De Port de Balès is een heerlijke verrassing. Ik had er nog nooit van de col gehoord (het was voor de Tour van 2020, hè) en volgens de verhalen zou de Peyresourde de mooiste col uit de omgeving zijn. De Peyresourde mag de naam hebben, de punten zijn voor de Balès.
Ik rij ‘m vandaag op vanuit Bagnères-de-Luchon. Het leuke van de Balès is dat je er gratis een stuk Peyresourde bij krijgt. De eerste drie kilometer leiden namelijk over de onregelmatige stukken van deze col. In een haarspeldbocht verlaat je de Peyresourde en gaat de col verder als de Port de Balès. En hoe! Deze eerste kilometers zijn meteen de zwaarste. Op een brede weg ligt het gemiddelde de eerste 2,5 kilometer ergens rond de 10 à 11 procent.
Mondjesmaat omhoog
Na het dorpje Saint-Paul-d’Oueil (dat laatste woord uitspreken gaat me moeilijker af dan de beklimming) openbaart zich een heerlijk groen, uitgestrekt Pyreneeën-landschap. De uitzichten zijn prachtig. Ook de benen mogen hier genieten: van de steile passages is hier geen spoor meer te bekennen. Gedurende een kilometer of vier gaat de weg slechts mondjesmaat omhoog.
Kort voor het dorpje Bourg-d’Oueil, hét toeristische plaatsje op deze col, beginnen de percentages weer op te lopen. In de tussentijd heb ik al vele foto’s van het prachtige groene landschap gemaakt. Ik realiseer me dat ik dit en stuk meer doe dan de op de Peyresourde, wat veel zegt over hoe ik het verschil in schoonheid tussen beide cols ervaar.
Bij Bourg-d’Oueil pak ik wat sightseeing door het bergdorpje mee doordat ik de afslag naar rechts mis om de Port de Balès te vervolgen. Ik keer me om, rij langs een shovel die me het zicht ontnam op het bord dat de route naar de top bewegwijzert, en begin aan het volgende deel van de klim. Vanaf hier is het nog ruim 7 kilometer naar de top en zijn de percentages weer steviger.
Buitencategorie
Misschien komt het dat doordat mijn verwachtingen van de Balès niet zo hoog zijn, maar deze col is niet te onderschatten. Niet voor niets wordt deze col, in tegenstelling tot de Peyresourde, als buitencategorie aangemerkt. De Balès is ook langer dan ik had bedacht; vanuit Bagnères-de-Luchon ligt de top op 21,5 kilometer, die vrijwel allemaal omhoog gaan. Een van de weinige borden die aanduiden waar je je op de col bevindt verrast me met zijn boodschap: ik moet nog 3 kilometer, terwijl ik dacht de top bijna op te denderen.
Ook deze laatste kilometers is de col schitterend. Waar ik op de Balès behoorlijk wat toeristisch gedoe en niet zo veel natuurlijke schoonheid verwachtte, is het tegendeel waar. Ik neem me ook voor de volgende dag hier met Claudia en de kids terug te komen om de groene flanken nog eens te voet te doen.
Op de top bedient een dame met een kleine foodtruck me wat koude versnaperingen, waarna ik mijn fiets 180 graden omkeer en de afdaling naar Bagnères-de-Luchon inzet. Je kunt ‘m ook de andere kant op afdalen en met een lus weer naar ‘Luchon’ rijden, maar dat bewaar ik gezien de tijd en de donkere wolken tot een andere keer tijdens deze vakantie.
De afdaling is heerlijk. De weg is vaak goed overzichtelijk en leidt grote stukken rechtuit, het asfalt is goed en sommige delen (met name het laatste deel richting de Peyresourde) duwen de snelheid flink op. Een enkele keer signaleer ik snelheden van rond de 70 per uur op mijn teller.
De Balès is me vandaag uitstekend bevallen. Ook voor mijn hardnekkige spierpijn van mijn vorige rit blijkt de col een fijn medicijn. Ik kijk bij terugkomst al uit naar de klim die ik snel wil doen via de nog zwaardere andere kant. Wat een weelde!
Route op Strava





Leave A Comment