Tóch buitencategorie: de Cormet de Roselend

Bij het zien van de Cormet de Roselend tijdens een Touretappe van eerder dit jaar wist ik het zeker: deze col móét ik ook doen. Op dag drie van onze tweede Alpendriedaagse van 2018 staat ‘ie op het programma. Joepie!

Tijd voor een warming-up is er niet vandaag. Samen met Jef en Kraan daal ik vanuit ons fraaie huisje af door Bourg Saint-Maurice. Na een kilometer volgen we het bordje dat ons de Roselend op stuurt. De klim is meteen begonnen. De stijging ligt in het begin rond de zeven procent en na het klimgeweld van gisteren op de Iseran voelen we de spieren. En de aries.

Vanaf de eerste meter is de Cormet de Roselend onderscheidend. Geen brede weg waar het bouwverkeer voorbij buldert, maar een smal weggetje waar we met name een boel Porsches voorbij zien scheuren.

Water
Na de eerste anderhalve kilometer volgt een deel met lagere percentages. Naast ons stroomt een mooi bergriviertje. Aan water is sowieso geen gebrek op deze col. Als er geen riviertje in de buurt is, melden kleine stroomtjes of watervalletjes zich wel.

Kraan en ik zijn onverbiddelijk en parkeren Jef. Met zijn tweeën raken we niet uitgekeken op de omgeving. Werkelijk overal is het mooi. De rotswanden, de groene hellingen, af en toe een gletsjer die zich in het uitzicht meldt: het is geweldig op de Roselend. Tijdens de klim wisselt het decor regelmatig. Van de bosrijke omgeving naar een uitzicht met verre uitzichten op het dal en van rotswanden tot uitgestrekte velden. Ook fijn: op deze col zijn er totaal geen wintersportperikelen zichtbaar. Geen liften, geen uitgekamde pistegebieden, geen elektriciteitsmasten, geen winkels, geen hotels, niets. Alleen natuur.

Ook de percentages wisselen. Meestal schommelen ze tussen de vijf en acht procent, af en toe zit er een uitschieter van één of negen procent tussen. De vorige twee klimdagen hebben enig effect op de vaart waarmee de col bestierd wordt, maar ondanks dat ervaar ik de berg niet als heel zwaar. Het is ook niet voor niets dat de 19 kilometer lange Roselend à zes procent gemiddeld geen buitencategorie maar eerste categorie is in de Tour de France.

Wel buitencategorie
De schoonheid vind ik dus wel buitencategorie, maar dat kreeg je vast al mee. Op de winderige top maken Kraan en ik rap wat foto’s en hijsen ons in windjacks. We wachten Jef op, die zich een minuut of tien bulderend op de top meldt. Op de finish drukt hij zijn voorwiel op vernederende wijze voorbij de fiets van een oude arme man.

We dalen 2,5 kilometer af naar een restaurantje. Voordat ik daar neerplof daal ik eerst nog wat verder af, omdat ik het Lac de Roselend wil bewonderen. Het prachtige blauwe meer doet niet onder voor de rest van de col. Ik rij een paar kilometers langs het meer, waarvan een groot deel filmend en fotograferend, waarna ik weer aan de klim terug naar de top van de Roselend begin. Ik voeg me bij Jef en Kraan op het terras, verorber een crêpe – mijn lieve vrienden hadden alle Croque Monsieurs opgegeten – en lach om Jef die uitgebreid verslag doet van de ‘witte berggeit’, verwijzend naar Kraan die in zijn witte pakkie een rondje door het mooie gebergte wandelt.

Met zijn drieën rijden we opnieuw richting de top, die we strijdend bereiken. De afdaling is vervolgens weer genieten. Zeker het middelste gedeelte met zijn smalle weg en vele haarspeldbochten vraagt enige stuurkunsten.

Voor vier uur sturen we onze fietsen Bourg Saint-Maurice weer in. We ploffen neer in onze luie stoelen en genieten van de laatste twee uur zon die we deze Alpendriedaagse krijgen voorgeschoteld. Met drie geweldige cols in prachtige omstandigheden voelen we ons bevoorrechte ‘grimpeurs’. Voorzichtig blikken we proostend vast vooruit naar de editie van 2019.

De klim: the movie

Rit op Strava

Col de l’Iseran: heerlijk en heul heul lang

24 kilometer tot de top van de Col de l’Iseran. Dat geven de bordjes aan bij het stuwmeer bij het skioord Tignes. Ik ben dan precies halverwege de klim, die de hoogste bergpas van Europa is.

In juli dit jaar deed ik de klim naar Val Thorens, die met 37 kilometer tamelijk oneindig was. Hoewel de recensies niet super positief zijn over het eerste deel van de Iseran, twijfel ik er niet aan: ik wil de godsallemachtige lange klim doen, die dus nog 11 kilometer verder gaat dan de weinig aantrekkelijke skicol.

De eerste tien kilometer stellen weinig voor. Meestal gaat de weg omhoog, maar de percentages zijn nooit indrukweekend. De weg gaat ook regelmatig naar beneden, waardoor ik na tien kilometer nog een gemiddelde rijd van boven de 20 kilometer per uur. Na een brug kort na de eerste tien kilometer gaat het serieuzere werk beginnen en zakt mijn gemiddelde snelheid in een rap tempo.

Mooi en gebulder
Ik ben aangenaam verrast over de omgeving. Het is mooi groen. Rechts naast me kijk ik uit op een mooie bergwand, die afwisselend groene natuur, watervalletjes en grijze en witte bergtoppen voorschotelt. Wat minder meevalt is de hoeveelheid verkeer. Vele auto’s en vrachtverkeer – beladen met enorme keien of de sneeuwschuifdingen van sneeuwschuivers – bulderen voorbij.

Na de Petit Saint Bernard van gisteren ben ik in de veronderstelling dat ik vandaag weer voornamelijk stukken van vier en vijf procent voor mijn kiezen krijg. Kilometerpaaltjes zijn er lange tijd niet te bespeuren op de recordklim. In tegenstelling tot mijn ervaringen op eerdere cols vind ik het op de Iseran eerlijk gezegd prima dat de kilometerpaaltjes ontbreken. Erg motiverend is het niet om te lezen dat je nog 47 kilometer moet, nog 46,nog 45 et cetera..

De laatste kilometers voor de splitsing naar Tignes, waar er al kilometerpaaltjes staan om te vertellen hoever het nog racen is naar dit skioord, zijn pittig. De percentages zijn hier enkele kilometers tussen de zes en de negen. In dat gedeelte komen Jef en Kraan voorbij, in een auto welteverstaan. Zij vinden het vandaag een beter idee om later te starten met de klim. Ze sturen verder naar Val d’Isere waar ze me opwachten.

Ravitaillering
Ik rij langs het fraaie stuwmeer van Tignes en rij even later Val d’Isere binnen. Mijn eerste bidon is leeg en de helft van mijn eten heb ik al achter mijn kiezen. Omdat stoppen op cols in mijn beleving uit den boze is – vergeef me mijn tic – maak ik dankbaar gebruik van de ravitaillering die Kraan en Jef me bieden.

Met zijn drietjes gaan we de laatste 18 kilometer tegemoet. Kort na Val d’Isere wordt het landschap echt mooi. De bergen zijn schitterend ruig. Riviertjes, watervalletjes en zelfs een serie marmotten vergezellen ons. En de hoeveelheid verkeer is hier tot een minimum beperkt. Heerlijk.

De route blijft tot aan de top prachtig. Wel wordt het uitzicht af en toe belemmerd met een enkele hijskraan die bezig is voorbereidingen te treffen voor het winterseizoen en ontbreken ook diverse skiliften niet. Ook bijzonder: delen van de klim leggen we af op een weg die in de winter is omgetoverd tot een piste. De bordjes die we onderweg zien verraden deze aanstaande winterse metamorfose. De wintersporttaferelen op deze berg neem ik probleemloos voor lief, de rest van de mooie omgeving compenseert dit ruimschoots.

Kleine voorsprong
Na tien kilometer gezamenlijk klimmen, vinden mijn benen het een goed idee om Rogier en Jef een kleine voorsprong te gunnen. Mijn hoofd niet. Maar de 40 voorgaande klimkilometers hebben blijkbaar invloed op de energie die in mijn benen zit.

Het leuke hiervan is dat ik een welkomstcomité heb wanneer ik na 3 uur en 59 minuten fietsen de 2770 meter hoge top bestier. De 48 kilometers à gemiddeld 4,1 procent zijn gedaan! Zowel Jef als Kraan maken video’s en vallen me huilend in de armen. Dat laatste zou ook fictie kunnen zijn.

Video: aankomst op 2770 meter

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Wat een col en wat een onthaal 😊 #4uurklimmen #2770meter #iseran #alpes #kramp

Een bericht gedeeld door Martin van Berkel (@vberkelm) op


Waanzinnig uitzicht

Op de top wandel ik met Rogier naar een plek waar we een waanzinnig uitzicht hebben op het schitterende berggebied. Terwijl ik zit, nemen mijn bovenbeen allerlei rare vormen aan. Mijn spieren barsten van de zin in een meedogenloze krampaanval, die er gelukkig uiteindelijk net niet komt. We maken foto’s en videootjes en bereiden ons voor op de terugweg.

De afdaling is adembenemend. De weg is overzichtelijk, van redelijke kwaliteit en omringd met toevalligerwijs dezelfde schitterende omgeving als bij de heenweg. Ik vind het enorm genieten.

Nadat we nog wat opnames van marmotten hebben gemaakt, drinken we in Val d’Isere met zijn drieën een colaatje, waarna ik in mijn eentje de terugreis afrond. Even na vijf uur plof ik na 98 kilometer gesloopt in de tuin van ons vakantiehuisje. Jef en Kraan komen kort daarna aan met een uitstekende McDonalds-maaltijd. De uitgesteld lunch bevalt me voortreffelijk, net als de welverdiende biertjes. Het was net als gisteren een geweldige dag. En morgen weer een, wanneer de Cormet de Roselend op het programma staat. Life’s good!

Rit op Strava

Petit Saint-Bernard: tof én (een beetje) easy

Na een aantal kilometer klimmen staat op het asfalt van de Petit Saint-Bernard geschreven: ‘decision time’. Ga je voor ‘tof’? Dan moet je de pijl rechtdoor volgen naar Montvalezan en de Iseran. Ga je voor een ‘easy’? Volg dan de pijl naar links, het vervolg van de Petit Saint-Bernard.

Op dat moment zijn we een kilometer of zes onderweg op de col die begint in Bourg Saint-Maurice. Het moet gezegd: zwaar kunnen we de col niet noemen. Samen met Jef en Kraan, waarmee ik onze tweede Alpendriedaagse van 2018 beleef (wat een luxe!) pendelen we de milde eerste kilometers op. De percentages zijn hartstikke vriendelijk, de afstand naar de top minder. De Petit Saint-Bernard is zo’n 28 kilometer lang. De top laat op zich wachten totdat je op hoogtemeter 2188 bent.

Het klopt: de klim is easy. Er is weinig verkeer – wat ongetwijfeld te maken heeft met onze timing; op een donderdagmiddag eind september zijn de meeste toeristen gewoon aan het werk – en de percentages zijn de gehele col makkelijk. Een enkele keer geven de kilometerpaaltjes aan dat je een kilometer à zes procent tegemoet gaat, maar meestal staat er een vier of vijf op genoteerd. Sowieso komt ‘ie volgens de paaltjes nooit boven de zes.

Groen
De omgeving is mooi en heel groen. Aan alle kanten heb je uitzichten op bergtoppen en dalgebieden. In tegenstelling tot diverse cols in de omgeving bepaalt niet het toerisme landschap bepaalt op de Petit Saint-Bernard. De col heeft met La Rosière wel een skioord, dat eerder dit jaar overigens de finishplaats was van een Touretappe, maar het aantal liften, elektriciteitsmasten of andere landschapverstorende objecten valt mee.

In de laatste kilometers van de klim, waarin ik inmiddels volledig vergezeld ben tussen mooi groen natuurschoon dat doet denken aan de Sarenne, zie ik het eindpunt van de col. Dat doet me weer denken aan de Ventoux en de Stelvio. Ook daar kijk je de laatste circa zes kilometer uit op de top. Alleen heeft de Petit Saint-Bernard een verrassing in petto: het ogenschijnlijke eindpunt is slechts een tussenpunt op een kleine kilometer van het echte eindpunt.

Inmiddels zijn de benen al behoorlijk volgelopen. Af en toe valt een lichte krampstuip me lastig. Hoewel 26 kilometer klimmen tegen 5,1 procent gemiddeld uiteindelijk gewoon een aardige klus is, doet het nooit echt pijn. Wellicht dat mijn nieuwe fiets – ik koers sinds vandaag op een Giant Defy – hier ook bij helpt. Ik ervaar prettig comfort bij onder andere het sturen en schakelen. Ook het lichte gewicht van de fiets is een prima bijkomstigheid.

Honden
De finish van de Petit Saint-Bernard bevat een onleesbaar bestickerd finishbord, waar natuurlijk een ‘topfoto’ mee volgt. Ook de diverse gefabriceerde Sint Bernard honden vragen om een toeristisch fotootje. Ik rij nog een klein stukje verder en beland in Italië. Op het Italiaanse grondgebied nestel ik me op een heerlijk zonnig stekkie waar ik genietend uitkijk op een groene bergvlakte omringd met bergtoppen.

Samen met Jef koers ik, nadat ik drie Sint Bernard knuffels voor de kids heb gescoord, terug naar Bourg Saint-Maurice. Onderweg moeten we Kranus oppikken, die de col vandaag bepaald niet easy vond en na tien kilometer een rustplek (wel een tijdelijke, voor de goede orde) opzocht om rustig te braken en wachten. Ik ervaar in de afdaling dat mijn nieuwe bike veel comfort biedt door zijn dempende vermogen. Ook over remkracht heb ik door de schijfremmen niets te klagen. Het aansnijden van de bochten vraagt nog wel wat gewenning.

Met zijn drieën rijden we Bourg Saint-Maurice in. Dag één van onze nieuwe Alpendriedaagse was heerlijk. Ook was ‘ie net als voorgaande keren weer surrealistisch. Van de een op de andere dag beland ik van drukke werksferen in de geweldige in- én ontspannende Alpensferen. Geluk op een berg!


Rit op Strava