De verleiding en beproeving van de Col des Tentes

Na ruim drie weken Arcizans-Avant heb ik alle beklimmingen van mijn verlanglijstje kunnen afvinken. Eén col schreeuwt nog om beklommen te worden: de Col des Tentes. Deze lange beklimming moet een heerlijke uitsmijter van de vakantie worden.

Waarom de Col des Tentes zo aantrekt? Ik weet het niet precies. Misschien omdat ‘ie in een volgens de verhalen schitterend gebied ligt, vlakbij de Cirque de Troumouse en de Cirque de Gavarnie. Of het is de top, die op een aanlokkelijke hoogte van 2200 meter ligt. Het kan ook de uitdaging zijn van de lengte van de col: vanuit Pierrefitte is het een kilometer of 44 omhoog fietsen. En: het is al dagen bewolkt in ons dal. Volgens de voorspellingen schijnt op de Col des Tentes de zon!

Kortom: zat ingrediënten voor een gave rit. Is alles dan hosanna aan deze col? Niet helemaal. Ik ben namelijk niet bepaald de enige op de weg. Vanuit Pierrefitte rij ik eerst de inmiddels bekende en tamelijk drukke route naar Luz-Saint-Saveur. Heel storend vind ik de drukte niet, maar ik pak vanwege de rustigere route én extra hoogtemeters het leuke parallelweggetje via Chèze mee.

Polonaise
In de drukke straten van Luz-Saint-Saveur is het traditiegetrouw stapvoets rijden. Ik volg de borden naar Gavarnie. Samen met mij doen een andere miljoenmiljard toeristen dit ook. Gavarnie schijnt namelijk niet alleen onder meer met Europa’s hoogste waterval heel mooi te zijn, het is ook iets wat je blijkbaar in polonaise met de vele andere toeristen moet ondergaan.

De route tot Gavarnie leidt dan ook over en brede, goede weg, waar heel veel toeristisch verkeer overheen dendert. Wel is het hier mooi. Ik geniet van de rivier rechts en de fraaie uitzichten voor me. Afzien is er niet bij. Slechts een enkele keer tik ik stukjes van 7 procent weg, meestal zijn hier de percentages een stuk milder.

In Gavarnie zie ik tussen wat huizen door de machtige ‘cirque’ en de waterval. Handig, scheelt een polonaise. Ik zie vooral veel toeristen die stinkend hun best doen om een parkeerplaats te bemachtigen.

Transformatie
Wanneer ik me door twee haarspeldbochten heb gewerkt, transformeert de Col des Tentes volledig. Hier is plotseling ruimte voor rust. Voor een prachtig decor, met rotsen en uitzichten die zich vrijwel plotseling melden. Én voor échte percentages. Waar ik vanaf Pierrefitte in zo’n 35 kilometer een kleine 1000 hoogtemeters overbrugde, moet ik er in de laatste 9 kilometer ruim 700 wegwerken. In dit deel gaat het niet langer over eenvoudig weg te trappen stukken van 3, 4 of 5 procent, maar liggen er continu – zoals het een goede klim betaamt – kilometers met 7 procent en hoger te wachten. In deze laatste 9 kilometer wordt dit ook netjes aangegeven op de kilometerborden, inclusief accurate afronding op decimalen.

In het decor van de Col des Tentes zitten af en toe een paar skiliften, maar de omgeving voelt vooral als heel natuurlijk aan. En het is mooi! In de laatste kilometers werp ik regelmatig een blik over mijn schouder om te zien of mijn lieve vrouw en kids, met wie ik een mooie wandeling op de top van de col ga maken, er al aankomen. Achteromkijken is daarnaast ook goed voor fijne vergezichten met een daarin een prachtige kronkelende weg die ik steeds verder afwerk.

Franse les
Op de col vraag ik me af wat ‘Tentes’ eigenlijk betekent. Een latere blik in een digitaal woordenboek leert dat het woord meerdere betekenissen heeft. Tente is tent. Dat zou de betekenis ‘Berg van de tenten’ maken. Zou kunnen, er staan hier af en toe wat tentjes (moet tof overnachten zijn hier). Ook zou tentes een afleiding kunnen zijn van het werkwoord tenter. Dit laat zich vertalen door woorden als verleiden en beproeven. Oók mooie vertalingen die goed bij deze col passen. Die verleiding herken ik en heeft me op deze col gebracht. Mijn benen vinden zeker de laatste kilometers de col ook meer en meer een beproeving.

Onder toejuichingen van mijn kids leg ik de laatste kilometers af. Waar in het laatste deel iedere kilometer netjes een bordje stond, is de onderhoudsploeg van de Tentes op de top even vergeten een finishbord te plaatsen. De traditionele topselfie ontbreekt daardoor, maar een foto met de kids is een meer dan uitstekend alternatief. Tijd voor de volgende verleiding en beproeving: onze laatste toffe wandeling van deze vakantie.

Route op Strava

Col d’Aubisque: lust voor het oog

De Aubisque. Dat klinkt alleen al mooi. En een dubbele Aubisque klinkt nog mooier! Deze Pyreneeën-reus is de volgende die ik ga bestieren en om met genoeg hoogtemeters ‘thuis’ te komen doe ik ‘m vandaag vanaf beide kanten. Hebben jullie meteen lekker veel Aubisque-leesvoer. 😊

De grote vraag is: waar begint de Aubisque eigenlijk? Vanuit de kant van Argelès-Gazost is dat niet zo eenvoudig. Begint ‘ie in Argelès? Begint ‘ie zodra de Soulor start? Of begint ‘ie op de top van de Soulor?

Toeristische route
Het zijn ingewikkelde vraagstukken. Ik rij ‘m vandaag vanuit Arcizans-Avant. Vanaf camping Du Lac sla ik linksaf en begin ik aan een golvende, voornamelijk stijgende route richting het plaatsje Arrens. Ik pak de toeristische route over toffe wegen, door mooie natuur en fraaie kleine dorpjes (wat zijn de Pyreneeën toch leuk) en voeg me pas bij Aucun op de drukkere D918. Als ik me meld bij Arrens, waar de Soulor begint, heb ik mijn eerste 350 hoogtemeters al achter mijn kiezen.

Heel bekend is de Soulor niet, althans niet voor mij. Toch kun je zonder deze col de wél heel bekende Aubisque niet op. Zie deze col een beetje als de Télégraphe die je niet kan negeren als je de Galibier op wilt. De Soulor is een brede autoweg met uitstekend asfalt. Er komt redelijk wat verkeer op voorbij, maar dat ervaar ik niet als hinderlijk.

8×8
Ik vind de Soulor vooral een toffe col. Uitgaande van Arrens als startpunt is ‘ie 8 kilometer waarin je gemiddeld 8 procent dient weg te duwen. In die 8 kilometer krijg je continu mooie uitzichten voorgeschoteld. Diverse ruwe Pyreneeën-toppen presenteren zich vanuit verschillende kanten terwijl je je naar de top toe werkt.

Op de 1474 meter hoge top van de Soulor ben ik meer dan opgewarmd voor het slotstuk van de klim: de Aubisque. Als je het profiel van de col niet hebt bestudeerd, riskeer je een hartverzakking bij het zien van het bord ‘Aubisque 12’. Nog 12 kilometer naar de top na alle hoogtemeters die al afgewerkt zijn? De realiteit is dat het wél 12 kilometer is naar de top, maar dat de route ernaartoe totaal niet ingewikkeld is. De weg daalt soms een beetje en er zitten kilometers van 3 à 5 procent tussen. Dat moet ook wel, want de top van de Aubisque heeft zich genesteld op een – voor een Pyreneeën-reus – bescheiden 1709 meter.

Indrukwekkend
Wat de Aubisque, en daarmee bedoel ik de 12 kilometer na de Soulor, vooral kenmerkt is het mega indrukwekkende landschap waarin je fietst. De uitgehakte weg in een steile rotswand is een lust voor het oog. Een blik naar rechts op deze weg doet je angstvallig beseffen dat je maar beter geen stuurfouten kunt maken, want de steile diepte is hier fors.

Waar ik me nu bevind is een van de mooiste stukken die ik in de Pyreneeën gefietst heb. Uiteraard fotografeer ik erop los. Wanneer zich een donkere en natte tunnel meldt, is het zaak om beide handen stevig aan het stuur te hebben. Ik zie geen hand voor ogen en stuiter naar het licht, in de hoop dat de weg geen rare fratsen voor me in petto heeft. Het is bijna niet voor te stellen dat de profs hier tijdens een Touretappe ook doorheen moeten denderen.

De laatste kilometers van de Aubisque nemen enigszins toe in stijgingspercentage en begeven zich wat meer in een graslandomgeving. Na 30 kilometer bereik ik de top, waar ik uiteraard een ‘topselfie’ maak en me kort op een van de twee terrassen posteer voor een colaatje en een fles water.

Deel 2
Tijd voor deel 2: de Laruns-kant van de Aubisque! Zoals je van een fameuze Tourcol kan verwachten, zijn het asfalt en de afdaling uitstekend van kwaliteit. Mijn oude Jan Janssen-fiets helaas wat minder. Wanneer ik mijn trappers stil houd begint er direct iets stevig aan te lopen. Met mijn niet al te vergaande mechaniekersvaardigheden besluit ik dat de beste oplossing gewoon meetrappen is. Niet ideaal, maar lekker doordraaiend bereik ik Laruns.

Ik rij het stadje een klein stukje in en als de weg niet verder daalt keer ik mijn fiets om en begin aan de ruim 16 kilometer lange stijgende terugweg. Tot nu toe heb ik mijn benen redelijk gespaard omdat ik wist dat mijn rit nog genoeg klimwerk zou bevatten. Nu ik over de helft ben, vind ik dat het tempo wel wat omhoog kan. Mijn benen voelen inmiddels ook al beter aan dan op de heenweg, waarbij ik ook aangename hulp krijg van de eerste kilometers; deze zijn vanuit Laruns met een procent of 5 lekker ontspannen.

Na een kilometer of 7 is het gedaan met de opwarmkilomters. Vanaf dan komt de klim nog maar zelden onder de 7 procent en krijg ik ook regelmatig stroken van 9 en 10 procent voor mijn kiezen. Dat moet ook wel, want het totale gemiddelde van de col vanuit Laruns staat op 7,1 procent.

Heilig water
Met de voorkennis van deel 1 van de rit is het vanuit Laruns meteen duidelijk waar de top van de Aubisque is gelegen. Ik fiets door bosrijke stukken, door halve tunnels (met open zijkanten bedoel ik dan) en door enkele plaatsjes, waarvan Eaux-Bonnes met het meeste aanspreekt. Niet alleen Lourdes beschikt in deze regio over heilig water; in dit plaatsje kun je óók je lol op als je klachten hebt, maak ik op uit diverse uitingen. Tussen alle bezienswaardigheden door blijft de top zich regelmatig in mijn vizier melden. Steeds dichterbij welteverstaan.

Wanneer ik het wintersportoord Gourette – niet te verwarren met de groente – bereik, geniet ik al even volop van geweldige, grote witte rotspartijen die zich in het decor gevoegd hebben. Mijn lichaam is door de hitte en inspanning inmiddels doorweekt (van het zweet, niet van heilig water) en ook de lenzen van mijn telefoon hebben het niet makkelijk. Ik doe dappere pogingen om de prachtige bergomgeving vast te leggen, maar zo mooi als het in werkelijkheid is, krijg ik niet op de gevoelige plaat.

Op de top is het na een paar overwinningsfoto’s tijd voor een dikverdiende nieuwe cola én een tarte myrtille. Ik moet wel ‘par carte’ betalen, want onderweg ben ik mijn flappen (en zonnebrand) uit mijn zadeltasje verloren. De eigenaar probeert me te vertellen dat betalen alleen cash kan, maar ik vind een zoektocht richting Laruns en een derde beklimming van de Aubisque niet het allerbeste idee. Gelukkig blijkt de pin ineens toch te werken.

De oplettende lezer weet dat het vanaf de top nog ruim 30 kilometer is naar de camping. Ik geniet wederom van de heerlijke route en snel me naar ons lekkere stekkie, de provisiekast (aanvalluh is toegestaan na volgens mijn Garmin 5500 verbrande calorieën) en het zwembad. Plons!

Rit op Strava

Rechtdoor door de wolken op de Tourmalet

Als wielrenner op vakantie bij Argèles -Gazost waan je je een kind in de snoepwinkel. De Pyreneeën-reuzen hier zijn zo talrijk dat ik bijna last krijg van keuzestress. Eentje die absoluut niet ontbreken mag is de iconische Tourmalet. Vandaag staat deze veelbelovende col op het menu.

Net als naar Luz Ardiden rij ik vanuit onze camping in Arcizans-Avant het leuke colletje af naar Pierrefit om de weg naar Luz-Saint-Saveur te pakken. Deze route luistert naar de naam Gorges de Luz en – je verwacht het niet – loopt door een mooie kloof. Rechts van me stroomt in de diepte een riviertje, links rijden behoorlijk wat auto’s. De weg is druk, maar niet te hinderlijk. De Fransen passen daarnaast, zoals de borden hen ook sommeren, de anderhalvemeterregel lief toe, zodat ik me veilig een weg baan naar de mooie cols.

Vandaag verlaat ik de D921 om linksaf het weggetje via Chèze mee te pakken. Mijn bovenbenen voelen de hele dag al stijfjes aan van de stevige bergwandeling van gisteren. Dit colletje helpt me om de boel een beetje los te fietsen. Nou, dat zit wel goed. Dit weg naar Chèze is zo’n 1,5 kilometer en komt maar zelden onder de 10%. Ik ben warm!

Gieren!
Na Chèze volgt het dorpje Saligos. Vlak voordat ik de afdaling naar de D921 wil inzetten zie ik een grote groep gieren voor me. In dit gebied hebben we al een aantal keren zo’n groep indrukwekkende roofvogels bij elkaar gezien, maar zo dichtbij als nu is helemaal uniek. Sommige gieren zitten op iets van 10-15 meter van me vandaan. Mijn voeten staan aan de grond, mijn telefoon ligt in mijn hand.

Ik rij via Sassis het drukke Luz-Saint-Saveur binnen en volg de borden naar de Tourmalet. Zodra ik het stadje uit rijd gaat de weg omhoog. Het begin is rustig. Met percentages tussen de vier en zeven procent kom ik er de eerste drie, vier kilometer lekker in.

De weg is breed, het asfalt goed (kan niet missen als je zó vaak in de Tour de France wordt opgenomen) en langs de weg staat iedere kilometer netjes uitgelegd hoever je nog moet en hoe steil de komende kilometer is. Voor een Pyreneeën-col zijn de percentages niet enorm afwisselend. Na de eerste paar kilometer geven de borden vrijwel de gehele col percentages tussen de zeven en negen aan.

Hallo zon
Waar ik onze mooie Camping du Lac in de bewolking achter me liet, toont de Tourmalet me een van de lekkere voordelen van berglandschappen: hoe hoger ik me meld hoe meer de zon het wint van de bewolking. Na een eenvoudige kilometer halverwege van 4-5 procent, is het laatste dunne laagje bewolking verslagen en rij ik in een strak blauwe lucht.

Op de Tourmalet vertoont de weg maar weinig bochten. Hierdoor zie ik vanaf een kilometer of acht van de finish al de top, die in een fraaie kom ligt genesteld. Vanaf dit moment wordt de col ook écht mooi. De bomen maken plaats voor ruig berglandschap. Om me heen melden zich diverse ruige bergtoppen.

In het berglandschap is hier wel de hand van de mens goed zichtbaar. Op de col zijn behoorlijk wat skiliften te vinden. Er is zelfs iemand geweest die heeft bedacht om op een 2876 meter hoge bergtop (Pic du Midi) een gebouw neer te flikkeren om sterren vanuit te kunnen bekijken. De top met zijn oostblokachtige gebouw maakt links in de verte regelmatig onderdeel uit van mijn uitzicht.

Save the best..
De laatste paar kilometer zijn prachtig. Ik maak veel foto’s van de schitterende bergtoppen om mee heen. Zoveel dat ik soms vergeet een beetje door te trappen, wat me de rest van de col aardig lukte. De laatste anderhalve kilometer vind ik het een beter idee om mijn telefoon meer in mijn zak te laten rusten. De Tourmalet bewaart het beste namelijk tot het laatst: de laatste 1500 meter kom je niet meer onder de tien procent.

Na een kleine 40 kilometer rijd ik de smalle, 2115 meter hoog gelegen top over en moet bijna in de rij om mijn traditionele ‘topfoto’ te maken. En nu is het tijd voor een terras!

Met een cola achter mijn kiezen en vers water in mijn bidon ga ik de afdaling in, die geweldig is. Het heerlijke asfalt, de weinige bochten en daarmee het fijne overzicht maken dat je de remmen vaak geheel los kan laten. De tegenwind is vandaag wel spelbreker voor het behalen van écht hoge snelheden.

Zo, de Tourmalet krijgt een vinkje achter zijn naam. Hij is met zijn 19 kilometer à 7,4% bepaald niet mals. Al onderweg bedenk ik me dat ‘ie heel tof en mooi is, maar nét geen 5 sterren krijgt in mijn lijst met favoriete cols. Dat een prachtige icoon als de Tourmalet daarmee buiten mijn top 10 gaat vallen doet me realiseren dat ik een bevoorrecht mens ben. Amen. 😊

Rit op Strava

Verrassend leuk: Luz Ardiden

Hoewel Luz Ardiden een begrip is in het wielrennen, zijn mijn verwachtingen vandaag wat getemperd voor de rit naar de 1715 meter hoge top. Een sikcol waarbij het skistation of -dorp ook het eindpunt is, zijn doorgaans namelijk niet de allertofste. Luz Ardiden is een lekkere uitzondering!

Nog maar een paar weken geleden demonstreerde Pogacar in de Tour de France op de col van Luz Ardiden dat ‘ie aardig kan fietsen. De berg is sowieso een bekende, die regelmatig in het parcours van de Tour de France opduikt. Natúúrlijk moet ik dat ding ook op.

Vanuit Arcizans-Avant begint de route naar de voet van ‘de Ardiden’ met een afdaling naar het plaatsje Pierrefitte. Vervolgens staat de doorgaande weg naar het bekende wielerstadje Luz-Saint- Saveur op het programma. Deze route is tamelijk druk, maar ook heel mooi. Met hoge rotsen om me heen en een riviertje dat me tegemoet stroomt, valt er genoeg te genieten. Ook is de route een lekkere warming-up. Het tegemoet stromende water verklapt al dat de weg hier (enigszins) omhoog loopt. Een beetje doortrappen is het devies hier.

Voor Luz-Saint-Saveur, een druk stadje waar je niet moet zijn als je keihard door wilt fietsen, pak ik de afslag naar Sassis. Via deze rustigere route kom ik op de rotonde vanwaar het feest kan beginnen. Rechtsaf en los geht’s: ik ben begonnen aan de Luz Ardiden!

Goed geregeld!
Zoals het een skicol betaamt leidt de route over een brede weg, waar een fantastische asfaltlaag op ligt. Dat hebben de Tour-mensen uitstekend geregeld! Op het fijne asfalt vind ik al snel een lekker ritme. Last van auto’s heb ik hier niet. Er rijdt opvallend weinig verkeer op de col. Dat is niet heel raar, want op de top is verdomde weinig te doen. Er zijn geen liften en horecatentjes geopend, waardoor de enorme parkeerplaats een grote leegte is.

Hierdoor is de col in de zomer, in ieder geval vandaag, het domein van wielrenners. Samen met de andere wielrenners bevind ik me vandaag in wisselende omstandigheden. De voet ligt in bewolkt gebied. Donkere luchten dreigen dichtbij te komen, maar op de col wint de zon het, waardoor ik heerlijk in het zonnetje fiets. Ondertussen kan ik aanschouwen hoe wolkenpartijen zich om beurten op de col melden. Ik rij onder de wolken, in de wolken en uiteindelijk boven de wolken. Mooi!

De Ardiden is voor een Pyreneeën-col best regelmatig. Gemiddeld is ‘ie over een lengte van 13,9 kilometer 7,5%. Af en toe geeft mijn Garmin aan dat ik stroken van 10 en 11 procent aan het wegwerken ben, maar meestal zijn de percentages ergens tussen de 7 en 9. Een makkie is het niet, een lekkere col om op te sjezen wel.

Grote kom
De laatste paar kilometer, als de bomen het langzaam verliezen van de hoogte, bevinden zich in een heerlijk groen landschap. In een soort grote kom draait en keert de weg met vele bochten naar boven. Af en toe staan hier wat skiliften in de natuur, maar dit doet weinig af aan de heerlijke omgeving. Ook de uitzichten op het dal en diverse bergtoppen zijn mooi in deze kilometers.

Oók heel mooi: hoe hoger je komt, hoe toffer het is om terug te kijken op de weg die je hebt afgelegd. Op het laatste deel van de Luz Ardiden kan je namelijk kilometers van de afgelegde route achter en onder je zien kronkelen. De col doet met al zijn haarspeldbochten een beetje aan de Stelvio denken.

Snelle foto
De top van de Ardiden is een grote, vandaag dus lege, parkeerplaats, een skistation waarop je met koeienletters wordt verteld dat je op Luz Ardiden bent en de fraaie, groene bergkom met liften en pistes. Ik rij de parkeerplaats op om een mooi uitzicht te hebben op de route die ik zojuist gereden heb. Het uitzicht is tof en indrukwekkend! Ik moet snel zijn om een ‘Stelvio-foto’ te nemen, omdat de volgende partij wolken komt aandrijven om het fraaie uitzicht te verstoren.

Op de terugweg is mijn plan af te dalen via een kleiner weggetje dat langs het plaatsje Viscos leidt. Het asfalt en de afdaling zijn zó lekker en de weg naar Viscos zó goed verstopt dat ik de route helemaal naar Luz-Saint-Saveur afdaal. Wat een heerlijke afdaling!

De terugweg naar Arcizans-Avant is een kwestie van doorblazen. De weg loopt ligt af en ondanks de stevige tegenwind, die hier volgens mij vrijwel dagelijks raast, is het lekker racen hier. Het colletje van Pierrefitte naar de camping is een fijne afsluiter van een fijne kennismaking met de volgende legendarische Pyreneeëncol. We gaan lekker!

Rit op Strava

Goed gevonden: top rondje vanuit Argelès-Gazost

Als ik één nadeel moet noemen van de fietsomgeving van Argèles-Gazost is het dat het ingewikkeld is om rondes te fietsen. De meeste ritten betreft een retourrit naar een of enkele bergtoppen. Maaaarr.. een van de mooie uitzonderingen is een heerlijke rit van een kleine 70 kilometer, waarin je drie cols voor je kiezen krijgt.

Zoals al mijn ritten deze vakantie begint ook deze rit in Arcizans-Avant, vanaf camping Du Lac. Vanaf de camping sla ik linksaf om de heerlijke rustige Pyreneeën-weggetjes op te gaan, waar geen vlakke meter te bespeuren is. Je kúnt de rit die ik vandaag op de planning heb ook met twee cols doen. Omdat ik me graag uitsloof heb ik een derde colletje toegevoegd: de Col des Bordères.

Lief en mild
Na het tussenstationnetje Sireix en al een paar lekkere stevige stroken is de Bordères de eerste langere col van vandaag, waar ik goed opgewarmd aan begin. Het eerste deel van deze klim is dezelfde route als naar de toeristische trekpleister Lac d’Estaing. Dit zorgt voor enig autoverkeer, maar desalniettemin is de weg hier meestal heerlijk relaxt, wat ook komt door een lief kabbelend beekje naast me en de milde percentages.

Bij de camping in het dorpje Estaing volgt een bocht naar rechts, waar ik niet alleen de route naar het meer vaarwel zeg, maar ook de aardige percentages. Vanaf hier kan ik aan de bak en zie ik mijn Garmin regelmatig vertellen over stroken van 9 tot 12 procent. De Col des Bordères is vanaf de camping zo’n 11 kilometer klimmen en met 1160 meter niet heel hoog, maar ik vind het lekker de top bereikt te hebben en me op te maken voor deel 2 van min rit: de Soulor!

Deel 2: de Soulor
De Soulor begint voor mij in het plaatje Arrens. Vanaf hier rij ik niet langer op smalle Pyreneeën-weggetjes, maar op een brede, fraaie asfaltweg. Met een gemiddelde van 8 procent over 8 kilometer is het hier serieus klimmen geblazen. Waar ik de Bordères nog redelijk beschut in bosrijk gebied rond trapte, biedt de Soulor volop uitzichten op prachtige bergtoppen om me heen. Meer over de beklimming van de Soulor lees je in mijn blog over mijn avonturen op de Aubisque.

De top van de Soulor is een splitsing. Je houdt links aan voor de geweldige Aubisque. Sla je rechtsaf, begin je aan de afdaling van de Soulor. En die is móói! Rechts van me zijn mooie hoge bergwanden waar ik me vergaap aan een groep van tientallen gieren die een meter of 30 boven met rondcirkelen. Zo veel en zo dichtbij heb ik ze nog niet eerder gezien, gaaf! En links van me bevindt zich het dal dat de Soulor en de Aubisque scheidt. De uitgehakte weg van de Aubisque lonkt verleidelijk naar me. Als een rupsje nooitgenoeg verlekker ik me al aan een volgende rit waarin ik deze col mag afwerken.

Ook de rest van de afdaling van de Soulor is heerlijk. Het is even opletten om de afslag naar col nummer 3 van vandaag niet te missen, maar na het dorpje Ferrières wijst zowel mijn Garmin als een bord me in de goede richting: op naar de Col de Spandelles!

8,4 procent
Ik heb nog nooit van deze col gehoord. Zoals ik meestal doe met nieuwe cols heb ik me ook bij de Col de Spandelles niet verdiept in de cijfers. En de cijfers zijn niet bepaald zachtaardig. Zoals bijna iedere col in deze omgeving is ook de Spandelles iedere kilometer uitgerust met een bord dat vertelt hoe leuk het de komende kilometer gaat worden. Op de Spandelles kan de vlag uit als je hier de melding krijgt dat je een kilometer van ‘slechts’ 7 procent tegemoet gaat. Veel vaker is het een bord met 8, 9 of 10 procent. Over 10 kilometer lang duw je een gemiddelde van 8,4 procent weg. Hoppa!

Ik voel me prima en kan de klim goed aan. De weg is super rustig. Veel van de route leidt me door bossen. Tussen de bomen door krijg ik ook heel regelmatig mooie uitzichten op het prachtige groene dal voorgeschoteld. De Spandelles kun je van twee kanten beklimmen (en ook afdalen, maar dat terzijde). Ondanks dat ik vandaag overduidelijk de zwaarste kant op race, ben ik blij dat ik vanaf deze kant de col beklim. De weg is zeer waarschijnlijk niet heel lang geleden opnieuw aangelegd, maar de gekozen aanpak is niet de allerlekkerste voor wielrenners. In plaats van een strakke laag asfalt neer te gooien, hebben de Fransen stratenmakers gekozen voor een of ander grind dat pas in het wegdek blijft zitten als er een miljoen mensen overheen gerold zijn. Vandaag blijven de steentjes regelmatig aan mijn wielen hangen, maar ik prijs me vooral gelukkig dat ik dit losse grind stijgend onderga in plaats van bij een afdaling.

De top van de Spandelles is uitgerust met een bord van de Spandelles. Punt. Verder is hier niets. Na een fotootje bij dit bord zet ik de afdaling in naar Argèles-Gazost. De weg best oké en stukken minder steil dan mijn klim van zojuist.

Via Argèles-Gazost heb ik nog één klimmetje te gaan om terug bij de camping te komen. Omdat ik zo lekker bezig ben, pak ik de steile route nog even mee naar Arcizans-Avant. Daarmee zet ik een rit van 68 kilometer op de teller waarin ik 2237 hoogtemeters verslind. Genieten!

Ook leuk: andersom!
Later tijdens de vakantie rij ik dit rondje grotendeels hetzelfde in omgekeerde richting. Dus eerst de Spandelles van de ‘makkelijke’ kant (volgens het topbord 13 kilometer à 6%) en vervolgens de Solour (12 kilometer à 7,5%). Beide cols zijn super rustig en ook vanaf deze kant heerlijk om te rijden. En ja, de afdaling van de Spandelles is er eentje om stevig met de handen aan de remmen te doen. Vandaag niet alleen vanwege het grind, maar ook vanwege de mist én loslopende schapen. Na de Soulor pak ik de Aubisque nog een keer mee en sla de Bordères op de terugweg over. Hier vind je deze tweede rit op Strava.

Rit (1) op Strava