Prachtig rondje vanaf camping La Mola

2,5 uurtjes trappen waarin je 52 kilometer en 1.100 hoogtemeters wegwerkt. Dat zijn de ingrediënten van een heerlijk rondje vanaf camping La Mola in Espot.

Het is een redelijk kort rondje, maar absoluut een aanrader, die je zelfs kunt inkorten tot 42 kilometer. Vanaf de camping begint direct het feest. Vrijwel tegenover de camping ligt de route naar de dorpjes Jou en Son. De route begint met ruim twee geweldige kilometers klimmen. De weg is al snel een balkon vanwaar je prachtig naar het dal en de bergketens kijkt.

Na het eerste klimwerk is het tot het dorp Son afwisselend klimmen en dalen. Geen meter is vlak. De weg is van redelijke kwaliteit. Doordat de weg smal is, er weinig zeer overzichtelijke stukken zijn en de afdalingen kort hou ik me op de neerwaartse stukken in met mijn snelheid. Vanaf Son is er wel een langere afdaling. In een kilometer of vier kom ik uit op de C13.

Prachtige natuur
Op de C13 daal ik kort verder tot de eerste afslag links naar Valencia d’Aneu. Een bochtig parcours brengt me nog verder naar beneden, waarna in Esterri er een voorlopig einde komt aan het daalwerk. In Esterri volg ik de bordjes naar Alós d’Isil. Ik had er niet op gerekend hier zo’n prachtige route aan te treffen. De smalle weg (prima asfalt) leidt door prachtige natuur. En ik ben voorzichtig weer aan het klimmen. De percentages zijn mild, dus er is alle gelegenheid van de omgeving te genieten, inclusief het maken van foto’s.

De lucht in
Na het water bij Borén over te steken, is er van voorzichtig klimmen geen sprake meer. De weg gaat hier serieus de lucht in en zowel mijn Mio als benen constateren dat de percentages hier regelmatig boven de tien liggen

Vliegen!
Het klimwerk duurt tot de afslag bij Sorpe, waarna letterlijk en figuurlijk alle remmen los mogen. Dit stuk van de C13 in de richting van Sort (en dus Espot) is een daalwalhalla. Brede weg, uitstekend asfalt, geen bochten en een daling van een procent of acht à negen. Vliegen maar! Ik noteer hier gedurende een aantal kilometer snelheden van boven de 60, met af en toe een uitschieter naar ruim boven de 70.

Daarna loopt de weg licht glooiend naar de afslag naar Espot. Deze klim gaat over een brede weg in een fraaie omgeving en is zo’n vijf kilometer tot de camping. Hier heb je er 42 kilometer op zitten. Je kunt dan stoppen, maar nog leuker: plak er vijf extra kilometer aan vast om naar Super Espot te rijden. Dat is het skistation van het mooie bergplaatsje.

Ik plak deze bestemming vandaag aan mijn rit en merk dat het klimmetje naar de skibestemming no best pittig is. Helaas ontbreekt een duidelijke finish, waardoor ik de parkeerplaats tot eindpunt bombardeer. Na een foto daal ik terug naar de camping. Wat een heerlijk rondje is dit!

De rit: the movie

Rit op Strava

Port del Canto via B-zijde: een verschrikking

Van de info die ik op Google vond over de Port del Canto werd ik niet super enthousiast. Dus ik verzon een geweldig plan: ik ga ‘m opfietsen via de B-kant, waar de minidorpjes Puigforniu en Soriguera gelegen zijn. Wát een foute keuze.

Ik begin mijn rit vandaag kort voor het plaatsje Rialp. Om op te warmen heb ik vanuit dit dorp een ommetje gepland via een colletje dat me de eerste ruim honderd hoogtemeters van vandaag bezorgt. De afdaling brengt me bij Sort, waarna ik via de N260 linksaf sla naar de LV5131, de door mij bedachte schitterende B-kant van de Port del Canto.

Ik had het al kunnen weten vanaf het begin van deze route. Een ploeg wegwerkers was bezig de weg van de LV5131 op te knappen. Ik meende al een frons op het gezicht van één van de mannen te zien: ‘ga jij hier fietsen, joh? Nou, sterkte!’

Lesje Spaanse wegwerkzaamheden
Overigens doet deze ploeg die werkzaamheden heel bijzonder, met drie units. Unit 1 spuit één of ander teerachtig spul in een gat, unit 2 kiepert daar een berg kiezelsteentjes in en unit 3 rolt de boel plat. En wat niet meteen plat is wordt overgelaten aan unit 4: auto’s of wielrenners met enige verstandelijke gebreken die hier komen fietsen.

Op deze col ligt in vrijwel elke vierkante meter wel een gat dat deze ploeg te dichten heeft. Ook ik heb mijn wenkbrauwen te fronsen: gaat dit de hele weg zo door? Vanaf de afslag naar het plaatsje Malmercat lijkt er goed nieuws onderweg: hier wordt de weg plotseling uitstekend. Helaas duurt dat kort en vanaf daar wordt de weg slechter en slechter.

Normaal vind ik een slechte weg niet zo erg als ik alleen maar hoef te klimmen, maar er zitten op deze route ook wat stukken bij dat ik mag afdalen. En de weg is gewoon echt k*t. Waar het in het begin nog ging over putten in asfalt zijn er verderop stukken waar geen asfalt meer te bekennen is. Strade Biachi-achtige grindpaden maken normaal fietsen onmogelijk. Ik hoop vooral dat ik overeind blijf en niet lek rijd.

Verdwaalde Belgen
Typerend voor zowel deze blog als mijn ervaring op deze col (moet ik dit grindpad nog wel zo noemen?) is dat mijn focus volledig bij de weg ligt en niet meer bij de omgeving of mijn sportieve prestaties. De omgeving is uiteraard mooi. De ‘weg’ van de LV5131 leidt over de twee tegenoverliggende zijden van bergkanten, waartussen een groen dal gelegen is. Door de begroeiing is behalve de overdaad aan groen niet altijd heel veel van de omgeving te zien, maar in ieder geval genoeg om te constateren dat het hier wederom mooi is. Maar eerlijk is eerlijk: mijn campingrondje vanaf La Mola is stukken mooier. Verder is het grindpad super rustig. Tijdens de circa 15 kilometer stuiteren kom ik welgeteld één motor tegen, uit België met daarop vermoedelijk twee verdwaalde zuiderburen.

Whoohoo!
Ik juich als ik uiteindelijk het héééérlijke asfalt van de N260 op rij. De overige kleine tien kilometer richting de top van de Port del Canto mag ik op deze grote weg rijden. Deze weg is heel rustig (vandaag in ieder geval), breed en zoals ik me al had ingebeeld niet super sprankelend. De percentages zijn mild (vrijwel nooit boven de acht) en de omgeving is heel groen. Na inmiddels tientallen cols te zijn op gereden, vind ik ‘m eerlijk gezegd ook wat saai. Al zou ik ‘m 1000 keer willen inruilen voor mijn thuisrondje Kijkduin.

Op de 1720,8 meter hoge Port del Canto (aldus het topbord) maak ik een fotootje en keer om. Ik maak een pitstop bij het enige eettentje op de berg, waar een man, vrouw en baby (gedragen op de buik van zijn moeder) de gasten voorzien van drinken of het enige gerecht dat op de menukaart staat. Vandaag is dat patat met worst en een Russische salade. Ik bestel het maar, werk het aardig weg en vervolg mijn afdaling. Deze loopt als een trein, waardoor ik in een zucht weer bij Sort ben.

Moraal
Niet geheel voldaan door de tegenvallende route slinger ik mijn fiets weer in de auto en denk dat ik over deze fietsrit niet eens een blog ga schrijven. Een dag later ben ik daarop teruggekomen, zoals je waarschijnlijk in de gaten hebt. Moraal van het verhaal: de Port del Canto krijgt zeker geen topklassering in mijn lijst van favoriete cols en mócht je ‘m doen: haal het niet in je hoofd ‘m via de LV5131 op te rijden.

Of positiever beredeneerd, zoals fietsmaat Ivo constateerde op Strava: “In de gehele geschiedenis van de mensheid hebben slechts 20 mensen deze klim overleefd, chapeau!”

De rit: the movie

Rit op Strava

Verstopte col in de Spaanse Pyreneeën: Port Ainé

Na de klim naar Port de la Bonaigua dacht ik me erbij neer te leggen dat ik geen serieuze cols meer zou doen tijdens onze Pyreneeën-vakantie. Ik had al een paar interessante routes uitgestippeld als alternatieven, totdat ik via een lijst met cols in Spanje en Portugal op de website Climbbybike beland. Na wat doorklikken ontdek ik nog twee serieuze beklimmingen in de nabije omgeving. Joepie!

De eerste is de goed verstopte Port Ainé. Tussen de stadjes Rialp en Sort bevindt zich een afslag naar dit skistation. Zelfs op de behoorlijk gedetailleerde kaart die ik van deze omgeving heb gekocht is deze weg nauwelijks waar te nemen. Met speurwerk en de info van Climbbybike (waarvoor dank, goed gedaan) vind ik het. Na deze vakantie met de auto al een keer vast gestaan te hebben op een onverharde weg, weet ik inmiddels dondersgoed dat op mijn kaart een witte weg een onverharde weg betekent en een grijze weg een geasfalteerde. De route naar Port Ainé is grijs, da’s fijn, dus klimmen maar!

Sociale vent
Vandaag fiets ik niet alleen. Gisteren vroeg Annelieke, een Groningse dame van onze camping, of ik het een goed idee vond dat ze me zou vergezellen bij mijn rit. Geen probleem, aldus deze sociale vent. Ik hoop maar dat ze me na vandaag ook nog leuk vindt. Al met al staat er een rit van ruim 80 kilometer op de planning.

De route begint met de lekkere afdaling vanaf camping La Mola naar de C13. Deze vijf kilometer met prachtige uitzichten blijft heerlijk. Onderaan slaan we rechtsaf naar Sort en consorten. Na de klim naar Port de la Bonaigua weet ik dat de grote weg helemaal niet zo druk is. Redelijk ontspannen rijden we in een strak tempo (de weg daalt licht) naar de afslag, die we na een kilometer of 25 bereiken.

Kilometerpaaltjes!
De klim begint met een aangename verrassing: een luxe uitvoering van de door mij geliefde kilometerpaaltjes. Het Spaanse bord vertelt me meer dan ik begrijp, maar ik maak er in ieder uit op dat we nog 18,6 kilometer lang gaat stijgen.

Het begin is vrij stevig met een stijging van tussen de 7 en 9 procent. Door de bosrijke omgeving hebben we op deze warme dag veel stukken waar we in de schaduw kunnen rijden, een groot verschil met de Port de la Bonaigua. Doordat we met zijn tweeën zijn en we genoeg te bespreken hebben, ervaar ik dat de kilometers snel voorbij lijken gaan.

We passeren een stel koeien en zien tussen de boomrijke stukken door steeds vaker uitzichten op de afwisselende bergkammen van de Pyreneeën. Wat een waanzinnig mooie omgeving is het hier toch.

Steilste stukken
De laatste kilometers zijn de pittigste van de Port Ainé. De steilste stukken beginnen kort na het skistation dat op 4 kilometer van de top is gelegen. Mijn Mio noteert regelmatig een 11 of 12 op zijn scherm. Dat gaat dan over de percentages. Niet over mijn snelheid, want die ligt hier beduidend lager.

De top bestaat uit de zelfde lift als die we 4 kilometer terug aantroffen (maar dan de bovenkant, begrijpt u?) en een berg asfalt waar een leger aan campers kan parkeren. We tellen er slechts één, dus we kunnen stellen dat het hier lekker rustig is. De uitzichten vanaf de weinig sprankelende asfaltvlakte zijn wel heel mooi.

Buffetten op de top
Minder mooi zijn onze lege bidons. De circa 45 kilometer en warme luchten hebben gulzige fietsers van ons gemaakt. Tegen al mijn verwachting is een restaurant op de top geopend. We nestelen ons in een tamelijk sfeerloze ruimte (ik heb betere après-skigelegenheden gezien) en worden door het vriendelijke personeel gewezen op de uitgebreide buffetten die we mogen aanvallen. Gezien de enorme rust op de 18,6 kilometer lange col – we hebben nul wielrenners en slechts een handvol auto’s gezien – begrijpen we niet voor wie al dat eten en al dat personeel klaar staat. Ook wij moeten de Spanjaarden teleurstellen en vertellen dat we slechts fris en een simpel broodje willen. Geen probleem, maar of we dan willen plaatsnemen in het naastgelegen cafetaria. Daar worden we vervolgens netjes aan ons maaltje geholpen, door precies de zelfde personeelslieden. 😊

Met gevulde magen dalen we weer af naar de C13. Omhoog constateerden we al dat we niet de snelheden zullen halen van de uitstekende afdaling van de Port de la Bonaigua. Een terechte voorspelling, want het asfalt is van matige kwaliteit. We stuiteren met mooie uitzichten naar de grote weg.

Géén typische skicol
Inmiddels kunnen we ruimschoots concluderen dat ondanks de skibestemming de Port Ainé niets weg heeft van een typische skicol. Waar skicols zich laten kenmerken door grote, brede wegen met veel verkeer, liften, elektriciteitsmasten, toeristische voorzieningen en/of promotionele uitingen, is vrijwel niets van dit te zien op de verstopte, rustige route naar Port Ainé.

De vals platte ruime 20 kilometer van de C13 naar de afslag naar Espot vallen mijn fietsmaatje van vandaag zwaar. Na een korte energybreak is Annelieke klaar voor de laatste 5 kilometers klimwerk van vandaag. Na een kleine 90 kilometer met ruim 1700 hoogtemeters (volgens Strava zelfs nog 250 meer) sturen we onze fietsen voldaan de prachtige camping op.

Movie!

Rit op Strava

Mijn eerste Pyreneeën-col: Port de la Bonaigua!

Dé col waar geen enkele wielerliefhebber die Espot bezoekt omheen kan, is de Port de la Bonaigua. De hoge col ligt op de route van alle vakantiegangers die deze ‘binnendoorweg’ prefereren boven een omweg van ruim 100 kilometer via Andorra.

Vanuit Frankrijk en vervolgens het Spaanse Vielha schrikt ‘ie nog best af. De weg is op sommige stukken erbarmelijk. Ik was een paar dagen geleden blij dat onze Opel Astra en caravan de hobbel- en puttenweg glansrijk doorstonden. De diverse werkvoertuigen en stoplichten geven hoop dat de route in afzienbare tijd gaat verbeteren, maar voor deze vakantie mag ik weinig wonderen verwachten. Het goede nieuws is dat de weg vanaf de top richting ‘onze kant’ uitstekend is. De col staat daarom zonder twijfel genoteerd op mijn bucketlist van deze drie weken.

Hoogtemeters zijn er uiteraard zat te maken in deze omgeving. Het aantal rondritten en echt serieuze cols zijn tot nog toe lastig te vinden. De Port de la Bonaigua vormt daar met zijn lengte van ruim 18 kilometer en 1100 hoogtemeters een goede uitzondering op.

Na de heerlijke afdaling van vijf kilometer vanaf camping La Mola (Espot) zijn de eerst volgende vijf kilometers vrij vlak. Vanaf Esterri gaat de weg omhoog. De grote, brede C13 roept bij menigeen vraagtekens op om op te fietsen (is dat niet veel te druk? En gevaarlijk?), maar ik ken een miljoen mindere wegen. De C13 is overzichtelijk, niet heel druk en door zijn grote breedte past het rond rijdende verkeer ruimschoots langs me.

Stiekem stevig stijgen
De pittigste stukken van de klim bevinden zich in deze vijf eerste kilometers. Verkeersborden geven tot tweemaal toe een stijging van 9 procent aan. Het oog heeft dat nauwelijks in de gaten, omdat de grote brede rechtdoorgaande weg maar weinig prijsgeeft van zijn stijging. De benen en kilometerteller merken het echter wel.

Op het moment je naar Sorpe kunt afslaan, moet je dat vooral niet doen. Anders kom je niet op de Port de la Bonaigua namelijk. Vanaf dit punt wordt de col een echte col. Ook een echte skicol. Hoewel de eerste paar honderd meter na de Sorpe-afslag een smalle weg met mooie omgeving, inclusief bos, water en rauwe rotswand voorschotelen, verandert de weg snel weer terug naar een brede skicolweg. Dit blijft onveranderd tot de top (nadrukkelijk tot de top, want daarna wordt het dus een asfalt-met-grind-putten-en-stoplichten-weg.

Ik trap heerlijk ontspannen omhoog. Het is heerlijk om weer zo’n col te mogen beklimmen en in zo’n bergomgeving te zijn. De percentages zijn mild – na het beginstuk komt ‘ie vrijwel nooit boven de 8 procent, waardoor het ook nooit echt pijn gaat doen.

Stelviaanse bochten
Het gebied van de col is mooi, maar niet het meest geweldige berggebied waar ik gefietst heb. Zeker de grote elektriciteitsmasten maken de uitzichten er niet bepaald mooier op. Na een kilometer of twaalf klimmen verandert de lange rechtdoorgaande in een bochtachtige route. De Port de la Bonaigua wordt er nog geen Stelvio door, maar de serie haardspeldbochten doen me toch enigszins aan de Italiaanse topberg denken. De bochten zorgen ook voor mooie uitzichten, onder meer op de waterval van Gerber, die we enkele dagen eerder nog te voet bezochten.

Boerenkwaliteiten
In het deel met de haarspeldbochten waan ik me in de Maaslandse Commandeurpolder. Er lopen hier volop koeien rond in de weilanden naast de weg. Een aantal koeien wandelen ook stoïcijns óp de weg. Een mountainbikende Brit is hiervan nogal onder de indruk en staat zich met zijn fiets aan de hand radeloos af te vragen wat hij met de situatie aan moet. De aanscheurende Martin van Berkel is zijn heldhaftige reddingsboei, besluit hij. Hij stapt op zijn fiets, rijdt naast mij (uiteraard niet aan de kant van de koe) en passeert zo het beest. Fijn dat mijn Maaslandse boerenkwaliteiten vo van pas komen in de Spaanse bergen.

We rijden maar heel kort bij elkaar, want ik heb een prima tempo te pakken dat mijn Britse vriend niet bijhoudt. In de laatste kilometers word ik een aantal keren op het verkeerde been gezet doordat de Port de la Bonaigua doet alsof de top zich bijna aandient. Het ‘topbord’ vertelt me uiteindelijk dat ik de finish van van de 2072 meter hoge col heb gehaald. Uiteraard vier ik dat met een selfie.

Stof happen naar Baquiera
Uit nieuwsgierigheid daal ik nog een stukje af richting Baquiera, maar na twee kilometer stuiteren, uitwijken en stof happen, draai ik me om voor een bouwvakkersstoplicht. Op de top van de Port de la Bonaigua scoor ik een cola en een appeltaart en cross de góéde afdaling af.

Op het laatste deel van de afdaling sla ik af naar Son en Jou. Hierdoor mis ik de stukken waar je écht kunt vliegen, maar de heerlijke lus met nog wat mooi klim- en daalwerk is dat meer dan waard. De weg brengt me precies voor camping La Mola. Na ruim 64 kilometer en 1.600 hoogtemeters roept het lekkere zwembad.

Video!

Rit op Strava