48 haarspeldbochten, 22 klimkilometers, zo’n 1.800 hoogtemeters en een top op 2.760 meter. Dat zijn de feiten van de Stelvio in een regel. En iets subjectiever: een klim die je gedaan móét hebben als je van fietsen in de bergen houdt.

Toen we onze vakantie boekten naar Zuid Tirol en ik merkte dat de voet van de Stelvio op zo’n drie kwartier rijden lag, verplaatste ik de illustere berg meteen van mijn bucketlist naar mijn actielijst voor deze zomer.

Mijn verwachtingen waren hoog. Toen ik vorige zomer de Ventoux voor de tweede keer beklom en ik even in het gezelschap reed van een Belg, vernam ik de eerste lovende woorden over de klim. De Belgische wielrenner vond ‘m nóg mooier dan de Ventoux, die ik op dat moment al meer dan geweldig vond. Dat ik een jaar later de twee bergen zelf meteen kon vergelijken, kon ik toen nog niet weten.

Stilfser Joch
Ik parkeer de auto in Prad. Of Prato, als je ‘m liever op z’n Italiaans hebt. Ze zijn er in Zuid Tirol namelijk nogal goed in om voor alles een Duits en Italiaans woord te verzinnen. In het kort komt het erop neer dat de Italianen overal een E, I of O achter plakken en de Duitsers liever gaan voor een lelijke klank eindigend op een D, G, S, of T. De Stelvio spant daarin wat dat betreft de kroon. De mooie berg met de dito Italiaanse naam klinkt in het Duits als een eng scheldwoord: Das Stilfser Joch.

IMG_8228

Maar goed, ik begin dus in Prad / Prato. Na een paar bochten zit ik op de SS 38, de weg die naar de top van de hoge berg leidt. Het klimmen begint direct. De weg voert naast het fraaie, wild stromende watertje de Adige / Etsch, waar ik met name de watervalletjes fotografeer voor Tijn. Tussen de bomen zie ik in de verte al de sneeuwtoppen. Het wordt een mooie rit!

IMG_8239

Opvallend is dat de weg geen aanduidingen heeft zoals ik gewend ben van vele Franse cols. Daar vind je vaak een bord onderaan de klim met informatie over de lengte, de hoogte en het gemiddelde percentage van de klim. En nog beter: onderweg staat daar bij iedere kilometer een paaltje of bordje met de afstand die je nog hebt te gaan en het percentage voor de komende kilometer. Nadat ik deze aanduidingen enkele dagen geleden al miste bij mijn klim naar Kurzras, lijk ik na de Stelvio te mogen concluderen dat dit fijne Franse gebruik helaas niet gekopieerd is in Italië.

48
Na een enkele kilometer kom ik in de eerste haarspeldbocht. Hier staat wél een bordje. Daarop prijkt het getal 48. Dit is de eerste van 48 haarspeldbochten. 48! En die Alpe d’Huez maar stoer doen met zijn 21 bochtjes. Haarspeldbochten vind ik trouwens heerlijk. Ze geven vaak de gelegenheid om even wat druk van de bovenbenen te halen én ze bieden meestal de beste uitzichten. Nog 47 te gaan!

In het bos kachel ik rustig door. Ik word in het begin vaker ingehaald dan dat ik zelf mensen passeer, maar dat verandert verder in de klim steeds meer. Al zitten er onder de gelapten ook regelmatig mountainbikers of bepakte wielrenners. Maar die tellen ook.

Trappen
In het bos is er een gedeelte met veel haarspeldbochten achter elkaar. Als ik naar beneden kijk, zie ik af en toe een soort trap met het wegdek van de SS 38. Als ik omhoog kijk trouwens ook. Nu besef ik dat er verderop in de klim ook nog zo’n ‘trappendeel’ aankomt. De foto’s die ik hiervan zag vond ik al weergaloos.

IMG_8245

Bij bocht nummer 35, ik heb er na deze bocht dus nog 34 te gaan, staat de hoogte een keer aangegeven. Ik ben dan op 1.786 meter. Nog 1.000 meter omhoog dus. Niet veel later houdt het bos op en rij ik de steenachtige omgeving in. Waar de Ventoux een beige decor biedt, houdt de Stelvio (Stilfser Joch krijg ik mijn bek niet uit) het bij een stevige grijze kleur, gecombineerd met het wit van de sneeuw. Adembenemend.

De echte trap van deze berg komt inmiddels in beeld. Onder de top wemelt het van de bochten en ‘treden’. Hemelsbreed lijkt de top één à twee kilometer weg, maar volgens mijn berekeningen heb ik er nog een stuk of acht te gaan. Ik voel me prima, dus ga vol goede moed verder. Onderweg word ik in dit gedeelte nog even aangemoedigd door onze leuke campingbuurtjes René en zijn zoon Timo, die de Stelvio vandaag per auto aandoen.

IMG_8259

Selfio’s
Mijn telefoon brandt in de laatste kilometers regelmatig in mijn hand. De bochtenparade, de lonkende top en de geweldige uitzichten vragen erom vastgelegd te worden. Dat doe ik dan ook maar met grote regelmaat. Ook selfies (heten die hier selfio’s?) ontbreken niet.

IMG_8254

De haarspeldbochten zijn zeker in het laatste deel niet altijd overzichtelijk, wat af en toe tot wat kleine opstoppingen leidt. Hoewel de Stelvio een behoorlijk drukke berg is, qua verkeer dan, vind ik ‘m overigens niet té druk.

Na 2 uur, 44 minuten en 31 seconden voltooi ik de 22 kilometer van het Strava-segment ‘Passo Stelvio’. Gelukkig vind ik op de top een bord waarmee ik – traditiegetrouw – kan pronken met foto’s van overwonnen bergtoppen. De top van de berg barst van de levendigheid. Er zijn volop winkeltjes, eettentjes en vele honderden fietsers en andere toeristen.

IMG_8292

Uitzicht
Toevallig vind ik in de drukte René en Timo die op een zonnig terras Italiaanse specialiteiten verorberen. Ik voeg me bij hen en word door René getrakteerd op een cola, wat ik eigenlijk alleen op bergtoppen drink, en een spaghetti carbonara. We praten over de berg en de mooie uitzichten (iets met een Duitse blondine) en genieten van de heerlijke temperatuur. Het blijkt vandaag de warmste dag van 2016 te zijn, waardoor het op 2.760 meter nog ruim boven de 20 graden is.

Na een uurtje tafelen met daarin één stevige krampstuip in mijn hamstring (waarom dáár, vragen wij ons af) is het tijd voor de terugtocht. Die gaat via de andere kant, de Umbrail Pass. De uitzichten zijn ook hier weer mooi, maar wel een slag minder dan die van de Stelvio-kant. Doordat de weg de eerste kilometers matig is en de bochten elkaar ook hier in rap tempo opvolgen, zijn er weinig stukken dat mijn snelheid echt hoog komt te liggen. 64,1 blijkt uiteindelijk mijn topsnelheid van de dag.

Via een stukje door Zwitserland kom ik uiteindelijk weer uit bij Prad, dat je nog steeds gerust ook Prato mag noemen. Mijn totale rit heeft, exclusief pauze, 3 uur en 56 minuten in beslag genomen. Daarin leg ik 64,3 onvergetelijke kilometers en 1.820 hoogtemeters af. Mijn gemiddelde snelheid ligt in Nederland vaak hoger dan de 16,4 kilometer per uur die ik hier klokte.

Ik heb mezelf al een aantal keren de vraag gesteld of mijn Belgische Ventoux-vriend gelijk heeft met zijn vergelijking tussen de Stelvio en de Ventoux. Ik vind het vreselijk moeilijk de twee giganten te vergelijken. Ze zijn allebei zo anders, maar absoluut zo geweldig. Maar als ik ze móét rangschikken, zeg ik op de avond na mijn Stelvio-avontuur, volg ik het oordeel van de Belg.

IMG_8305

Het avontuur op Strava