Naar dit rondje keek ik uit: drie cols, 3300 hoogtemeters in een rit van 120 kilometer. ‘Les trois cols’ is verplichte kost voor wielrenners als je in Barcelonnette bent. Ook als je je ergens binnen een straal van 100 kilometer van dit rondje bevindt eigenlijk. Deze ronde wil je niet missen.
Een beetje training is ook verplichte kost voor dit rondje. De ronde gaat over de toppen van de Col de la Cayolle, Col des Champs en Col d’Allos. Samen met Jef, mijn strijdmakker van vandaag, kies ik ervoor de cols in deze volgorde te doen. Vanaf onze camping in Barcelonnette (Le Tampico) barst het feest vrijwel meteen los. De Col de la Cayolle is vanaf de start een lust voor het oog. We beginnen onze rit om 9 uur en rijden de eerste stukken in een schaduwrijke omgeving met hoge rotswanden en een wild stromend riviertje naast ons.
De toon is gezet. Van voet tot top blijft de col een geweldige omgeving voorschotelen. Het riviertje vergezelt ons lange tijd. Bruggetjes brengen ons regelmatig van de ene naar de andere kant van het water, terwijl het water om ons heen van alle kanten zijn weg naar de rivier zoekt. Stroompjes en kleine en grote watervallen maken het landschap hier een schilderij. Mijn telefoon ligt continu in mijn hand om foto’s mee te maken.
De ‘Cayolle’ is met ruim 29 kilometer een lange klim, maar nooit wordt het echt zwaar. De percentages komen zelden boven de zeven. Toch overbrug je 1190 hoogtemeters en ben je op de top op 2360 meter hoog. Wij rijden de col half juni en genieten van sneeuwtoppen om ons heen. Gedurende de laatste kilometers zien we regelmatig een aantal volhardende pakken sneeuw langs de weg liggen.
Stoppen in afdaling
De eerste col hebben we prima verteerd, we zetten de afdaling in naar Saint-Martin-d’Entraunes, waar de tweede col van vandaag op ons ligt te wachten. De afdaling in één keer naar beneden racen zit er niet in. Het is hier veel te mooi om niet te stoppen. Dat doe ik dan ook een aantal keer. Om te genieten en foto’s en filmpjes te maken. Ik neem me voor dit gebied vaker te bezoeken, zó mooi!
Horde twee: Col des Champs
In Saint-Martin doen we een korte poging een tentje te vinden om wat extra water in te slaan, maar het dorpje is in ieder geval vandaag verre van bruisend. We stappen zonder vers water weer op en beginnen de 17 kilometer lange klim van de Col des Champs. De eerste kilometers gaan we ontspannen door het bos omhoog. De weg slingert hier lekker en in iedere bocht laat Jef duidelijk verstaan dat de buitenbochten zijn terrein zijn. Goed bedacht, want wat ontspanning kunnen de benen goed gebruiken.
Op het skioordje Val Pelens na komen we ook op deze col niets toeristisch tegen. De natuur regeert. Het is ook hier heerlijk rijden, helemaal als we de boomgrens gepasseerd zijn. Vanaf daar zijn de Alpenweiden groen, uitgestrekt en vergezeld met hier en daar witte bergtoppen. De percentages nemen stevig toe in de laatste kilometers. Voor het eerst in onze ronde zien we gedurende een paar kilometer lang de percentages schommelen tussen de 8 en de 10 procent. Jef bouwt een korte pauze in om met een hervonden krachten de top te bestormen, waar ik hem genietend van de prachtige uitzichten opwacht.
De afdaling leidt ons langs een aantal besneeuwde hellingen, waarna we het bos in duiken. Het asfalt is hier super goed, maar omdat de weg vrij smal en onoverzichtelijk is, boeken we hier geen topsnelheden. De afdaling is met 12 kilometer een stuk korter dan de klim en brengt ons in het plaatsje Colmars. Etenstijd!
Rogier sluit zich na een achtervolging met de auto in Colmars bij Jef en mij aan. Op het terras dat we selecteren worden we op zijn Frans welkom geheten: ‘La cuisine is fermé, jammer joh!’ Gelukkig bedenkt de Franse dame zich na onze onweerstaanbare charmes en schotelt ons drie hamburgermenu’s voor (want ‘jullie moeten dan wel allemaal het zelfde eten’). Prima. De hamburgers en Franse frietjes maken geen enkele kans tegen onze eetlust.
Klim drie: Col d’Allos
Met volle magen beginnen we aan de derde en laatste col van de dag: de Col d’Allos. Na de eerste twee heerlijke cols zijn we vol verwachting van deze klim. Zeker nadat Rogier ons vertelt hoe mooi de col vanaf de andere kant is, wat hij die ochtend al heeft ervaren.
Helaas komen we wat bedrogen uit. Het deel tussen Colmars en de top van de Allos is het minste deel van onze ronde. Wat wel fijn is: de percentages. Het eerste deel van deze ruim 23 kilometer lange klim zijn hartstikke mild. Ondanks de hoogtemeters in onze benen doet deze klim ons geen pijn. Pas na een kilometer of 15 gaat het tempo eruit. Deels door de percentages die langzaam oplopen, maar ongetwijfeld ook door de wegvloeiende krachten. Rogier werpt zich op als gids en loodst ons richting de top. Jef kiest ervoor af en toe een energy break te houden en rijdt de laatste kilometers solo.
Afdaling als uitsmijter
De 2250 meter hoge top voelt als een ware finish. Eindelijk kan de druk van de benen, fijn! We wachten even op Jef en zetten dan snel de afdaling richting Barcelonnette in. En wát een afsluiting is deze afdaling. Het contrast met de klim vanuit Colmars is mega. Aan de zijde van Barcelonnette heerst de natuur weer en wisselen grasvlakten, bosgebieden, steile rotswanden, watervalletjes en schitterende vergezichten elkaar continu af. De weg is niet super overzichtelijk, de afgronden diep en de fysieke staat wat vermoeid. Ook hier geen snelheidsrecords dus.
In Barcelonnette komt een einde aan onze waanzinnig mooie tocht van exact 120 kilometer. Had ik al gezegd dat deze ronde verplichte kost is voor iedere wielrennen die in de omgeving van Barcelonnette neerstrijkt? Tippie: ik denk zelfs dat ‘ie nóg gaver is als je ‘m tegen de klok in rijdt (beginnen met de Allos dus). Dan pak je het minst mooie deel met een afdaling en heb je extra de gelegenheid te genieten van de klim van de Allos vanuit Barcelonnette. Nou, kijk maar, hij blijft prachtig!
Rit: the movie!
Route op Strava








Leave A Comment