She’s a killer: Col de la Madeleine

Al vier keer eerder ben ik de Madeleine op gefietst. Twee keer vanuit Aigueblanche (de mooiste kant) en twee keer vanuit La Chambre over de grote, brede weg. Er is nog één derde route omhoog voor op de racefiets: aan de andere kant van het dal via de D76. Kom maar op!

De afdaling van deze weg had ik al wel eens stuiterend gedaan tijdens een eerder avontuur op de Madeleine. Het was een weg vol grind en putten, wat mijn fietscomputer van mijn stuur deed vliegen. Bij een klim is een slechte weg veel minder een issue dan bij een afdaling, maar van een beroerde weg is vandaag véél minder sprake dan een paar jaar geleden. Dat heeft ongetwijfeld alles te maken met de Tour die vorig jaar deze weg aandeed.

Volgauto
Het is vandaag de vierde dag van onze vierdaagse fietstrip naar Saint-Jean-De-Maurienne. Na onze Koninginnenrit van gisteren met ca. 3600 hoogtemeters temperen we de ambities vandaag enigszins. Ik stap vandaag samen met Jef op de fiets. Rogier plant een rustdag in en volgt ons met de auto. Altijd leuk, want dat betekent vaak extra toffe foto’s!

Ik meen me uit de Touretappe van vorig jaar te herinneren dat de klim over de D76 bepaald geen kinderspel is. Omdat ik me graag laat verrassen door een beklimming heb ik me niet verdiept in het profiel van de col. En daarmee hoef ik Jef, die het niet zo heeft op steile stukken, ook geen informatie te onthouden. 😊

Stamelen
Het is maar goed dat Jef, die na deze dagen in de Alpen de bijnaam Baas Buitenbocht meer dan toekomt, niet zelf het profiel verkend heeft. In de eerste kilometers stamelt hij regelmatig dat hij liever de andere kant gedaan had. Dat heeft alles te maken met de percentages, die echt stevig zijn. Het gebeurt in de eerste kilometers weinig dat we onder de 8 procent komen op onze Garmins – en ook niet op de berg. Vaak noteren we zelfs 9, 10 en 11 procent.

De weg en het uitzicht zijn wel heel mooi! We rijden door bos, sommige stukken op een balkon en we kijken vaak vanuit steeds mooiere hoogte het dal in. En achter ons zien we de prachtige witte bergtoppen ons regelmatig aangapen. Naast afzien valt er ook genoeg te genieten!

De smalle, stevige route brengt ons tot de weinig aantrekkelijke skiplaats Saint-Francois-Longchamp. Via een paar straatjes door dit dorp beland ik op de weg D213, de ‘normale weg’ vanuit La Chambre naar de top van de Madeleine. De brede weg ken ik nog goed van mijn eerdere avonturen hier. We komen hier inmiddels boven de boomgrens uit, wat het landschap kaler (veel gras en hier en daar wat sneeuw) maakt en de vergezichten nog indrukwekkender.

Klinkt lief
Met percentages tussen de ‘slechts’ 7 en 9 procent voelt dit deel makkelijker dan het deel op de D76, maar laat je niet foppen: Madeleine klinkt lief, maar ze is een killer. Een paar jaar geleden moest ik mijn fiets een aantal keren hopeloos parkeren in de laatste kilometers. Na ook de laatste route naar de top bijna afgerond te hebben, is de conclusie een eenduidige: van alle drie de kanten doet ‘ie je pijn. De lengte in combinatie met de stevige percentages maken ‘m van alle kanten een van de zwaardere cols die ik ken.

Wel lief is de Francaise op het gezellige terras op de top. We ploffen heerlijk neer voor een uitgebreide, welverdiende lunch. En wat smaakt dat goed! Voor Jef is dit het eindstation van zijn avonturen van deze fietstrip. Zijn benen protesteren fors. Zelf voor de afdaling bedankt Jef – hij is niet wijs.

Chaussy als toetje
Ik vervolg mijn route naar La Chambre via de brede D213, die heerlijk is om af te dalen. Een paar kilometer voor La Chambre verlaat ik de afdaling en pak ik de Col de Chaussy mee. Deze weg ik alleen nog van twee afdalingen, vandaag doe ik ‘m een keer andersom.

De onregelmatige col is heerlijk rustig en leidt als het ware door een kom van een bergdal. Tussen de bomen van het bos door zijn aan alle kanten regelmatig prachtige uitzichten te zien op onder andere imposante witte bergtoppen.

De Col de Chaussy is mooi vanuit de kant van La Chambre, maar vanuit Pontamafrey Vind ik ‘m nog een stuk gaver. Dat zit ‘m vooral in de geweldige start via de Lacents de Montvernier en een deel balkonroute.

Mijn rondje Madeleine en Chaussy eindigt na een kleine 80 kilometer en 2400 hoogtemeters weer in Saint-Jean-de-Maurienne, waar ik uitgeteld maar zeer voldaan neerplof met koude colaatjes en biertjes. Proost!

Rit op Strava

Welkom in natuurreservaat Col du Glandon

De Glandon kende ik vooral als afslag van de Croix de Fer. Deze col krijg je er gratis bij als je vanaf de Allemond-kant 2,5 kilometer onder de top een kort stukje de Croix de Fer verlaat. Maar vanuit La Chambre kan je de Glandon alles behalve een weinigzeggend klimmetje noemen. Hij is schitterend mooi en verre van eenvoudig.

De eerste kilometers vanuit La Chambre gaan over een brede weg. We laten het stadje langzaam achter ons en rijden meer en meer het groen in. De eerste circa 10 kilometer voeren voor een groot deel door een bos. De percentages schommelen ergens rond de 7 procent. Heel onderscheidend is dit deel van de klim niet ten opzichte van veel andere cols, maar het trapt in ieder geval lekker weg.

Flora en fauna
Na deze eerste tien kilometer begint de Glandon pas écht. Eerst krijgen we een zo goed als vlak stuk voorgeschoteld, waarna de brede weg verandert in een mooi smal pad. Het bos dunt hier beetje bij beetje uit. Tussen de bomen lopen volop watertjes. Ik waan me in een of andere flora-en-fauna-reservaat, zoals je die bijvoorbeeld in Blijdorp vindt.

Wanneer de hoogte het wint van de bomen rijden we weer een volgend deel van de Glandon in. We bevinden ons eerst in uitgestrekte graslanden, waarin we aan alle kanten prachtige uitzichten hebben op rotswanden en bergtoppen. We zien sneeuwtoppen, watervallen en heerlijke ruige berglandschappen.

En de percentages? Die lopen lekker op. De kilometerpaaltjes geven regelmatig aan dat we een kilometer met 8 of 9 procent afleggen. Hoewel de Glandon vandaag na de beklimming van de Chaussy de tweede van de dag is, doen de toenemende percentages me niet echt pijn. Ik voel me sterk – na mijn krampstuipen op de Galibier gisteren pak ik mijn voeding vandaag radicaal anders aan – en geniet mega veel van de schoonheid van de Glandon.

De Glandon is door zijn 600 meter lagere ligging lang niet zo wit als de Galibier gisteren, maar in de laatste kilometers verwelkom ik ook hier af en toe kleine sneeuwvlaktes naast de weg. En de witte toppen om me heen maken het decor prachtig af.

Slalommen
De laatste drie kilometer van de Glandon zijn zowel de mooiste als de zwaarste. Dit deel wordt vandaag extra leuk omdat ik steeds dichterbij een groepje mannen kom dat ons een aantal kilometer daarvoor nog inhaalde. Waar de mannen op deze stroken van 10 à 11 procent de weg slalommend in de volle breedte gebruiken, werk ik mezelf relatief eenvoudig omhoog én langs het groepje.

Op de top scoor ik bij het kleine horecatentje snel een water en een cola, waarna ik een mooi plekkie  uit de wind op zoek om ze te verorberen en te genieten van een prachtig uitzicht op de Croix de Fer. Je weet wel, dat is die berg die een afslag heeft naar een nog véél mooiere col: de Glandon. Een top ding!

Rit op Strava (met de Glandon als col 2)

De Galibier is een beest, een vreselijk mooie

Wat stond ‘ie lang op mijn lijstje. Bij een eerder verblijf in Saint-Jean-de-Maurienne was ‘ie nog gesloten, maar vandaag belooft het spektakel te worden. Volgens de chef van onze camping is de weg naar de top van de Galibier pas enkele dagen geleden geopend. Dat betekent dikke pakken sneeuw, geweldig!

Vanuit Saint-Jean-de Maurienne is er één probleem met de Galibier. De weg over de eerste 10-15 kilometer naar de plaats waar de pret begint is tamelijk ruk. Er is geen andere optie om je met je racefiets te vergezellen op een veel te drukke autoweg, waar een kleine strook (met lekker veel grind en andere zooi) is gereserveerd voor fietsers. We bedanken voor deze eer en leggen de weg naar Saint-Michel-de-Maurienne (jaja, in het Mauriennedal hebben ze nogal wat heiligen) af met de auto.

Gratis Telegraphe
We hebben nóg een nadeel. Starten is Saint-Michel betekent geen enkele warming-up. Vanuit dit dorpje begint de Telegraphe en die windt er geen doekjes om. Vanaf de start noteert deze col meteen een procentje of acht.

Voor de mindere wielrengoden ons jullie: de Telegraphe is de col die voor de Galibier ligt. Je krijgt deze col er gratis bij als je de Galibier op wilt scheuren. Alles bij elkaar betekent dit dat je 34 kilometer hebt te overbruggen naar de ruim 2600 meter hoge top.

De Telegraphe is een leuke col, maar niet zo bijzonder. De weg is breed en biedt pas aan het einde een paar mooie uitzichten. Vandaag is het niet zo druk op de weg, wat ongetwijfeld te maken heeft met de coronatijden, waar we nog deels in zitten.

We bereiken de top van de Telegraphe met zijn drieën, maken een snelle selfie bij het ‘topbord’ en beginnen de korte afdaling van zo’n vier kilometer naar Valloire. We rijden het skioord, dat er zowel als dorp als met zijn pistes leuk uitziet, en stoppen bij een fonteintje waar we onze bidons bijvullen.

Los geht’s
Vanaf hier mogen we echt los, we beginnen aan de Galibier! Valloire ligt op een kleine 1500 meter hoogte, wat betekent dat we al vrij snel schitterende berggebieden in rijden. De boomgrens laten we langzaam achter ons en we laten ons verwennen door prachtige natuur met riviertjes, ruig berglandschap en witte bergtoppen. Het is hier genieten. En dan mogen we nog een kilometer op 15!

Uit de verhalen schijnt dit deel van de Galibier niet het zwaarst te zijn. Om het hier echter een makkie te noemen, gaat ver. Er zitten wat vlakkere stukken in, maar ook de 7 en 8 procenten staan geregeld op mijn Garmin.

Het echte feest begint vanaf het moment dat de weg na een bruggetje rechts afbuigt. De weg schiet hier omhoog, wat er even zwaar als spectaculair uitziet. Ook bezorgt de weg nog spectaculairdere uitzichten, omdat je deze vanaf almaar toenemende hoogte goed kunt bewonderen, zéker in de prachtige haarspeldbochten.

Wit
Wanneer de weg afbuigt naar links laten we het dal waar de weg lang mooi rechtdoor doorheen liep, achter ons en rijden we een nieuw landschap in. Het wordt hier witter en witter. De sneeuw ligt niet langer alleen maar ver weg op de bergtoppen, maar ligt in steeds grotere mate dicht naast de weg. En wanneer ik voor me kijk, zie ik het witter en witter worden. Dit wordt een geweldig slot!

In de tussentijd moeten de benen ook nog even rond blijven draaien. En dat valt niet helemaal mee. Met de Dolomieten Marathon over een maand op de planning en al veel trainingsuren onderweg, had ik gehoopt niet te voelen wat ik nu voel: krampstuipen. Da’s niet handig! Gelukkig zijn het slechts stuipen en zetten ze niet door. Maar er moet dus nog wat verbeterd worden de komende weken..

De laatste kilometers besteed ik mijn aandacht ook veel liever aan de waanzinnige omgeving dan aan m’n benen. Het landschap is inmiddels enorm wit. Waar het eerst nog om wat losse sneeuwveldjes ging, zie ik inmiddels muren van sneeuw voor me opdoemen. Hulde voor alle Franse sneeuwscheppers dat we hier kunnen fietsen. Fantastisch!

Langs een metershoge sneeuwwand fiets ik de laatste meters van de 2642 meter hoge Galibier. In de koude wind maak ik snel een selfie van het topbord en hijs me snel in een windjack. Op de top geniet ik samen met Jef, die op de Galibier zijn Maratona-vorm al goed te pakken heeft, van de geweldige uitzichten én van een Fransman die zijn auto uit een dikke laag sneeuw aan het scheppen is.

Als ook Rogier even later de top bereikt maken we nog een groepsfotootje en starten we onze spreekwoordelijke motoren voor een adembenemende afdaling. De Galibier is een beest, doet soms pijn, maar man: wat is ‘ie onvergetelijk mooi!

Rit op Strava