La fête de la Bonette

Voor een beetje wielerliefhebber is de Col de la Bonette reuze bekend. Dat heeft weinig te maken met de Tour de France, want deze schitterende berg is vreemd genoeg pas drie keer in het routeschema opgenomen. Zijn toch grote bekendheid zal de Bonette onder meer te danken hebben aan zijn titel ‘hoogste weg van Europa’. En die gaan wij vandaag opsjezen!

Aan de voet van de col hebben de plaatselijke autoriteiten hun best gedaan om iedereen tussen de oren te prenten welke berg de hoogste weg van het Europese continent heeft. Diverse bordjes, maar ook toeristische boekjes en andere communicatiedragers, laten er geen misverstand over bestaan. Over hoe hoog de col precies is worden de promotors het niet helemaal eens. Gezien de verschillende uitingen moet het ergens tussen de 2802 en 2807 meter zijn.

Vanuit Barcelonnette is het een kilometer of tien vals plat omhoog tot de afslag naar de Bonette. We zijn goed warm gedraaid als we de klim op sturen. We gissen waar de weg ons heen zal leiden, overal zien we bergtoppen. Na de kleine sneeuwhoopjes die we de laatste dagen op de lager gelegen cols zagen, weten we in ieder geval vrijwel zeker dat we vandaag tussen de sneeuw zullen fietsen, wat altijd iets magisch heeft.

Meteen na de start schotelt de Bonette rust en schoonheid voor. Hoewel het een doorgaande weg is, valt de hoeveelheid verkeer mee. Lelijke skioorden of ander toeristisch gedoe komen we op deze berg niet tegen. Het is een en al natuur. In het begin is dat even in een bos, maar al snel worden de bomen vergezeld door imposante rotswanden. Binnen een aantal kilometer klimmen hebben we de eerste uitzichten in diepe afgronden al te pakken. De start is uitstekend!

Het leuke aan de Bonette is: het blijft de hele rit zo uitstekend! Overal om ons heen is er groen, stromend water en volop witte toppen als uitzicht. Een aantal kilometer onder de top nestelen we ons ook echt tussen de sneeuwvelden. Links en rechts liggen afwisselend bescheiden en dikke pakken naast de weg. Dit is een van de mooie voordelen van wielrennen in de bergen in juni. Fotograferen maar!

Bijzonder aan de klim van de Col de la Bonette is dat er vrijwel overal op de uitstekende asfaltweg een fietspad is uitgezet. Kilometerpaaltjes zijn wel een zeldzaamheid. We zien er exact eentje, op een ‘steenworp’ van 19 kilometer onder de top.

De afstand van de klim is vanuit Jausiers zo’n 24 kilometer. Het gemiddelde percentage bedraagt 6,7 procent. Omdat de percentages vrijwel nooit boven de 9 komen is de col niet super moeilijk. Des te beter lukt het om te genieten van de oogstrelende omgeving. De lengte maakt ‘m wel zwaar. Gelukkig ervaar ik zelf weinig hinder van fietsen op grote hoogten, maar anders is dat ook nog een extra hindernisje.



Een kilometer of drie onder de top schotelt de Bonette een lief stukje voor met percentages tussen de 2 en 5 procent. Maar dan: het echte werk. Zei ik dat de percentages niet boven de 9 komen? Er is een klein deel waar dat niet voor geldt: de Cime de la Bonette. Deze lus, waarschijnlijk bedacht door slimme marketingjongens om van de Bonette de hoogste weg van Europa te maken, is met ruim 10 procent een heerlijk toetje voor de benen.

Officieel mogen we vandaag de cime niet berijden. Een aangelegd sneeuwmuurtje en een shovel versperren de weg. Maar daar kunnen we best langs! Omdat het zondag is zijn er geen ijverige wegwerkers die me tegenhouden, waardoor ik stoempend en vooral genietend het laatste stuk wegtrap. Rechts naast me is een grote sneeuwmuur met een stroom van smeltwater, op de weg liggen stenen en keien waar ik omheen slalom. En links zie ik duizelingwekkende uitzichten.

De temperatuur op deze 2800 meter hoogte is behoorlijk fris, zeker als de stevige wind zich af en toe meldt. Dat weerhoudt me er niet van uitgebreid een mediarondje te doen. Foto’s van de uitzichten, de topfoto en een vaderdagsvlog voor het thuisfront ontbreken niet. Als even later ook Rogier zich meldt op de top, voegen we daar nog een extra shoot aan toe.

We dalen de andere zijde van de cime af, wederom slalommend tussen de keien en naast een sneeuwmuur, en zien twee gieren machtig rondzweven, op zoek naar marmotten die hier regelmatig ronddartelen. Op de kruising (de soort subtop, zeg maar) vinden we Jef, waarna we ingepakt onze daling inzetten. Mijn ogen krijgen geen genoeg van het waanzinnig mooie landschap, de Bonette is een pláátje!

We knijpen bij een idyllisch en fraai gelegen bergrestaurantje (met iets met 2000 meter in de naam) in de remmen en verorberen een uiterst smaakvolle lunch met onder andere eendenborst en lamskotelet.

Met volle magen denderen we de afdaling naar Barcelonnette verder af. Omdat het de laatste dag van onze trip is, plakken we er nog een klein toetje aan vast: de klim naar Super Sauze! Die we Super Sausie noemen, dat klinkt veel leuker.

Jef probeert de klim anderhalve kilometer voordat hij zijn stuur 180 graden omgooit en zijn route naar welverdiende koude biertjes in Barcelonnette inzet. De klim vat qua zwaarte wat tegen, omdat we eerder lazen dat het gemiddelde van de 9,5 kilometer lange col rond de 5 procent zou liggen. Na vier kilometer met grote stukken van 8 procent houden we onszelf voor dat het écht een keer lichter moet worden. Overigens komen niet alleen onze verwachtingen over de steilte niet uit; ook onze verwachtingen van de aantrekkelijkheid van de col zijn onjuist. De Super Sausie is, zeker voor een skicol, met een mooie omgeving en goede uitzichten alleraardigst.

Mijn benen zijn vandaag sterk en de laatste kilometers van de Super Sausie lenen zich prima voor een versnelling; daar ga ik dus! De laatste twee kilometers zijn het beloofde makkie; hier is de weg voor een groot deel vlak en zelfs dalend.

In het onaantrekkelijke skidorp maken we een kort rondje naar het hoogste punt, nemen een foto en beginnen de werkelijk heerlijke afdaling. Brede weg, goed asfalt en goed overzicht: brullen maar! We brullen door naar Barcelonnette waar we met een kleine 2300 hoogtemeters in de benen heel voldaan de finish van onze camping Le Tampico over rijden. Topdag! Toptrip!

Rit: the movie


Rit op Strava

Rondje ‘Les 3 cols’: verplichte kost

Naar dit rondje keek ik uit: drie cols, 3300 hoogtemeters in een rit van 120 kilometer. ‘Les trois cols’ is verplichte kost voor wielrenners als je in Barcelonnette bent. Ook als je je ergens binnen een straal van 100 kilometer van dit rondje bevindt eigenlijk. Deze ronde wil je niet missen.

Een beetje training is ook verplichte kost voor dit rondje. De ronde gaat over de toppen van de Col de la Cayolle, Col des Champs en Col d’Allos. Samen met Jef, mijn strijdmakker van vandaag, kies ik ervoor de cols in deze volgorde te doen. Vanaf onze camping in Barcelonnette (Le Tampico) barst het feest vrijwel meteen los. De Col de la Cayolle is vanaf de start een lust voor het oog. We beginnen onze rit om 9 uur en rijden de eerste stukken in een schaduwrijke omgeving met hoge rotswanden en een wild stromend riviertje naast ons.

De toon is gezet. Van voet tot top blijft de col een geweldige omgeving voorschotelen. Het riviertje vergezelt ons lange tijd. Bruggetjes brengen ons regelmatig van de ene naar de andere kant van het water, terwijl het water om ons heen van alle kanten zijn weg naar de rivier zoekt. Stroompjes en kleine en grote watervallen maken het landschap hier een schilderij. Mijn telefoon ligt continu in mijn hand om foto’s mee te maken.

De ‘Cayolle’ is met ruim 29 kilometer een lange klim, maar nooit wordt het echt zwaar. De percentages komen zelden boven de zeven. Toch overbrug je 1190 hoogtemeters en ben je op de top op 2360 meter hoog. Wij rijden de col half juni en genieten van sneeuwtoppen om ons heen. Gedurende de laatste kilometers zien we regelmatig een aantal volhardende pakken sneeuw langs de weg liggen.

Stoppen in afdaling
De eerste col hebben we prima verteerd, we zetten de afdaling in naar Saint-Martin-d’Entraunes, waar de tweede col van vandaag op ons ligt te wachten. De afdaling in één keer naar beneden racen zit er niet in. Het is hier veel te mooi om niet te stoppen. Dat doe ik dan ook een aantal keer. Om te genieten en foto’s en filmpjes te maken. Ik neem me voor dit gebied vaker te bezoeken, zó mooi!

Horde twee: Col des Champs
In Saint-Martin doen we een korte poging een tentje te vinden om wat extra water in te slaan, maar het dorpje is in ieder geval vandaag verre van bruisend. We stappen zonder vers water weer op en beginnen de 17 kilometer lange klim van de Col des Champs. De eerste kilometers gaan we ontspannen door het bos omhoog. De weg slingert hier lekker en in iedere bocht laat Jef duidelijk verstaan dat de buitenbochten zijn terrein zijn. Goed bedacht, want wat ontspanning kunnen de benen goed gebruiken.

Op het skioordje Val Pelens na komen we ook op deze col niets toeristisch tegen. De natuur regeert. Het is ook hier heerlijk rijden, helemaal als we de boomgrens gepasseerd zijn. Vanaf daar zijn de Alpenweiden groen, uitgestrekt en vergezeld met hier en daar witte bergtoppen. De percentages nemen stevig toe in de laatste kilometers. Voor het eerst in onze ronde zien we gedurende een paar kilometer lang de percentages schommelen tussen de 8 en de 10 procent. Jef bouwt een korte pauze in om met een hervonden krachten de top te bestormen, waar ik hem genietend van de prachtige uitzichten opwacht.

De afdaling leidt ons langs een aantal besneeuwde hellingen, waarna we het bos in duiken. Het asfalt is hier super goed, maar omdat de weg vrij smal en onoverzichtelijk is, boeken we hier geen topsnelheden. De afdaling is met 12 kilometer een stuk korter dan de klim en brengt ons in het plaatsje Colmars. Etenstijd!

Rogier sluit zich na een achtervolging met de auto in Colmars bij Jef en mij aan. Op het terras dat we selecteren worden we op zijn Frans welkom geheten: ‘La cuisine is fermé, jammer joh!’ Gelukkig bedenkt de Franse dame zich na onze onweerstaanbare charmes en schotelt ons drie hamburgermenu’s voor (want ‘jullie moeten dan wel allemaal het zelfde eten’). Prima. De hamburgers en Franse frietjes maken geen enkele kans tegen onze eetlust.

Klim drie: Col d’Allos
Met volle magen beginnen we aan de derde en laatste col van de dag: de Col d’Allos. Na de eerste twee heerlijke cols zijn we vol verwachting van deze klim. Zeker nadat Rogier ons vertelt hoe mooi de col vanaf de andere kant is, wat hij die ochtend al heeft ervaren.

Helaas komen we wat bedrogen uit. Het deel tussen Colmars en de top van de Allos is het minste deel van onze ronde. Wat wel fijn is: de percentages. Het eerste deel van deze ruim 23 kilometer lange klim zijn hartstikke mild. Ondanks de hoogtemeters in onze benen doet deze klim ons geen pijn. Pas na een kilometer of 15 gaat het tempo eruit. Deels door de percentages die langzaam oplopen, maar ongetwijfeld ook door de wegvloeiende krachten. Rogier werpt zich op als gids en loodst ons richting de top. Jef kiest ervoor af en toe een energy break te houden en rijdt de laatste kilometers solo.

Afdaling als uitsmijter
De 2250 meter hoge top voelt als een ware finish. Eindelijk kan de druk van de benen, fijn! We wachten even op Jef en zetten dan snel de afdaling richting Barcelonnette in. En wát een afsluiting is deze afdaling. Het contrast met de klim vanuit Colmars is mega. Aan de zijde van Barcelonnette heerst de natuur weer en wisselen grasvlakten, bosgebieden, steile rotswanden, watervalletjes en schitterende vergezichten elkaar continu af. De weg is niet super overzichtelijk, de afgronden diep en de fysieke staat wat vermoeid. Ook hier geen snelheidsrecords dus.

In Barcelonnette komt een einde aan onze waanzinnig mooie tocht van exact 120 kilometer. Had ik al gezegd dat deze ronde verplichte kost is voor iedere wielrennen die in de omgeving van Barcelonnette neerstrijkt? Tippie: ik denk zelfs dat ‘ie nóg gaver is als je ‘m tegen de klok in rijdt (beginnen met de Allos dus). Dan pak je het minst mooie deel met een afdaling en heb je extra de gelegenheid te genieten van de klim van de Allos vanuit Barcelonnette. Nou, kijk maar, hij blijft prachtig!

Rit: the movie!

Route op Strava