Ventoux-trilogie – deel 3 (Sault)

Een trilogie met twee delen slaat nergens op. Vandaag staat daarom de beklimming vanuit Sault op het programma. Sault. Ik vind het voor geen meter klinken. Bédoin en Malaucène, dat zijn plaatsnamen waar je je Franse tongval lekker mee kunt etaleren. Sault doet meer denken aan een vervallen Oost-Duits industriestadje.

Zou de klim wel net zo geweldig zijn als vanuit Bédoin en Malaucène? Het antwoord is duidelijk nee. Dit ligt niet aan Sault, dat met z’n vele lavendelvelden en -producten een leuk stadje is. Het zit ‘m in de eerste twintig kilometer van de klim. Natuurlijk, het is en blijft de Mont Ventoux, dus er valt genoeg te genieten en in te spannen. Maar na Bédoin en Malaucène ben ik verwend.

Ik start de rit in het mooie bergdorpje Aurel, dat vlakbij Sault ligt. Vanuit Sault daal je een paar honderd meter af, waarna de klim begint. De eerste twintig kilometer van de klim is een soort lange aanloop. De lichtste versnellingen zijn niet nodig en de kilometerteller blijft ruim boven de tien kilometer per uur. Er zitten zelf stukken bij dat het tempo rond de twintig kilometer per uur ligt, vooral na de helft van de 26 kilometer lange klim. De kilometerpaaltjes lijken zich te verstoppen en geven ook geen percentages of afstanden tot de top aan, alsof ze willen zeggen: joh, stel je niet aan, let niet op ons en rij lekker door naar de echte klim.

IMG_2991

Al met al heb ik qua inspanning meer het gevoel met de Vaalserberg bezig te zijn, maar dan een stuk of vijf op elkaar, dan met de Ventoux. Het klinkt lekker hautain om zo over de Géant de Provence te praten, maar ik pas me dan ook makkelijk aan la vie française aan.

De Ventoux wordt vanuit Sault pas echt de Ventoux bij Le Chalet Reynard, waar de weg samenkomt met de route vanuit Bédoin. Vanaf nu moet ik overschakelen op m’n lichtste verzet. Het is nu nog zes kilometer. Omdat de vorige twintig kilometers relatief meevielen, ga ik hier beduidend harder dan tien dagen geleden.

Ik word daarbij geholpen door een renner die een tijdje in mijn wiel komt hangen. Als hij me passeert, herken ik ‘m. De blonde gozer in z’n zwart-witte pakkie heeft aan het begin van de klim ook een poos in mijn wiel gehangen, waarna hij er een sprintje uitperste en me achterliet. De hond. Nu wilde ik ook profiteren van zijn kopwerk. Op de steile flanken bijt ik op mijn tanden en laat hem niet weer zo maar wegschieten. Dit hou ik een paar honderd meter vol. Met het risico van de motor opblazen – waar vele Tour-uitzendingen al niet goed voor zijn – pak ik daarna mijn eigen tempo maar. Ik hou er enige voldoening aan over én ik ben wat sneller bij de top gekomen.

Een recordaantal fotografen heeft zich vandaag verzameld op het kale deel. Ik geloof dat ik door vier man op de gevoelige plaat wordt gezet, waaronder ook weer door mij vriend van photoventoux.com. Thuis ga ik op het gemak uitzoeken wie mijn formidabele fietsgeweld het beste heeft vastgelegd.

De laatste twee kilometer doen weer lekker zeer. De snelheid is er in inmiddels wel af; ik kom nog weinig boven de tien kilometer per uur. Ik zie dat ik voor het eerst ruim onder de twee uur de Mont Ventoux ga beklimmen. Volgens Strava (geweldige app) doe ik er uiteindelijk 1.48 uur over. Wel klokt de app de start van de klim wat later, want deze tijd gaat over 24,2 kilometer.

IMG_3016

Strava vertelt me ook dat ik de laatste 6,1 kilometer in 43.08 minuten doe. Dat is bijna een half uur sneller dan de 1.11.50 van tien dagen eerder. Ik ga thuis nog eens duiken in deze statistieken (heb ik de eerste keer écht zo lang over zo’n afstandje gedaan?), maar het geeft aan wat ik op de fiets ook merk: het gaat lekker.

Op de top verzorg ik een Periscope-uitzending, schiet ik weer foto’s en maak een videootje voor Tijn en Jort. De kale berg is voor de twee mannen sinds maandag bekend terrein, toen we er met de auto een bezoek hebben gebracht. Jong geleerd is oud gedaan, zullen we maar zeggen.

De afdaling is zoals te verwachten alleen de eerste zes kilometer spectaculair. Daarna dalen vooral de percentages en daarmee meestal mijn snelheid. Ik zet de teller op de overzichtelijke afdaling wel af en toe boven de 60.

Gisteren las ik een artikel over Betty Kals. Deze Belgische dame reed ‘le Mont Chauve’ ruim een maand geleden bijna acht keer in 24 uur op, een record. Mijn cijfers zijn iets minder indrukwekkend, maar deze vakantie drie keer de Mont Ventoux op fietsen: ik vond het ge-wel-dig. En hoewel het me niet in 24 uur gaat lukken, sluit ik zeker niet uit dat die achtste keer er voor mij ook nog een keer van gaat komen..

IMG_3033