering in. Maar hoe hoog moet ‘ie nou precies staan? Ben ik objectief genoeg of geef ik te veel eer aan mijn eerste, grote liefde? Nou, vandaag vind ik dat ‘ie best nog een paar plaatjes omhoog mag.
Iconische Casse déserte
Die overtuiging krijg ik des te meer in de laatste kilometers, wanneer de bomen meer en meer plaatsmaken voor de iconische ‘casse déserte’ van deze waanzinnige col. Groen is hier nauwelijks te bespeuren, steen en grind des te meer. En enkele stalagmieten. Zeker de paar honderd meter die op 2,5 kilometer van de top licht dalen, zijn een lust voor het oog. Door de dalende weg ga je hier eigenlijk te hard om te ervaren hoe mooi het hier is.
De laatste twee kilometer gaan weer omhoog in het kale landschap. Ik fotografeer en film net zo hard als ik fiets. Zeker omdat ik het wel een goed plan vind om de top binnen 2,5 uur vanuit Guillestre te halen. Dat blijkt geen probleem, waarmee ik ook zo’n acht minuten sneller ben dan mijn eerste poging in 2013. Hoera!
Op de top rijd ik meteen een stukje door richting Briançon. Zo besteed ik mijn tijd uitstekend terwijl Rogier en Ivo de col nog bestijgen én kan ik ontdekken dat Refuge Napoléon best gesloten is. Ook zie ik dat deze laatste twee kilometer vanaf de Briançon-kant ook heel tof zijn. De gehele col vanaf die kant kan in mijn beleving echter nooit toffer zijn dan de route die ik net heb afgelegd.
Ik ben net op tijd terug op de top om Rogiers aankomst vast te leggen, waarna we een mooi, niet te winderige plek zoeken om Jef te spotten. Na een paar minuten zien we hem aandenderen. We brengen onze telefoon en action cam in stelling en escorteren hem met aanzwepende liederen naar de streep van de col. Klasse Jef!
Na wat opnames op de top stappen we op de fiets en gaan we op zoek naar een restaurantje in het op de Izoard gelegen Arvieux. De afdaling is heerlijk! Uiteraard vanwege de mooie uitzichten, maar ook vanwege het goede asfalt, de lekkere percentages en de vaak overzichtelijke route. Ik tel af naar de laatste bocht richting Brunissard. Dit is de weg waar ik mijn persoonlijk record boekte in daalsnelheden, maar de 80 kilometer die ik in 2013 haalde, krijg ik met name door de tegenwind net niet op mijn teller.
In Arvieux vinden we geen restaurantje dat zijn poorten heeft geopend voor ons. We scheuren door het prachtige dal door naar Guillestre, waar we onze lunch vieren met overgebleven brood en bier. Proost op een geweldige rit!
De rit: the movie
Rit op Strava







Leave A Comment