24 kilometer tot de top van de Col de l’Iseran. Dat geven de bordjes aan bij het stuwmeer bij het skioord Tignes. Ik ben dan precies halverwege de klim, die de hoogste bergpas van Europa is.

In juli dit jaar deed ik de klim naar Val Thorens, die met 37 kilometer tamelijk oneindig was. Hoewel de recensies niet super positief zijn over het eerste deel van de Iseran, twijfel ik er niet aan: ik wil de godsallemachtige lange klim doen, die dus nog 11 kilometer verder gaat dan de weinig aantrekkelijke skicol.

De eerste tien kilometer stellen weinig voor. Meestal gaat de weg omhoog, maar de percentages zijn nooit indrukweekend. De weg gaat ook regelmatig naar beneden, waardoor ik na tien kilometer nog een gemiddelde rijd van boven de 20 kilometer per uur. Na een brug kort na de eerste tien kilometer gaat het serieuzere werk beginnen en zakt mijn gemiddelde snelheid in een rap tempo.

Mooi en gebulder
Ik ben aangenaam verrast over de omgeving. Het is mooi groen. Rechts naast me kijk ik uit op een mooie bergwand, die afwisselend groene natuur, watervalletjes en grijze en witte bergtoppen voorschotelt. Wat minder meevalt is de hoeveelheid verkeer. Vele auto’s en vrachtverkeer – beladen met enorme keien of de sneeuwschuifdingen van sneeuwschuivers – bulderen voorbij.

Na de Petit Saint Bernard van gisteren ben ik in de veronderstelling dat ik vandaag weer voornamelijk stukken van vier en vijf procent voor mijn kiezen krijg. Kilometerpaaltjes zijn er lange tijd niet te bespeuren op de recordklim. In tegenstelling tot mijn ervaringen op eerdere cols vind ik het op de Iseran eerlijk gezegd prima dat de kilometerpaaltjes ontbreken. Erg motiverend is het niet om te lezen dat je nog 47 kilometer moet, nog 46,nog 45 et cetera..

De laatste kilometers voor de splitsing naar Tignes, waar er al kilometerpaaltjes staan om te vertellen hoever het nog racen is naar dit skioord, zijn pittig. De percentages zijn hier enkele kilometers tussen de zes en de negen. In dat gedeelte komen Jef en Kraan voorbij, in een auto welteverstaan. Zij vinden het vandaag een beter idee om later te starten met de klim. Ze sturen verder naar Val d’Isere waar ze me opwachten.

Ravitaillering
Ik rij langs het fraaie stuwmeer van Tignes en rij even later Val d’Isere binnen. Mijn eerste bidon is leeg en de helft van mijn eten heb ik al achter mijn kiezen. Omdat stoppen op cols in mijn beleving uit den boze is – vergeef me mijn tic – maak ik dankbaar gebruik van de ravitaillering die Kraan en Jef me bieden.

Met zijn drietjes gaan we de laatste 18 kilometer tegemoet. Kort na Val d’Isere wordt het landschap echt mooi. De bergen zijn schitterend ruig. Riviertjes, watervalletjes en zelfs een serie marmotten vergezellen ons. En de hoeveelheid verkeer is hier tot een minimum beperkt. Heerlijk.

De route blijft tot aan de top prachtig. Wel wordt het uitzicht af en toe belemmerd met een enkele hijskraan die bezig is voorbereidingen te treffen voor het winterseizoen en ontbreken ook diverse skiliften niet. Ook bijzonder: delen van de klim leggen we af op een weg die in de winter is omgetoverd tot een piste. De bordjes die we onderweg zien verraden deze aanstaande winterse metamorfose. De wintersporttaferelen op deze berg neem ik probleemloos voor lief, de rest van de mooie omgeving compenseert dit ruimschoots.

Kleine voorsprong
Na tien kilometer gezamenlijk klimmen, vinden mijn benen het een goed idee om Rogier en Jef een kleine voorsprong te gunnen. Mijn hoofd niet. Maar de 40 voorgaande klimkilometers hebben blijkbaar invloed op de energie die in mijn benen zit.

Het leuke hiervan is dat ik een welkomstcomité heb wanneer ik na 3 uur en 59 minuten fietsen de 2770 meter hoge top bestier. De 48 kilometers à gemiddeld 4,1 procent zijn gedaan! Zowel Jef als Kraan maken video’s en vallen me huilend in de armen. Dat laatste zou ook fictie kunnen zijn.

Video: aankomst op 2770 meter

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Wat een col en wat een onthaal 😊 #4uurklimmen #2770meter #iseran #alpes #kramp

Een bericht gedeeld door Martin van Berkel (@vberkelm) op


Waanzinnig uitzicht

Op de top wandel ik met Rogier naar een plek waar we een waanzinnig uitzicht hebben op het schitterende berggebied. Terwijl ik zit, nemen mijn bovenbeen allerlei rare vormen aan. Mijn spieren barsten van de zin in een meedogenloze krampaanval, die er gelukkig uiteindelijk net niet komt. We maken foto’s en videootjes en bereiden ons voor op de terugweg.

De afdaling is adembenemend. De weg is overzichtelijk, van redelijke kwaliteit en omringd met toevalligerwijs dezelfde schitterende omgeving als bij de heenweg. Ik vind het enorm genieten.

Nadat we nog wat opnames van marmotten hebben gemaakt, drinken we in Val d’Isere met zijn drieën een colaatje, waarna ik in mijn eentje de terugreis afrond. Even na vijf uur plof ik na 98 kilometer gesloopt in de tuin van ons vakantiehuisje. Jef en Kraan komen kort daarna aan met een uitstekende McDonalds-maaltijd. De uitgesteld lunch bevalt me voortreffelijk, net als de welverdiende biertjes. Het was net als gisteren een geweldige dag. En morgen weer een, wanneer de Cormet de Roselend op het programma staat. Life’s good!

Rit op Strava