Dé col waar geen enkele wielerliefhebber die Espot bezoekt omheen kan, is de Port de la Bonaigua. De hoge col ligt op de route van alle vakantiegangers die deze ‘binnendoorweg’ prefereren boven een omweg van ruim 100 kilometer via Andorra.
Vanuit Frankrijk en vervolgens het Spaanse Vielha schrikt ‘ie nog best af. De weg is op sommige stukken erbarmelijk. Ik was een paar dagen geleden blij dat onze Opel Astra en caravan de hobbel- en puttenweg glansrijk doorstonden. De diverse werkvoertuigen en stoplichten geven hoop dat de route in afzienbare tijd gaat verbeteren, maar voor deze vakantie mag ik weinig wonderen verwachten. Het goede nieuws is dat de weg vanaf de top richting ‘onze kant’ uitstekend is. De col staat daarom zonder twijfel genoteerd op mijn bucketlist van deze drie weken.
Hoogtemeters zijn er uiteraard zat te maken in deze omgeving. Het aantal rondritten en echt serieuze cols zijn tot nog toe lastig te vinden. De Port de la Bonaigua vormt daar met zijn lengte van ruim 18 kilometer en 1100 hoogtemeters een goede uitzondering op.
Na de heerlijke afdaling van vijf kilometer vanaf camping La Mola (Espot) zijn de eerst volgende vijf kilometers vrij vlak. Vanaf Esterri gaat de weg omhoog. De grote, brede C13 roept bij menigeen vraagtekens op om op te fietsen (is dat niet veel te druk? En gevaarlijk?), maar ik ken een miljoen mindere wegen. De C13 is overzichtelijk, niet heel druk en door zijn grote breedte past het rond rijdende verkeer ruimschoots langs me.
Stiekem stevig stijgen
De pittigste stukken van de klim bevinden zich in deze vijf eerste kilometers. Verkeersborden geven tot tweemaal toe een stijging van 9 procent aan. Het oog heeft dat nauwelijks in de gaten, omdat de grote brede rechtdoorgaande weg maar weinig prijsgeeft van zijn stijging. De benen en kilometerteller merken het echter wel.
Op het moment je naar Sorpe kunt afslaan, moet je dat vooral niet doen. Anders kom je niet op de Port de la Bonaigua namelijk. Vanaf dit punt wordt de col een echte col. Ook een echte skicol. Hoewel de eerste paar honderd meter na de Sorpe-afslag een smalle weg met mooie omgeving, inclusief bos, water en rauwe rotswand voorschotelen, verandert de weg snel weer terug naar een brede skicolweg. Dit blijft onveranderd tot de top (nadrukkelijk tot de top, want daarna wordt het dus een asfalt-met-grind-putten-en-stoplichten-weg.
Ik trap heerlijk ontspannen omhoog. Het is heerlijk om weer zo’n col te mogen beklimmen en in zo’n bergomgeving te zijn. De percentages zijn mild – na het beginstuk komt ‘ie vrijwel nooit boven de 8 procent, waardoor het ook nooit echt pijn gaat doen.
Stelviaanse bochten
Het gebied van de col is mooi, maar niet het meest geweldige berggebied waar ik gefietst heb. Zeker de grote elektriciteitsmasten maken de uitzichten er niet bepaald mooier op. Na een kilometer of twaalf klimmen verandert de lange rechtdoorgaande in een bochtachtige route. De Port de la Bonaigua wordt er nog geen Stelvio door, maar de serie haardspeldbochten doen me toch enigszins aan de Italiaanse topberg denken. De bochten zorgen ook voor mooie uitzichten, onder meer op de waterval van Gerber, die we enkele dagen eerder nog te voet bezochten.
Boerenkwaliteiten
In het deel met de haarspeldbochten waan ik me in de Maaslandse Commandeurpolder. Er lopen hier volop koeien rond in de weilanden naast de weg. Een aantal koeien wandelen ook stoïcijns óp de weg. Een mountainbikende Brit is hiervan nogal onder de indruk en staat zich met zijn fiets aan de hand radeloos af te vragen wat hij met de situatie aan moet. De aanscheurende Martin van Berkel is zijn heldhaftige reddingsboei, besluit hij. Hij stapt op zijn fiets, rijdt naast mij (uiteraard niet aan de kant van de koe) en passeert zo het beest. Fijn dat mijn Maaslandse boerenkwaliteiten vo van pas komen in de Spaanse bergen.
We rijden maar heel kort bij elkaar, want ik heb een prima tempo te pakken dat mijn Britse vriend niet bijhoudt. In de laatste kilometers word ik een aantal keren op het verkeerde been gezet doordat de Port de la Bonaigua doet alsof de top zich bijna aandient. Het ‘topbord’ vertelt me uiteindelijk dat ik de finish van van de 2072 meter hoge col heb gehaald. Uiteraard vier ik dat met een selfie.
Stof happen naar Baquiera
Uit nieuwsgierigheid daal ik nog een stukje af richting Baquiera, maar na twee kilometer stuiteren, uitwijken en stof happen, draai ik me om voor een bouwvakkersstoplicht. Op de top van de Port de la Bonaigua scoor ik een cola en een appeltaart en cross de góéde afdaling af.
Op het laatste deel van de afdaling sla ik af naar Son en Jou. Hierdoor mis ik de stukken waar je écht kunt vliegen, maar de heerlijke lus met nog wat mooi klim- en daalwerk is dat meer dan waard. De weg brengt me precies voor camping La Mola. Na ruim 64 kilometer en 1.600 hoogtemeters roept het lekkere zwembad.
Video!
Rit op Strava





Leave A Comment