Een maand of 20 duurde onze voorbereiding. Twee winters trainden we door, we probeerden twee keer per week onze kilometers te maken. En dit voorjaar moesten daar regelmatig 100-plussers bij zitten – met dank aan onze lieven vrouwen voor hun geduld en flexibiliteit voor onze geliefde hobby. Vandaag mogen we laten zien dat al onze inspanningen hun nut gehad hebben: het is de dag van de Maratona!

Na in 2019 te zijn uitgeloot, mochten we de Dolomieten Marathon aanvankelijk in 2020 al rijden. Via een groepsreis van Cyclo Sportive regelden we een vierdaagse wielertrip mét het gewilde startbewijs voor de fameuze Gran Fondo. Net zoals de rest van de wereld tot stilstand kwam door corona, klonk er in 2020 ook bij de Maratona geen startschot. Gelukkig konden we onze reis en startbewijs doorschuiven naar de zomer van 2021.

De sympathieke Gerrit Vermeulen, grootaandeelhouder, eigenaar en directeur van eenmanszaak Cyclo Sportive, houdt de avond voor de Maratona zijn spreekbeurt over het grootse wielerevenement. Gerrit rekent terug: de start van de wedstrijd is om 6.30 uur, het vertrek vanaf ons hotel om 5.30 uur, het ontbijt is om 4.30. Goedemorgen! Mocht je uitgerust aan de start van de Maratona willen verschijnen, is het dus aardig om in de dagen voorafgaand aan de rit voldoende uurtjes slaap te pakken.

Dat vele slapen heb ik nagelaten, maar voor de rest ben ik er helemaal klaar voor en sta te popelen om te beginnen. Om 5.30 stipt laten we onze remmen los vanaf ons hotel Laguscei op de Passo Campolongo en dalen we naar het plaatsje La Villa, waar de rit start.

Vroeg beginnen dient vandaag meerdere doelen. De Maratona schijnt een onberispelijke jury te hebben die je keihard verbiedt onze geplande rit van 138 kilometer te vervolmaken als je je niet voor 11.45 uur bij het 75-kilometer-punt meldt. Voor die tijd moet je 5 bergtoppen en daarmee de eerste ruim 2.000 hoogtemeters volbracht hebben. Daarnaast kijken we al dagen bibberend naar het weerbericht. Vanaf 14.00 à 15.00 uur staat er een bak regen op het programma, volgens de voorspellingen. Het plan is om dan dichtbij of geheel over de finish te zijn.

In 10 kilometer rijden we, vooral dalend, naar startvak Pinarello toe. De muziek schalt om 6.00 al stevig uit de speakers, drie helikopters cirkelen boven ons rond – onder andere voor live televisie op Rai 2, en de eerste locals (of toeristen, dat kan ook), maken zich op hun balkonnetjes of langs de weg op voor het wielergeweld. De Italiaanse speakers bestoken ons met succeswensen en commerciële boodschappen. Althans, dat denk ik, want de teksten zouden ook over de lokale gemeentepolitiek kunnen gaan. Ik versta er in ieder geval weinig van. Tussen de Italiaanse teksten door krijgen we uiteenlopende muziekstijlen voorgeschoteld. Eerst krijgen we een suf operastuk gepresenteerd, vermoedelijk om het testosteron van de deelnemers wat aan banden te leggen, om in de laatste minuten de energie vol in de lichamen te pompen met One of these days van Pink Floyd.

Attenzione!
Jemig, we zijn 500 woorden op weg in dit artikel en we moeten nog vertrekken. Je hebt nog lekker veel tegoed dus 😊. Het startschot brengt ons vak in beweging en stapvoets rijden we naar de start. De eerste kilometers brengen ons over een glooiende weg naar Corvara. Af en toe horen we een Italiaans testosteronbommetje zich met Attenzione! Attenzione! aankondigen om met een bloedgang honderden mensen voorbij te stuiven.

Vanuit Corvara gaan we als eerste de geweldige Sella Ronda fietsen. We doen ‘m precies andersom ten opzichte van onze ronde gisteren en beginnen dus met de Campolongo. Het hele parcours is vandaag autovrij en dat is heerlijk. Met zijn 6.000’en bestrijken we de volle breedte van de weg. In de vroegte staan er langs die weg al behoorlijk wat mensen langs het parcours, die aanmoedigen, muziek maken of voeding voorzien aan hun helden. Leuk!

Hoewel het vol is op de Campolongo vind ik de drukte geen moment vervelend. Het is inhalen en ingehaald worden, maar dat gebeurt allemaal zonder ook maar iets wat op gedoe lijkt. Ik zit al snel heerlijk in mijn ritme en dartel lekker naar boven. Bij ons hotel staat sportmasseur Martin, zoals afgesproken, klaar met bevoorrading voor de groep van Cyclo Sportive. Op de top van de Campolongo kom ik erachter dat ik ons hotel, dat zich 500 meter terug bevindt, volledig heb gemist. Laten we het erop houden dat ik lekker bezig ben.

Bella Bella Sella
Na de Campolongo completeren de Passo Pordoi, de Passo Sella en de Passo Gardena de oogverblindend mooie Sella Ronda, die ook in deze richting een feest is om te fietsen. (Heb je mijn blog over dit schitterende rondje al gelezen? Check ‘m hier). Helaas hangen er vandaag alleen wel wat wolken om de Dolomieten-toppen, zodat de uitzichten net iets minder spectaculair zijn dan gisteren.

Op de mooie wegen moet je vandaag niet alleen oog hebben voor de het prachtige berglandschap. Wil je jezelf na de Maratona een beetje aantrekkelijk terugzien, is het handig om scherp te zijn op fotografen én onbemande fotocamera’s. Net als het hele evenement is ook de fotografie strak georganiseerd. Met behulp van een tracker worden er tijdens de rit 41 foto’s van me gemaakt die ik voor 25 euro kan kopen.

Na 3 uur en 47 minuten meld ik me voor de tweede keer op de top van de Campolongo. Nu vergeet ik niet de bevoorradingspost bij ons hotel te bezoeken. Ik vul mijn bidons met sportdrank en mijn zakken met repen en gelletjes. Tot dit moment heb ik tussen duizenden fietsers vooral alleen gereden (klinkt knap, hè?). Bij onze bevoorradingspost oppert Emil uit onze Nederlandse groep om vanaf hier samen te rijden tot in ieder geval de top van de Passo Giau. Goed idee!

Samen rijden we de lange afdaling naar de gevreesde berg. We passeren ruim op tijd het 75 kilometer-punt, dalen nog een stuk verder, pakken een ongecategoriseerd klimmetje mee en daar zijn we dan: bij de voet van de Giau.

Kaput
De eerste meters rijd ik naast een kleine Italiaanse vijftiger. Hij praat wat in het Italiaans tegen me. Wanneer ik hem duidelijk maak dat ik hem niet versta wijst ‘ie naar de weg van de Giau en zegt: “Kaput, kaput.” Ah, bedankt. Ontspannen op het buitenblad omhoog fladderen is er dus waarschijnlijk niet bij hier.

De Giau is met zijn ruim 10 kilometer à 9,3 procent dé scherprechter van de Maratona. Vanaf de eerste meter is het ploeteren. De enige plekken waar de benen af en toe wat lucht krijgen is op een enkel bruggetje. Op mijn Garmin zie ik zelden percentages van 8 of minder.

Oorverdovend stil
Mede omdat ik me goed voel kan ik genieten van alles wat er om me heen gebeurt. Mijn Italiaanse vriend had het goed gezien: de mensen gaan hier echt kaput. Ik zie mensen slalommend de volle breedte van de weg berijden om de pijnlijke hoogtemeters te ontwijken. Ik zie mensen lopen. Ik zie mensen langs de weg kramp uit de benen proberen te rekken. Ik zie een man zijn bidon leegspuiten om wat gewicht te lozen. We rijden met honderden mensen, maar de stilte is even opvallend als oorverdovend stil. Hooguit het geluid van gehijg en gezucht vult de berg- en boslucht hier.

Stiekem geniet ik. Naderhand stelt Cyclo Sportive-baas Gerrit dat de Giau beter uit het parcours gehaald kan worden, omdat het niet meer op fietsen lijkt wat je hier doet. Voor het laatste heeft hij misschien gelijk, maar ik vind de Giau even gaaf als heroïsch. Een onvergetelijke meerwaarde in de Maratona.

Met de laag hangende wolken van vandaag kan ik het niet super goed beoordelen, maar de Giau oogt niet als de schitterendste col die ik ooit op reed. Het landschap is zeker boven de boomgrens fraai, uitgestrekt en ruig, maar qua schoonheid is ‘ie een stuk minder dan de Sella Ronda. Qua heroïek zijn er heel weinig cols die de Giau overtreffen.

Volgens de mail die ik enkele uren na mijn finish ontvang, werk ik de 10,6 kilometer van de monsterlijke klim af in 1 uur en 11 minuten. Mijn gemiddelde snelheid op de col: een epische 8,951 kilometer per uur. Zelden heb ik zolang nodig gehad voor zo’n stukkie fietsen.

Segafredo of zoiets
Na een korte break met Emil op de top scheuren we de geweldig lekkere afdaling van de Giau of naar de laatste lange col, waarvan het maar niet lukt de naam te onthouden. Segafredo of zoiets. Maar dan Passo di Falzarego.

Tussen de bomen door loopt de weg van de Falzarego flauw omhoog. Het is bijna vals plat. Het voelt na het geweld van de Giau lekker aan, maar enigszins doorfietsen is er niet meer bij. De klim is in onze route een kilometer of 12. Vanaf halverwege tonen zich tussen de bomen door ook hier de prachtige, ruige Dolomieten-rotsen.

In de laatste kilometers, wanneer we de boomgrens voor de zoveelste keer gepasseerd zijn (blijft mooi!) is het landschap hier geweldig mooi. Dat geldt al helemaal als je de laatste twee kilometer van de klim in rijdt. Je hebt hier volop de keuze tussen het bewonderen van prachtige verre uitzichten of van de nabijgelegen  imposante rotspartijen. Daar heb ik in dit deel in principe gelegenheid genoeg voor, want mede door de toegenomen percentages zit er niet veel snelheid meer in.

Op de top doen we nog een laatste korte stop met wat fotootjes en haasten ons op de fiets om een poging te doen de steeds donkere luchten voor te blijven. We hebben 120 kilometer gehad en bijna alle hoogtemeters zitten er wel op. Dat geldt nog niet voor alle daalkilometers. En allemachtig, wát een daalkilometers hebben we nog tegoed. De afdaling van de Falzarego richting Corvara is adembenemend mooi! Heel even overweeg ik capriolen uit te halen of te stoppen voor foto’s, maar dat vind zelfs deze fietsende amateurfotograaf te gek vandaag. De hoge rotsen en schitterende uitzichten zijn in ieder geval ongelooflijk mooi hier. Net als de afdaling, we rijden in een heerlijke vaart Corvara tegemoet.

Muurtje
Voordat we serieus aan de finish mogen denken rest ons nog één kleine grap van de parcoursbouwers: de Mur di Giat. Op zo’n 10 kilometer van de streep moeten we de hoofdweg verlaten en slaan we rechtsaf een straatje in. Het muurtje is maar een paar honderd meter lang en toont veel overeenkomsten met de Keutenberg. Je moet hier percentages van ruim 16% wegduwen. Eensgezind bereik ik met Emil en met veel gehijg de finishboog van de steile col.

Slovenië Boven
Na een korte afdaling na het laatste klimgeweld zijn de laatste kilometers glooiend. Omdat bij iedereen de krachten behoorlijk zijn weggevloeid, is het zoeken naar een goed wiel om in te kruipen. De laatste twee kilometer wisselen Emil en ik elkaar kop over kop af om een gedemarreerde dame, luisterend naar de naam Mahoric, nog terug te halen. Als dit lukt, springt de dame met haar roze trui nog een keer weg. Ze mag ‘m hebben, vinden we. Bovendien valt tegen Slovenen in het hedendaagse wielrennen toch niet veel in te brengen. En de Dolomieten Marathon fietsen en volbrengen, ook achter mevrouw Mahoric, is sowieso een prachtige overwinning.


Rit op Strava