Fascinerende schoonheid naar La Bérarde

La Bérarde is de afsluiter van onze Alpendriedaagse. Qua naam kan de klim niet opboksen tegen grote jongens als de Alpe d’Huez en de Croix de Fer, maar qua schoonheid spant deze rit absoluut de kroon.

We vertrekken vanuit Le Bourg d’Oisans. Ivo en ik met de fiets, Rogier verkiest de auto en gaat verderop beginnen met de fietstocht. Tot aan de start van de ruim 27 kilometer tellende officiële route naar La Bérarde is de weg vals plat. Onze warming-up duurt zo’n tien kilometer, waardoor we opgewarmd aan het klimwerk beginnen. Het eerste deel van de klim is ook nog vriendelijk voor de benen. De percentages liggen hier rond de vijf procent.

Brienenoord
De benen voelen best aardig aan. Meer problemen heb ik met mijn kont. Na vandaag wil ik mijn zadel een week niet meer zien. Na zo’n acht kilometer worden de benen voor het eerst echt op de proef gesteld. Na de Van Brienenoordbrug-surrogaat bij het heel leuk ogende dorpje Venosc gaat de weg naar de tien procent.

img_9629

Vanaf de eerste meters is de route van La Bérarde geweldig. Rond Venosc wordt het nog mooier. Het fraaier riviertje blijft me vergezellen, de omgeving van de kloof wordt hier nog rotsachtiger en de uitzichten worden almaar indrukwekkender.

Na zo’n drie zware kilometers vlakt de weg weer iets af. Dan verschijnt in de linker rotswand het silhouet van een bergweg. Dat is dus de weg naar La Bérarde. Hier is goed te zien dat ik in een korte afstand een flinke hoogte mag afleggen. De percentages liggen weer rond de tien, maar daar krijg ik waanzinnige uitzichten voor terug. De weg is niet heel best, bevat aardig wat haarspeldbochten en de afgronden zijn kaarsrecht en diep. Dat wordt niet te gek dalen dus.

img_9652

Routes des Crêtes
De percentages vlakken nu af. Om me heen zie ik watervallen in allerlei formaten. Het diepe dal blijft ook fascineren, net als de witte bergtoppen en het riviertje dat overal blijft opduiken. Qua schoonheid overtreft geen enkele klim La Bérarde deze driedaagse. Ook vergeleken met mijn eerdere beklimmingen zijn er weinig andere cols opgewassen tegen de schoonheid van deze route. De Routes des Crêtes vanuit Moustiers in de Gorges du Verdon scoort ongeveer even goed, vind ik.

In mijn overall favorietenlijst denk ik dat de route rond plaats vijf binnenkomt. Qua schoonheid kunnen weinig cols zich meten aan La Bérarde, maar de echte zwaarte en heroïek ontbreken.

img_9676

Het laatste deel van de klim is niet zwaar meer, de uitzichten blijven voortreffelijk (deze video van acht minuten levert het bewijs). Op de top ga ik op zoek naar Rogier, die na enkele kilometers fietsen bedacht de klim liever met de auto af te leggen – en als fotograaf prachtige (actie)foto’s te schieten. We wachten in het dorpje op Ivo en eten daarna in een crêperie, waar we voor best veel geld lang wachten en matig eten.

img_9688

Spektakel naast de weg
De afdaling levert vanwege het matige wegdek en de gevaarlijke afgrond weinig spektakel op qua snelheden, opnieuw wel qua uitzichten (bekijk hier de video van m’n hele afdaling). Een keer stop ik zelf om toeristje te spelen en wat watervallen en dieptes vast te leggen (zie hier mijn toeristische bijdrage). Ook ga ik nog inspectie op een camping bij Venosc, omdat ik in dit gebied graag nog eens wil terugkeren. Hoewel de camping niet helemaal door de keuring komt, gaat die terugkeer er vast komen.

img_3096

In Bourg d’Oisans voeg ik me bij Rogier en Ivo, die net hun eerste biertje hebben opengetrokken. We proosten op een geweldige Alpendriedaagse en kijken voorzichtig uit naar een volgende editie in 2017.

la-berarde-2

Videocompilatie van de rit naar La Bérarde

Het avontuur op Strava

Dikke topnotering voor de Croix de Fer

Hij stond sinds een jaar of twee bij het zien van de beelden uit de Tour de France rood omcirkeld op mijn wensenlijst: de Croix de Fer. Een lange klim in schitterende natuur. Vandaag beleef ik of mijn verwachtingen waargemaakt worden.

Met Ivo stap ik vanaf de camping in Bourg d’Oisans op de fiets. Rogier denkt aan zijn beperkte voorbereidingstijd en gaat met de auto naar Allemont, het plaatsje bij de voet van de Croix de Fer. Rogier meldt ons deze ochtend dat volgens de website www.klimtijd.nl de Croix de Fer elf procent gemakkelijker is dan de Alpe d’Huez. Opvallende stelling, omdat de klim zo’n tien kilometer langer is dan de 21-bochter. De percentages zullen dan wel meevallen, verwacht ik.

img_9449

Twee voor de prijs van één
Kort na le Lac du Verney begint de beklimming van de Croix de Fer echt. Ook die van de Glandon trouwens. Deze bergtoppen liggen namelijk 2,5 kilometer van elkaar vandaan. Vandaag doen we dus twee bergtoppen aan voor de prijs van één. Kunnen we met ons bergtopfoto’s stoer de sier maken richting de mindere klimkenners.

De eerste kilometers van de Croix de Fer zijn behoorlijk zwaar. In deze bosrijke omgeving is de weg naar mijn beleving het steilst. Ik heb gelukkig weinig last van de beproevingen van een dag eerder en kom dit deel goed door.

img_9458

Het landschap is heerlijk. Het bos, een riviertje, watervalletjes en af en toe het uitzicht op de bergtoppen waar ik – denk ik – naar onderweg ben, zijn genieten. Vanaf het dorpje Le Rivier d’Allemont komen daar ook nog eens prachtige uitzichten op een fraai bergdal bij.

img_9466

Karweitje voor de terugweg
Kort na dit dorpje volgt een serieuze afdaling dit mooie dal in. Een bord waarschuwt zelfs voor een helling van 12%. Dat betekent niet alleen dat het magere totale percentage van vier à vijf procent deels wordt verklaard, maar ook dat er op de terugweg nog een karweitje ligt te wachten.

Ik daal stevig door en probeer mijn ritme vervolgens weer te vinden op de stijgende meters. Misschien komt het doordat de weg hier flink steil is, zo ervaar ik het althans, maar ik krijg de vaart er amper in. Ik word daarbij ook niet geholpen door dreigende krampscheuten, die zich met name melden als ik op de pedalen ga staan. Lekker blijven zitten dus.

Ik laat de boomgrens achter me en zie dat een groot stuwmeer, witte bergtoppen en nog meer mooie watervallen hun intrede doen in het toch al schitterende landschap.

img_9495

Kort na het meer gaat de weg weer een kilometer of twee omlaag, waarna het laatste deel van de klim begint. Ik passeer de splitsing naar de top van de Glandon en krijg de eindbestemming in mijn vizier. Een aantal skiliften heeft inmiddels ook een plaats opgeëist in het bergdecor. Het moet hier ’s winters ook tof zijn.

Na een rit van veertig kilometer rij ik over de finish van de berg die op 2064 hoogtemeter ligt. Op de top raak ik aan de praat met een wielrenner uit Grenoble (die kan dus altijd zulk klimwerk doen – jaloers!) en we maken een foto van elkaar bij de borden van de bergtop. Daarna loop ik een rondje en maak onder meer video’s voor Tijn, Jort en Meinou en voor mijn jarige nichtje Liz.

Croque Monsieur
Ik heb flinke honger en dorst – er zit geen druppel water meer in mijn bidons – en plof in het zonnetje neer bij het enige restaurantje op de top. Als ik vertel iets te willen eten, wordt me meteen gevraagd of dit een Croque Monsieur moet zijn. Nou, prima. De in kaas gegoten soort tosti en zoute patat smaken me voortreffelijk.

Vier sterren
Tijdens het eten bereikt Ivo de bergtop. Hij heeft zich na zijn dodemanstocht op de Sarenne knap hervonden. We zijn het erover eens dat de Croix de Fer een topklim is. Bijzonder is dat ik op de hele klim geen enkele fietser heb ingehaald en ook zelf niet voorbij ben gereden. Ook het aantal auto’s was vandaag zeer gering op de col. In mijn persoonlijke lijst met zelf gefietste cols krijgt de Croix de Fer vier sterren, wat ‘m op dit moment op plaats vier brengt, achter de Stelvio, Mont Ventoux en de Izoard.

Rogier heeft het vandaag veel zwaarder; hij komt een stuk later (een klein uur na mijn aankomst) afgepeigerd boven. Als hij bereik had gehad op de Glandon-splitsing, had ‘ie ons gemeld dat ‘ie daar gestopt zou zijn, vertelt hij ons later. Maar keuze had hij met zijn bijnaam Kroi Kroi natuurlijk ook niet. Hoewel hij bij zijn aankomst stelt dat het voor ‘Croix bijna te ver’ was. Ik heb respect voor zijn bikkelwerk, zeker omdat Rogier een vrij ongetrainde fietser is. Misschien is vanaf vandaag ijzeren Croix Croix een goede bijnaam voor hem.

img_9538

Na de lunch en flesjes Coca-Cola dalen we af naar de Glandon-splitsing om het kleine stukje naar de top af te leggen (zie m’n video ‘In 4 minuten op de Glandon‘). We maken een snelle foto bij de Glandon-borden en vervolgen de afdaling van de Croix de Fer.

img_9539

De afdaling is heerlijk. De weg is goed en overzichtelijk en de omgeving blijft voortreffelijk. Wel moet er af en toe nog geklommen worden, maar de benen kunnen dit gelukkig weer prima aan. Mijn maximale snelheid zet ik vandaag op 71,5 kilometer per uur. De video van mijn hele afdaling kun je hier bekijken.

Stoer doen
Omdat de benen goed genoeg voelen, doe ik stoer bij le Lac du Verney. Ik sla niet rechtsaf naar Allemond, maar ga rechtdoor naar Villard Reculas. Dat is een van de drie wegen om Alpe d’Huez te beklimmen. Ik wil dit vooral graag doen om op de balkonroute uit te komen, waarover ik veelbelovende verhalen heb gehoord.

Opvallend is dat deze onbekende klim, in tegenstelling tot onder meer de Croix de Fer en de Alpe d’Huez, wél kilometerbordjes bevat waarop ik kan zien hoelang de klim nog duurt, hoe steil de komende kilometer is en hoe hoog ik me bevind. Ik moet in totaal ruim elf kilometer, zegt het eerste bordje me. Pfff.

Harken
Het lijf voelt vermoeid aan en mijn kont gaat zeer doen. Het tempo is er volkomen uit, maar ik hark door. De klim is tot aan Villard Reculas niet zo bijzonder. Net als de Alpe d’Huez een grote brede weg met een – voor Alpen-begrippen – matige directe omgeving. Door de bomen krijg ik ook weinig mee van het uitzicht.

Indrukwekkend balkon
Na Villard Reculas is het nog een klein stukje tot de balkonweg begint. De smalle weg doet zijn naam alle eer aan, vooral vanwege de enorm indrukwekkende uitzichten op Bourg d’Oisans en het omliggende gebergte. En de superdiepe afgronden; achter een houten reling is de muur kaarsrecht en vele honderden meters diep.

img_9581

De Pas de la Confession, zoals de klim heet, duurt nog iets meer dan een kilometer, waarna ik me kapot meld voor een foto bij het bergtopbord. Daarna volgt een stuk ‘Alps plat’ en begint de afdaling naar het dorpje Huez. Door de grote hoeveelheid zand en kiezels is mijn daaltempo laag.

img_9592

Na Huez kom ik op de bekende weg van de Alpe d’Huez en kan ik mijn snelheid stevig opschroeven. De afdaling bevalt goed. De laatste meters moet ik in de remmen om rechtsaf de camping op te rijden. Daar zitten Ivo en Rogier al vrolijk aan het bier. Na 92 kilometer en 2.500 hoogtemeter heb ik er ook wel een verdiend. Proost!

Videocompilatie van de rit over de Croix de Fer en Pas de la Confession

Het avontuur op Strava

De massale overschatting van de Alpe d’Huez

Samen met Rogier en Ivo ben ik voor een fietsdriedaagse in Bourg d’Oisans. En welke berg móét je daar volgens de ongeschreven regel voor wielrenners gedaan hebben? Juist, de Alpe d’Huez. Die stond tijdens onze eerste dag, samen met de Col de Sarenne, op het programma.

Onze camping A La Rencontre du Soleil zit direct aan de voet van de beroemde Alp. Om niet koud de berg op te gaan, warmen we ons op met een klein retourtje naar Bourg d’Oisans. Zoals we alle drie weten, liegt het begin er niet om. Met 10% knalt ‘ie er meteen goed in. Al snel versplintert ons drietal en gaan we alle drie onze eigen weg naar boven.

img_9332

De stevige stijging in de eerste kilometers en het overbekende decor – alleen van televisie, we hebben de befaamde col geen van allen eerder gedaan – maken de klim de eerste kilometers leuk. Ik ram deze vrij stoïcijns door. De berg is maar een kleine 14 kilometer, wat na onder meer de Stelvio niet zoveel is, en ik wil een goede tijd klokken.

Op 7,5 kilometer krijg ik het zwaarder. De druk op de bovenbenen blijft groot. Voor mijn gevoel blijven de percentages ook stevig. Ik dacht dat de klim meer zo afvlakken na de eerste kilometers. Misschien is dit ook zo, maar het tempo lijkt er nu iets uit te raken.

Bedenkingen
Ondertussen zie ik Bourg d’Oisans steeds kleiner worden en de uitzichten steeds mooier. De strakblauwe luchten en de verse sneeuw op enkele bergtoppen maken het decor prachtig. Uiteraard maak ik er foto’s van. Ook maak ik opnames met een TomTom-actioncam, die ik voor het eerst op mijn stuur heb.

img_9344

Voor zowel de foto’s als de video’s merk ik dat ik hier veel minder werk van maak dan bij andere beklimmingen. Het uitzicht is mooi, maar de directe omgeving heeft minder fraais te bieden. Mijn bedenkingen over de status van de Alpe d’Huez, die ik al enigszins had voorafgaand aan de klim van vandaag, worden groter.

Ik klim door en passeer wat vervallen wintersportdorpjes. De top komt in beeld. Ook het aantal nog te passeren bochten toont aan dat het grootste werk er inmiddels op zit. Na het oude dorp Huez is het skiresort de laatste hobbel die ik heb te nemen. In dit gedeelte raak ik de weg enigszins kwijt. In mijn veronderstelling kies ik de meest logische, stijgende weg, maar naar later blijkt ben ik van een deel van de officiële route afgeweken. Raar dat dit op een van de meest fameuze cols van Frankrijk mogelijk is. Ook Rogier en Ivo blijken hier later gedwaald te hebben.

Beperkte beleving
De finish maakt me niet enthousiaster. Er staat wel duidelijk aangegeven waar de officiële Tour de France-finish ligt, maar dit is in een omgeving van lelijke toeristische oorden en met maar een heel beperkte beleving. Misschien ben ik te veel verwend door de Ventoux, Stelvio, Izoard en andere bergen, maar is dit echt het beste dat deze illustere col te bieden heeft? De finish staat ook in groot contract met de enorme beleving die Bourg d’Oisans uitstraalt voor wielrennen en de Alpe d’Huez in het bijzonder.

img_9371

Ik spreek nog een video in waarin ik mijn eerste bevindingen deel. Natuurlijk is de klim fysiek een flinke beproeving, maar de omgeving en de beleving zijn totaal niet wat ik van een col met zo’n imago verwacht. Ik spreek uit dat ik niet enorm enthousiast ben over de klim, maar ben nog niet zo stellig als tientallen minuten later.

img_9373

Col de Sarenne
Het besef wat ik werkelijk vind van de Alpe d’Huez komt pas tijdens het vervolg van de rit, waarin ik op zoek ga naar de top van de Col de Sarenne. Kort nadat ik de Huez-omgeving uit ben, krijg ik te zien hoe mooi de Alpen écht kunnen zijn. De ongerepte natuur, de riviertjes, de stilte en de schitterende uitzichten gecombineerd met een matige maar uitdagende weg bieden het genot van het beklimmen van een goede Alpencol.

img_9393

In de recensies van de Col de Sarenne werd gewaarschuwd om de circa zes kilometer vanaf de Alpe d’Huez-top niet te onderschatten. Dat doe ik dus lekker wel. Het verschil tussen de top van de Alpe d’Huez en de Col de Sarenne is maar 140 hoogtemeters, volgens de koude cijfers. In zes kilometer is dat niet zo ingewikkeld, zou je denken. Mis dus. Mede doordat er een deel afdaling in deze route zit, gaat de weg nog flink omhoog. En voor mijn gevoel ook best lang.

Geluk op een berg
Het laatste stukje vlakt iets af. Ik ben ondertussen zeiknat van het zweet, maak volop foto’s en video’s en geniet van de geweldige omgeving. Op de top plant ik mijn fiets tegen een stenen beeld en neem mijn gebruikelijke selfie bij het bord dat de top van de col aanduidt.

img_9402

Daarna wandel ik naar een tien meter hoger gelegen deel dat nóg veel mooiere uitzichten biedt van een waanzinnig dal en hoge bergtoppen. Geluk op een berg!

img_9414

Als Rogier en Ivo de top van de Sarenne bereiken, kom ik met de actioncam in actie. Op mijn journalistiek uitmuntende vragen krijgen zij vooral uitputtingskreten uitgekraamd. Rogier geeft dit nog extra uiting door op de top een mooie duik van zijn fiets te maken. Schitterende tv. 🙂 (Zie video hieronder) 

Stuiterballenafdaling
De stuiterballenafdaling van de Col de Sarenne is heel, heel pittig. De weg is klein en slecht. Ook liggen er veel stenen en zelfs een berg schapenpoep op. Hard rijden kan dus zeer beperkt. Wel is de omgeving hier nog steeds waanzinnig. Zóveel mooier dan de omgeving van de Alpe d’Huez. De video van de hele afdaling kun je hier bekijken.

Doe het niet
De klim van de Alpe d’Huez moet je gedaan hebben, zoals diverse mensen me vertelden en ik ook zelf vond. Na vandaag denk ik daar compleet anders over. In mijn persoonlijke rangschikking van beklommen bergtoppen pakt de Alpe d’ Huez een van de slechtste scores. Misschien wel de slechtste. (Note to myself: binnenkort ga ik mijn favoriete zelf gereden beklimmingen in een ranglijst zetten.)

Maar wat maakt de Alp dan zo gewild? Waarom móéten mensen deze col beklimmen? Ik kom niet verder dan de heroïsche (Nederlandse) gevechten en overwinningen in bekende wedstrijden en evenementen. Voor iedereen die ook denkt de Alpe d’Huez te moeten beklimmen, is mijn advies: doe het niet. Beklim de Col de Sarenne (vanuit Le Freney d’Oisans) en maak vanaf de top van de Sarenne de oversteek naar Alpe d’Huez. Daal daar de illustere col af naar Bourg d’Oisans. Het mes snijdt aan alle kanten: je kunt veel meer genieten van de waanzinnige omgeving van de Sarenne en je rijdt toch – zij het in de andere richting – op de fameuze Alp. De afdaling doe je dan ook nog eens op een uitstekend wegdek. Je krijgt er geen spijt van!

Videocompilatie van onze rit over de Alpe d’Huez en de Col de Sarenne

Het avontuur op Strava

Ventoux-trilogie: De groene kant

Ventoux-trilogie – deel 2 (Malaucène)

Een keer is leuk, maar twee keer is nog leuker. Vier dagen na mijn eerste beproeving staat de Mont Ventoux daarom vandaag weer op het programma. Nu is de vertrekplaats Malaucène.

Deze kant schijnt ‘de groene kant’ te heten, zo vertelt een Belgische klimmer me onderweg. De circa 60-jarige was een beetje op, zei hij me ook. Het was de tweede keer die dag dat hij de berg beklom. Als voorbereiding op de Belgische toertocht ‘Mon Ventoux’ van morgen, waarin ‘ie ook twee keer de top moet bedwingen. Ik voel me ineens een kleine jongen.

IMG_0071
Die kleine jongen heeft vandaag wel weer genoten van de klim. Ik vind ‘m heel anders dan de route vanuit Bédoin. Vanuit Malaucène is er geen rustige warming-up, maar kun je al snel een lichte versnelling opzoeken. Waar de klim vanuit Bédoin vanaf het bos pittig wordt, is de eerste helft van de Malaucène-klim niet zo heel zwaar. Er zitten kilometers van vijf procent tussen.

De eerste 10,5 kilometer van de totale klim van 21 kilometer leg ik af in een uurtje. Gezien de hoogte waarop ik op dat moment ben en de percentages die ik achter de rug heb, kan ik raden dat ik nog stevig aan de bak moet. Nou, dat klopt. Tien kilometer onder de top knalt de berg er voor de komende kilometers percentages van twaalf, elf en nog eens elf in. Daarna word ik blij van een kilometer acht procent.

IMG_0070
Vanuit Malaucène heb je geen zicht op de kale top en diens bekende rood-witte toren. Een kilometer of vier van de eindbestemming duikt ‘ie pas op. Dan is het nog volop groen om me heen. Een groot contrast met de kale vlakte van de Bédoin-variant. De uitzichten zijn hier geweldig. Dat vraagt natuurlijk weer rijdend fotografeerwerk.

IMG_2852
Vandaag maak ik kennis met de naamkeuze voor de Ventoux. Wat een wind. Op de eerste kilometers verwelkomde ik al wat windstoten, die voornamelijk in mijn rug duwden. Dan is wind helemaal niet vervelend. In de laatste twee kilometers beland ik in een kleine storm. Voor de kijkers thuis probeer ik een videootje te maken. Daarin is vooral de wind goed te horen en is mijn commentaar niet meer dan achtergrondgebrabbel.

De kilometerpaaltjes ontbreken de laatste drie kilometer, in ieder geval in mijn ervaring. Ik vind het een vrij stevig deel, maar gelukkig ontbreekt hier een huzarenstuk van elf procent, zoals de Bédoin-variant aanbiedt.

Op de top is het vandaag een stuk rustiger dan maandag. Was ook op de klim al zo. Vandaag ben ik niet ingehaald en liet ik vier zwoegers m’n mooie Tinkoff-billenreclame zien. Zou de stevige wind de wielrenners vandaag tegenhouden? Of de warmte? Het is vandaag namelijk zonnig en zo’n 27 graden. Wat mij betreft heerlijk fietsweer.

Op de top is er natuurlijk weer veel euforie. Ik drink een colaatje en koop een souveniertje, een subtiel (klinkt wat raar voor de Ventoux) sleutelhangertje. Het lichte gevoel dat ik maandag in mijn hoofd had, blijft nu uit.

IMG_0069
De afdaling roept. Een Nederlandse dame die vanuit Bédoin omhoog kwam fietsen, vertelde me bovenaan dat ze twee keer bijna van haar fiets is geblazen. Ik zie ook geen andere renners richting Bédoin afdalen. Ik ga er maar vanuit dat dit geen voorteken is.

Jemig, wat zijn de eerste kilometers in het kale landschap irritant. Keiharde windstoten zorgen voor  samengeknepen billen, een verkrampt lijf en twee handen die de remmen niet loslaten en veel indrukken. Ik ga hier niet veel harder dan 40 kilometer per uur. Dan is een val nog wel te overzien, schat ik in. Ik stop kort bij de splitsing naar Sault om even te ontspannen.

Daarna kom ik snel in groener gebied. Fijn, want meer bomen betekent minder wind. Nu kan ik
weer genieten van de afdaling. De wind laat zich nog wel gelden. Af en toe meldt een windstoot zich vanuit het bos. Ook heb ik de wind veel tegen, waardoor mijn snelheden vrij beperkt blijven. Een enkele keer kom ik boven de 60.

In Bédoin beland ik op het terras van een Italiaans tentje. Ik bestel een panini en een watertje. Mijn gedachten buigen zich over de vraag: welke kant is mooier? Ik vind ze beide geweldig, maar sluit me aan bij de algemene opinie: vanuit Bédoin is ‘ie mooier. Voor mij zit dat vooral in de laatste kilometers, die op de Ventoux kaal horen te zijn. Vanuit Malaucène wint de boomgrens het net te lang van de kaalheid. Qua zwaarte vind ik dat beide routes niet veel verschillen. De Malaucène-klim herbergt met z’n drie kilometers van ruim tien procent wel het zwaarste stuk van die twee varianten.

De Ventoux is natuurlijk ook vanuit Sault te beklimmen. Maar dat roep ik nog maar niet te hard tegen vrouw en kinderen, die me vandaag al met al een uur of vijf hebben uitgeleend (bedankt, schatten!) aan m’n fijne obsessie..

Ventoux-trilogie: Wat. Een. Ding.

Ventoux-trilogie – deel 1 (Bédoin)

Wat. Een. Ding. Die woorden app ik Claudia op de 1911 meter hoge top. Weken heb ik er naar uitgekeken. De eerste week van onze heerlijke vakantie heb ik me ingehouden, mede door het soms onstuimige weer. Maar maandag 15 juni mag ik! De Mont Ventoux op! Na in m’n prille wielrencarrière eerder al een paar geweldige beklimmingen gedaan te hebben, mogen de Ventoux en vooral ik er vandaag aan geloven.

Samen met Claudia, Tijn, Jort en Meinou rijden we met de auto naar Bédoin. Op de plaatselijke markt slenteren we rond. We halen brood bij een bakker en peuzelen dat op in een speeltuintje. Het zonnetje brandt voorzichtig op onze hoofden. Hoe anders is het uitzicht op de kale top van de mystieke berg. Z’n kale knijter is niet eens te zien. Een dik, donkergrijs wolkendek verstopt ‘m. Ga ik me straks in dat ellendige weer storten? Een kleine twijfel over uitstel doemt in me op. Claudia’s vraag ‘Wat wil je dan doen? Weer in de auto stappen?’ neemt m’n twijfels weg; natuurlijk ga ik fietsen. Ik zou gek zijn dat, nu we in Bédoin zijn, niet te doen.

Met engelengeduld en hulp van Claudia – je bent niet zomaar omgekleed, bevoorraad, geprepareerd en opgestapt – ben ik zover. M’n voorband pomp ik op tot slechts vijf bar, uit vrees voor lekke band nummer 782 in de laatste zes weken. Daarmee dek ik me meteen een beetje in voor een tegenvallende tijd.

Door de marktdrukte heen ben ik snel bij de voet van de klim. Een bordje vertelt me dat de tocht naar de top 21 kilometer is. Ik hoop ‘m in een uur of twee op te razen. De eerste twee, drie kilometer gaan prima. Met 2,5 procent stijging beleef ik een prima warming-up. Het opwarmen verandert in verhitting als het bos begint. De kilometerpaaltjes kondigen zakelijk percentages van 8,8 en 9 aan. Dit gaat de hele klim in het bos zo door.

IMG_0063

Ik had de hoop dat de grijze wolken niets meer dan mist zouden zijn, zoals op het weerbericht voor Bédoin te lezen was. De natte jasjes van de tegemoetkomende dalers halen me uit m’n illusie. De natte delen van het wegdek voorspellen ook niet veel goeds. De regendruppels die me halverwege het bos begroeten, zijn dan ook geen verrassing.

Inmiddels ben ik al een flink aantal mensen gepasseerd, waaronder een handbiker (zó knap) en een flink aantal wielrenners wandelend met hun fiets aan de hand. Dat gaat recht in tegen mijn ‘regel’ tijdens beklimmingen: een voet aan de grond is verboden totdat de top bereikt is. Voor de goede orde: ja, ik ben zelf soms ook ingehaald. Sporadisch uiteraard.

IMG_2655

Het regent dus. Op m’n rug heb ik een regenjack zitten. Het zou heel eenvoudig zijn even in de remmen te knijpen en dat ding aan te trekken. Maar ja, dat kan dus niet. Ik frommel ‘m dus al rijdend te voorschijn en trek ‘m met verbazend gemak aan. Maar de rits staat nog open. En de hoeveelheid druppels en de kou nemen toe. Ik heb twee handen nodig om m’n rits dicht te krijgen. Als je met losse handen wilt rijden, is een beetje vaart onontbeerlijk. In het Ventoux-bos ben ik echter al blij als m’n kilometertellertje de tien kilometer per uur aantikt. Dat is niet de vaart die ik wens om m’n jasje dicht te krijgen. Uiteindelijk is er een stukje waarin ik er een waanzinnige versnelling uit kan persen en m’n regenjack dicht rits. Obstakel overwonnen, waarna ik me weer kan bezighouden met fietsen.

Het aantal bomen neemt af. Ik weet niet waarom, maar de overgang tussen natuurrijk en natuurloos landschap fascineert me altijd weer. Ook hiervoor kom ik op de Ventoux ruimschoots aan m’n trekken.

Met het bos laat ik ook de tot dan toe steilste kilometers achter me. Het kilometerpaaltje vertelt me dat de komende kilometer zo’n zeven procent is. Volgens mij bijna drie keer steiler dan de Brienenoordbrug, maar het voelt als een kleine verademing.

Ik passeer de afslag naar Sault en kom in een kaler en kaler landschap. Geweldig. Op dit gedeelte van de klim is het drukker. Vrij ver weg doemt de bekende rood-witte toren op. Zo ver is het dus nog. De weg ernaartoe, de inmiddels volledig kale omgeving (alleen m’n kop is nog groen), de herinneringen die ik koester van televisie en het uitzicht (het land richting Bédoin ligt zó laag dat ik me in een vliegtuig waan) laten m’n telefoon branden in m’n zak. Ik móét foto’s maken. Dat de prestatie hier wat onder lijdt, deert me weinig. De kilometerpaaltjes brengen afwisselend goed en slecht nieuws. De afstanden tot de top worden kleiner (jippie!), maar de percentages stijgen (au).

IMG_2669
Het kale ding bewaart het leukste tot het laatste: elf procent voor de laatste 500 meter. Die rammen er echt in. Wel krijg ik een opstekertje door de gedenkplaats voor Tommy Simpson (ik doe het toch beter dan hij) en een commerciële fotograaf van photoventoux.com. Z’n professionele uitrusting brengt de uitslover in me naar boven: ik sta op de pedalen en haal een andere zwoeger in. Alles voor de foto.

De laatste meters doen pijn, maar de top is bereikt. Klik. De schoenen mogen uit de pedalen. Zo’n fijn gevoel. Om me heen hoor en zie ik kapotte en voldane fietsers. Allemaal hebben ze hun verhaal. Degenen die weer genoeg op adem zijn vertellen hun avontuur in geuren en kleuren. De 160’s en het 180’s vliegen me om de oren. Dat gaat dan over geregistreerde hartslagen.

Zelf voel ik me uiteraard verrot en ook wat licht in m’n hoofd. Dat laatste gevoel ken ik niet van bijvoorbeeld de Col d’Izoard of de Col d’Agnel, die een stuk hoger liggen dan de Ventoux. Het was m’n zesde ritje van dit wielerseizoen – ik blijf immers een mooi-weer-fietser – en ik kan me voorstellen dat renners met een slechte conditie of gezondheidsklachten op deze berg in de problemen komen.

Op de top schiet ik tientallen foto’s. Ik betwijfel of ik deze berg nog vaker ga beklimmen tijdens deze vakantie. Het is wel een erg zware beproeving. Tijdens de afdaling, die ik na twee, drie onwennige kilometers fantastisch vind, is m’n twijfel volledig verdwenen. Natuurlijk ga ik ‘m nog een paar keer beklimmen. Ik zou gek zijn ’t niet te doen.

IMG_2719