De rauwe Gavia: take it or leave it

Mythisch. Heroïsch. Iconisch. Rauw. Aards. Ik zou er nog een serie dicteewoorden tegenaan kunnen slingeren om de Gavia te bewieroken. De illustere berg was vandaag het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van een rit met zo’n 2.500 hoogtemeters.

De mooiste rit van deze vakantie moest die naar de top van de Gavia worden. Het belooft ook de zwaarste te zijn, want naast de Gavia staat ook een dubbele beklimming van de Passo del Tonale op het programma.

Vanaf de camping in Darè vind ik de afstand naar de voet van de Passo del Tonale te gek om met de fiets te doen (58 kilometer). Met de fiets achterin de auto kachel ik voor de vijfde keer de klim van Madonna di Campiglio over. De uitzichten blijven prachtig.

Ik parkeer de auto in Vermiglio. Vanuit dit dorpje dacht ik aan de voet van de Passo del Tonale te starten, maar stiekem heb ik vier kilometer van de klim afgesnoept. Omdat er nog ruim tien over zijn en de Passo del Tonale vanaf de andere kant én de Gavia ook op stapel staan vandaag, neem ik de ingekorte versie voor lief.

Prima skicol
De Passo del Tonale is een regelmatige klim. Tot de laatste twee kilometer schommelt de stijging tussen de zes en acht procent, vertellen de keurige bordjes in de berm me iedere kilometer. Door deze percentages rijd ik met een redelijk tempo de col op. Wel hou ik vanwege het nog volgende klimgeweld iets over. De laatste twee kilometer zijn circa drie procent, waardoor ik met een lekkere vaart het skioord Tonale in rijd.

Bijzonder aan de col is dat ik onderweg geen enkele haarspeldbocht tegenkom. De weg is breed en goed en slingert richting het skigebied. Voor een skicol is ‘ie eigenlijk gewoon prima. Links reist gedurende de hele rit een fraai uitzicht op de machtige Dolomieten-toppen, inclusief besneeuwde, met me mee. Wel weet behoorlijk wat verkeer deze weg te vinden.

Typerende start
Ook in de afdaling is de weg van uitstekende kwaliteit. Na zo’n tien kilometer stopt de benedenwaartse richting van de weg en begint ‘ie weer te stijgen. Af en toe verschijnt de naam van de Gavia al op verkeersborden, maar het is me niet duidelijk of ik al met de iconische col gestart ben. Het blijkt typerend voor de col, maar daarover later meer.

Na een kort stukje vals plat rij ik bij het plaatsje Sant Apollonia weer langs een bord met daarop de naam van de Gavia. En dat ‘ie geopend is. Fijn! Dit moet dus de echte start zijn. De weg is hier breed en gaat meteen flink omhoog. Hoeveel procent? Mijn Mio schotelt me regelmatig tien procent en meer voor. Mijn benen geloven dit best. Bordjes met percentages hoef ik niet te verwachten op deze klim.

Audi’s en motoren
Al snel verandert de brede weg in een smal weggetje, waar geen vrachtwagens of aanhangers mogen komen. Dikke Audi’s en Mercedessen, waar er nogal wat van rondrijden in de Dolomieten, wurmen zich regelmatig met passen en meten door de krappe passages heen. De miljoen miljard motoren die hier (helaas) rondrijden, hebben daar een stuk minder last van.

Geen rode lopers
De smalle weg geeft de Gavia veel charme. De col onderscheidt zich hiermee ook van vele andere fameuze beklimmingen, die vaak over bredere wegen gaan. En over beter onderhouden wegen. Want de Gavia heeft een tamelijk dramatisch wegdek. Gek genoeg vind ik dat totaal geen probleem. Een smalle weg, een slecht wegdek, een amper verlichte tunnel en geen informatiebordjes (de enige ‘infobordjes’ die je hier vindt zijn robuuste blokken steen waarin staat gebeiteld hoever je van de top bent én dat je op de Gavia bent – joepie!). Tel daarbij op de ruige omgeving met de woeste bergtoppen en – zeker het laatste deel – de rotsachtige nabije omgeving en het beeld van de Gavia is geschetst. Geen commerciële poespas, geen rode lopers voor mooi weer fietsers. De Gavia is rauw en aards. Take it or leave it. Of beter nog: love it.

De uitzichten op de Gavia zijn waanzinnig. Zowel links, voor als achter me kijk ik uit over het diepe dal. De omgeving is enorm groen. Het groen wordt alleen onderbroken door enkele verre watervallen, sneeuwtoppen en de even rauwe als fraaie rotsachtige toppen.

Ook permanent onderdeel van mijn uitzicht: een ranke Italiaanse wielrenner die me de eerste kilometers van de klim inhaalde. Hij komt echter niet weg en blijft de hele rit maximaal 200 meter voor me rijden. In de laatste anderhalve kilometer rij ik hem met een innerlijke grijns weer voorbij. Gewonnen! 🙂

Eindsprint
De laatste paar honderd meter is het eenvoudigste deel van de robuuste klim. Zeker na de vele stukken van rond de tien procent voelt de vier procent als een makkie en knal ik met een eindsprintje naar de levendige top. Op de 2652 meter hoge top wemelt het van de motorbaasies en wielrenners. Ik loop een rondje en kom onder meer een beeld van Fausto Coppi, een bescherm-Maria en een grote bel tegen. Die mag je vast luiden als je de top bereikt hebt, denk ik, dus zo geschiedt. Uiteraard ontbreekt ook de op-de-top-selfie niet.

Na een heerlijk bord spaghetti en een cola bij de gezellige rifugio Bonetta maak ik me op voor de afdaling. Gehuld in een windjack duik ik richting het dal. Maar echt duiken wordt het nooit. De smalle weg, de vele onoverzichtelijke stukken, het slechte wegdek, een donkere tunnel: goed dalen is hier niet mogelijk. Vanaf het moment dat de weg weer breder wordt, komt mijn tempo pas in de buurt bij iets dat op daalsnelheden lijkt.

Ik rij dezelfde weg terug en beklim de Passo del Tonale nu vanaf de andere kant. De weg is net als een paar  uur eerder nog altijd breed en goed, da’s fijn. De klim gaat me ondanks de eerdere beproevingen van vandaag nog prima af. De Passo del Tonale voelt alleen wel als een tweederangs col na het eerdere klimgeweld van vandaag.

Strijden om plek drie
De afdaling naar Vermiglio is heerlijk. Weinig bochten en – ook hier nog altijd – een goede weg. Mijn teller tikt af en toe snelheden van boven de 70 aan. In Vermiglio gaat de fiets in de auto en rij ik opgetogen naar de camping. De Gavia was geweldig. De Stelvio en de Ventoux blijven echter de hoogst geklasseerde op mijn favorietenlijst. De Gavia en de Izoard strijden om plek drie. Over de volgorde moet ik nog een nachtje slapen.

Videocompilatie van de rit naar de Gavia

Recensievlog

Het avontuur op Strava

Mijn andere Dolomieten-ritten van de zomer van 2017

12 juli: ‘Opwarmen’ op de Passo’s Daone en Durone
15 juli: Excursie met hoogtemeters in Val Genova
18 juli: De typische ‘skicol’ Madonna di Campiglio
26 juli: Klimrondje vanaf de camping (geen blog, zie Strava of deze video)

De typische ‘skicol’ Madonna di Campiglio

Beklimmingen naar skigebieden zijn niet de mooiste klimritten. Ik weet niet meer wie het ooit zei, maar het klopt als een bus. Dat ervoer ik vandaag weer met mijn retourtje naar Madonna di Campiglio of naar Passo Campo Carlo Magno, zoals de top van de klim in anderhalve regel officieel heet.

Om misverstanden te voorkomen: ik vind iedere klim mooi! De heerlijke luchten, sferen en uitzichten die de bergen me bieden gecombineerd met de strijd tegen de hoogtemeters: I love it. Maar er zijn nou eenmaal verschillende gradaties. En beklimmingen naar skigebieden behoren niet tot de gradatie allergeweldigst. Dat was ook eerder al mijn ervaring met de Alpe d’Huez.

Opletten
Om de Madonna de Campiglio kan je in de nabije omgeving van de klim niet heen. Dat komt natuurlijk hoofdzakelijk door de naam van dit skidorp. Maar ook de klim krijgt aardig wat aandacht. Zo staat er in het centrum van Pinzolo een bord met informatie over de col en bevat de route kilometerbordjes die je vertellen hoe ver en hoog je bent en wat je de komende kilometer aan percentages kan verwachten. De oplettende lezer kan van de bordjes afleiden dat de top van de klim niet dezelfde bestemming is als Madonna de Campiglio. De top is zo’n vier à vijf kilometer verder. Dat je het weet.

Ik rij de klim vanaf de kant van Pinzolo. De gehele klim gaat over een brede asfaltweg, waar naar mijn zin veel te veel verkeer overheen gaat. Een foto of video maken zónder een voorbij kachelende auto of vrachtwagen valt niet mee.

Het eerste deel van de klim is weinig spectaculair. De stijging is vrij mild en de omgeving niet spectaculair. De percentages van de hele col zijn trouwens mals: gemiddeld is de circa 15 kilometer lange klim 6,6 procent. Ik meen dat het percentage nergens boven de acht uitkomt.

Na enkele kilometers duiken mooie beelden van de omgeving op. Met name aan mijn rechterkant schotelt het gebergte – dat volgens mij het Brenta gebergte heet – schitterende uitzichten met ruige bergtoppen voor. Verder staat de col vooral in het teken van skitoerisme, met Madonna de Campiglio als voornaamste skioord.

Gezocht: goede afslag
In dat skioord, dat ik door vele drempels en een verboden-voor-fietsers-stukje niet heel fietsvriendelijk kan noemen, raak ik de weg naar de top kwijt. Er zijn diverse afslagen, maar ik kan niet ontdekken welke afslag me naar mijn einddoel leidt. Dat komt ook omdat ik me er niet van bewust ben dat de top de Passo Campo Carlo Magno – Amen – heet. Met wat hulp van een Italiaanse blondine stuur ik de juiste kant op en pak de laatste kilometers. Er lijkt – valt me tijdens een later bezoek aan Madonna di Campiglio op – overigens een andere route te zijn, waarmee je de drukte van het skidorp kunt omzeilen.

De top is typerend: rechts kijk je uit op het fraaie gebergte, links rijzen diverse appartementencomplexen de grond uit. Voor die complexen loopt de drukke weg, waar het verkeer stoïcijns overheen blijft denderen.

De afdaling loopt lekker, maar door tegenwind, bochten en het verkeer zijn mijn snelheden niet indrukwekkend. Mijn rit bedraagt vandaag ruim 62 kilometer, waarin ik 1.200 hoogtemeters afleg. De Madonna de Campo di Magno di Carlo di Giglio vink ik van mijn lijstje af!

Videocompilatie van de rit naar Passo Campo Carlo Magno

Recensievlog

Het avontuur op Strava

Excursie met hoogtemeters in Val Genova

Twee onorthodoxe cols staan vandaag op het menu: de Val Genova en de Val di Sant Valentino. Een route waar ik me meer toerist dan wielrenner voel.

Vanaf Darè gaan de eerste vijftien kilometers langs een riviertje waarvan het water me tegemoet stroomt. De weg stijgt dus licht. De Val Genova begint kort na Pinzolo. Waar de weg rechts naar de klim het skigebied van Madonna di Campiglio, sla ik linksaf: de Val in.

Mooie wielrenbestemmingen
Deze vallei is me aangeraden door een plaatselijke VVV-dame, toen ik haar om mooie wielrenbestemmingen vroeg. Al snel kan ik zien dat de dame geen woord heeft gelogen: het is mooi hier! De smalle weg is de eerste kilometers in het groen gelegen. En naarmate ik verder rijd, wordt het almaar mooier. Het begint met vergezichten op het ruwe gebergte om me heen: zowel ver vooruit als links en rechts, zijn schitterende, rotsachtige toppen te zien.

Vrijwel de gehele route fiets ik langs een schitterende beek. Soms rustig, maar veel vaker gutst het water er wild doorheen. Dat kan ook niet uitblijven in deze omgeving, die bekend staat om zijn vele watervallen. En jemig, wat zijn er hier veel en wat zijn ze mooi! Een keer fiets ik – tussen de toeristen door – vlak langs een enorme waterval. Ik voel de dunne druppels op mijn gezicht. Heerlijk.

En zo gaat het de hele rit: ik ben meer bezig met mijn omgeving dan met de klim. Want de klim is er wél. De hele klim naar Val Genova is, startend vanuit Pinzolo, uiteindelijk 18 kilometer tegen een bescheiden gemiddelde stijging van 4,7 procent. Val Genova is voor mij dan ook meer een excursie met toevallig wat hoogtemeters  (toch nog zo’n 850 in totaal) dan de beklimming van een col. Maar wát vreselijk mooi!

Recensievlog op de ’top’ van Val Genova

De afdaling doe ik niet full speed. Dat is ook niet handig gezien loslopende koeien en toeristen, de staat van het wegdek (bij tijd en wijle is het een stuiterballenafdaling) en enkele tegemoetkomende bussen of auto’s. Wat trouwens ideaal is aan de route: vanaf halverwege zijn er geen auto’s op de weg toegestaan. Daar rijden alleen bussen. Dat betekent dus weinig verkeer en in alle rust fietsen. Wel frustrerend: de toenemende aantal e-bikes. Terwijl ik me soms een ongeluk trap, word ik door veel te zware huisvrouwen op het gemakkie voorbij getrapt.

Video: stomme e-bike in Val Genova

Na de mooie retourrit heb ik er zo’n 50 kilometer op zitten, maar de benen voelen aan alsof ze nog wat extra kilometers wensen. Ik rij terug naar Darè om daar de Val di Sant Valentino in te rijden. Ik heb me zoals altijd niet enorm verdiept in het profiel van deze route; ik laat me graag verrassen. Wel wist ik dat de klim tot een paar honderd meter minder hoogte ging dan Val Genova. Ik stel me dan ook een niet al te zwaar toetje voor.

Maar jééémig, de weg vliegt de lucht in. Het begin kom ik nog aardig door, maar ik moet er soms uitzien als een zwalkende Bauke Mollema. En dan komt het bord. Met daarop: 20% voor de aankomende 800 meter. Ik rij, nee: zwalk, op een skihelling. Omhoog, hè? Ik kan er niets aan doen, maar moet mijn principe dat ik al jarenlang met succes hanteer – stoppen op een klim is een doodzonde – loslaten. Ik stop. In totaal twee keer zelfs op deze piste. Au!

Ondanks de helling is ook de Val di Sant Valentino heel fraai. De groene omgeving, de uitzichten op mooie bergtoppen en een rustige beek verzachten de pijn enigszins. Maar de omgeving kan bij lange na niet op tegen die van Val Genova.

Ik eindig mijn rit bij rifugio Gorck, waar een corpulente oude dame me een bord penne met champignons serveert. Het ziet er meer dan eenvoudig uit, maar smaakt me uitstekend. Al mag dat op dit moment geen graadmeter zijn. Een gesprek in gebrekkig Italiaans, Duits en Engels maakt me wijs dat ik vanaf het rifugio niet verder kan rijden over verharde wegen. Dat komt best uit! 🙂

Ook deze klim is regelmatig een stuiterballenafdaling. En dat deel met die 20 procent is ook verre van ontspannen. Na 74 kilometer ben ik blij om met enorm veel voldoening de camping weer op te rijden.

Videocompilatie van de rit naar Val Genova & Val di Sant Valentino

Het avontuur op Strava

 

‘Opwarmen’ op de Passo’s Daone en Durone

Mijn eerste Dolomietenrit van 2017 is een mooi opwarmertje, denk ik. Op het programma staat een rondje van bijna 60 kilometer met daarin twee onbekende, niet al te ingewikkelde cols. Of passo’s, om het lekker Italiaans te houden.

De eerste col is de Passo Daone. Ik had er nog nooit van gehoord. Hij begint op enkele kilometers van de camping. Direct na het minuscule plaatsje Ches begint de anoniem gelegen klim. Anoniem is ‘ie niet in zijn stijgingspercentages. Mijn Mio, die soms nogal genereus is met z’n percentageschattingen, schotelt me voortdurend 9, 10, 11 en 12 procent voor. Mijn benen denken dat dit best reëel is.

10,6 procent
De klim gaat over een klein weggetje met een niet al te best wegdek. Aan weerszijden is er volop bos, waardoor er zelden mooie uitzichten zijn. Toch vind ik de klim gaaf, vooral omdat ‘ie zwaar en uitdagend is. Uiteindelijk is de Passo Daone (vanaf de kant van Pinzolo) zo’n zes kilometer tegen – volgens Strava – een gemiddeld percentage van 10,6 procent. Als ik op de top ben, ben ik bijna een uur aan het fietsen, waarin ik nog geen negen kilometer heb weggetrapt. Welkom terug in de Dolomieten!

De afdaling van de Passo Daone is heerlijk. Hier is de weg breed en goed geasfalteerd. Mijn teller reikt een keer boven de 70. Tussendoor geniet ik van mooie uitzichten.

Balkonroute
Na de afdaling gaat mijn rit naar Ragoli, over de SP34. Een klein jaar geleden reed ik de balkonroute bij de Alpe d’Huez. De SP34 doet me aan deze balkonroute denken. Een mooi weggetje tegen een berg aan gelegen met geweldige uitzichten. Ook passeer ik een fraaie waterval.

Na een korte afdaling en wat meters door een dorpje staat de tweede klim op het programma: de Passo Durone. Of Passo Duron, de Italianen houden er namelijk twee namen voor deze Passo op na. De Passo Durone, dat klinkt iets lekkerder, is een niet al te spectaculaire klim over een brede, goede weg. De percentages zijn mild: zelden komen ze boven de zeven procent. Doordat de klim tien kilometer telt en door de Passo Daone die al in mijn benen zit, ben ik blij de top te bereiken. Ik keer 400 meter om en nestel me op het terras van een restaurantje. Een colaatje (daar is ‘ie weer, alleen op bergtoppen drink ik het suikerdrankje) en een bord tagliatelle samen me voortreffelijk!

De afdaling is breed en gaat over goed asfalt. Heerlijk dalen dus, met een topsnelheid van ruim 75 kilometer per uur. Een stukje over de drukke SS 239 en vervolgens het veel relaxtere fietspad brengen me terug bij onze fijne camping Val Rendena. Het opwarmritje was veel steviger en mooier dan ik me vooraf voorstelde. Heerlijk!

Videocompilatie van de rit over de Passo’s Daone en Durone


Het avontuur op Strava