Ventoux-trilogie – deel 2 (Malaucène)
Een keer is leuk, maar twee keer is nog leuker. Vier dagen na mijn eerste beproeving staat de Mont Ventoux daarom vandaag weer op het programma. Nu is de vertrekplaats Malaucène.
Deze kant schijnt ‘de groene kant’ te heten, zo vertelt een Belgische klimmer me onderweg. De circa 60-jarige was een beetje op, zei hij me ook. Het was de tweede keer die dag dat hij de berg beklom. Als voorbereiding op de Belgische toertocht ‘Mon Ventoux’ van morgen, waarin ‘ie ook twee keer de top moet bedwingen. Ik voel me ineens een kleine jongen.

Die kleine jongen heeft vandaag wel weer genoten van de klim. Ik vind ‘m heel anders dan de route vanuit Bédoin. Vanuit Malaucène is er geen rustige warming-up, maar kun je al snel een lichte versnelling opzoeken. Waar de klim vanuit Bédoin vanaf het bos pittig wordt, is de eerste helft van de Malaucène-klim niet zo heel zwaar. Er zitten kilometers van vijf procent tussen.
De eerste 10,5 kilometer van de totale klim van 21 kilometer leg ik af in een uurtje. Gezien de hoogte waarop ik op dat moment ben en de percentages die ik achter de rug heb, kan ik raden dat ik nog stevig aan de bak moet. Nou, dat klopt. Tien kilometer onder de top knalt de berg er voor de komende kilometers percentages van twaalf, elf en nog eens elf in. Daarna word ik blij van een kilometer acht procent.

Vanuit Malaucène heb je geen zicht op de kale top en diens bekende rood-witte toren. Een kilometer of vier van de eindbestemming duikt ‘ie pas op. Dan is het nog volop groen om me heen. Een groot contrast met de kale vlakte van de Bédoin-variant. De uitzichten zijn hier geweldig. Dat vraagt natuurlijk weer rijdend fotografeerwerk.

Vandaag maak ik kennis met de naamkeuze voor de Ventoux. Wat een wind. Op de eerste kilometers verwelkomde ik al wat windstoten, die voornamelijk in mijn rug duwden. Dan is wind helemaal niet vervelend. In de laatste twee kilometers beland ik in een kleine storm. Voor de kijkers thuis probeer ik een videootje te maken. Daarin is vooral de wind goed te horen en is mijn commentaar niet meer dan achtergrondgebrabbel.
De kilometerpaaltjes ontbreken de laatste drie kilometer, in ieder geval in mijn ervaring. Ik vind het een vrij stevig deel, maar gelukkig ontbreekt hier een huzarenstuk van elf procent, zoals de Bédoin-variant aanbiedt.
Op de top is het vandaag een stuk rustiger dan maandag. Was ook op de klim al zo. Vandaag ben ik niet ingehaald en liet ik vier zwoegers m’n mooie Tinkoff-billenreclame zien. Zou de stevige wind de wielrenners vandaag tegenhouden? Of de warmte? Het is vandaag namelijk zonnig en zo’n 27 graden. Wat mij betreft heerlijk fietsweer.
Op de top is er natuurlijk weer veel euforie. Ik drink een colaatje en koop een souveniertje, een subtiel (klinkt wat raar voor de Ventoux) sleutelhangertje. Het lichte gevoel dat ik maandag in mijn hoofd had, blijft nu uit.

De afdaling roept. Een Nederlandse dame die vanuit Bédoin omhoog kwam fietsen, vertelde me bovenaan dat ze twee keer bijna van haar fiets is geblazen. Ik zie ook geen andere renners richting Bédoin afdalen. Ik ga er maar vanuit dat dit geen voorteken is.
Jemig, wat zijn de eerste kilometers in het kale landschap irritant. Keiharde windstoten zorgen voor samengeknepen billen, een verkrampt lijf en twee handen die de remmen niet loslaten en veel indrukken. Ik ga hier niet veel harder dan 40 kilometer per uur. Dan is een val nog wel te overzien, schat ik in. Ik stop kort bij de splitsing naar Sault om even te ontspannen.
Daarna kom ik snel in groener gebied. Fijn, want meer bomen betekent minder wind. Nu kan ik
weer genieten van de afdaling. De wind laat zich nog wel gelden. Af en toe meldt een windstoot zich vanuit het bos. Ook heb ik de wind veel tegen, waardoor mijn snelheden vrij beperkt blijven. Een enkele keer kom ik boven de 60.
In Bédoin beland ik op het terras van een Italiaans tentje. Ik bestel een panini en een watertje. Mijn gedachten buigen zich over de vraag: welke kant is mooier? Ik vind ze beide geweldig, maar sluit me aan bij de algemene opinie: vanuit Bédoin is ‘ie mooier. Voor mij zit dat vooral in de laatste kilometers, die op de Ventoux kaal horen te zijn. Vanuit Malaucène wint de boomgrens het net te lang van de kaalheid. Qua zwaarte vind ik dat beide routes niet veel verschillen. De Malaucène-klim herbergt met z’n drie kilometers van ruim tien procent wel het zwaarste stuk van die twee varianten.
De Ventoux is natuurlijk ook vanuit Sault te beklimmen. Maar dat roep ik nog maar niet te hard tegen vrouw en kinderen, die me vandaag al met al een uur of vijf hebben uitgeleend (bedankt, schatten!) aan m’n fijne obsessie..

Leave A Comment