Lezers van mijn blogs weten dat ik niet de allergrootste fan ben van skicols. Natuurlijk zijn ze duizend miljoen keer leuker dan welke vlakke route dan ook, maar als je in de bergen bent, zijn er vaak veel toffere cols dan de beklimming naar een skioord. Ik ben dan ook wat verbaasd wanneer een aantal fietsende campinggasten vertellen dat de klim naar skidorp Superbagnères heel mooi is. Eh, weten jullie dat echt zeker? Mijn nieuwsgierigheid is in ieder geval gewekt.

Nadat vrouwlief Claudia terugkeert van haar rit naar de Port de Balès (ze leert wielrennen op toffe cols steeds meer waarderen 😊), wissel ik haar romantisch af voor mijn ritje hoogtemeters. Op het programma voor deze namiddag: de Superbagnères en als ik lekker ga ook nog de Col de Portillon. We zijn er immers nou toch!

Naar de Superbagnères hoef je in Bagnères-de-Luchon niet lang te zoeken. Bordjes wijzen je precies waar je naartoe moet. Na een toeristische route door het centrum begint de col zodra je het stadje uitrijdt. De eerste ruime kilometer is nog lekker inrijden, maar daarna krijg je een eerste ‘golf’ met een flink afwijkend percentage.

Golfplaat
Die golven houden de gehele col aan; zelden heb ik een berg gefietst waar de percentages zó variëren als op de Superbagnères. Je ziet de weg regelmatig als een soort golfplaat voor je liggen. De berg heeft geen bordjes die onderweg aanduiden waar je je op de col bevindt en hoe steil de col is. Uiteraard heeft de Superbagnères wel een profiel waaruit je de percentages per kilometer kunt opmaken, maar lees deze percentages vooral als gemiddelden. Binnen een kilometer kun je gerust de 10, 2 en 7 procent afwisselen op deze berg.

Het profielkaartje vertelt dat de Superbagnères in totaal 17,2 kilometer lang is waarin je gemiddeld een stijging van 6,8% weg trapt. Natuurlijk gaat de route, zoals het een sikcol betaamt, over een grote brede weg met goed asfalt. Daarover raast redelijk wat toeristisch verkeer. Een deel rijdt naar de top, maar ook aanzienlijk wat toeristen pakken de afslagen naar de wandelgebieden Hospice de France (heel mooi!) en Vallée de Lys.

Witte Spaanse bergtoppen
Nadat het begin van de col leidde door een bosrijke omgeving met vaak een kabbelend beek naast je, krijg je vanaf de afslag naar Vallée de Lys ook nog eens een paar prachtige Spaanse bergtoppen cadeau als uitzicht. De hoge toppen zijn zelfs eind juli nog mooi wit, wat zorgt voor een heerlijk afwisselend beeld.

De weg blijft lekker omhoog golven. De bomen dunnen langzaam uit tot ik uiteindelijk tussen de grasvlakten rijd. Ik passeer een kudde koeien die zich op en langs de weg begeven en nader het laatste deel. Het grote iconische hotel, dat je al vanuit het dal op de top ziet pronken, laat er in de laatste kilometers geen misverstand over bestaan waar de top van de col is.

De laatste anderhalve kilometer krijgt de Superbagnères trekjes die een skicol minder mooi maken. De grasvlakten zijn uitgedost met liften, skikanonnen en ander wintersportmaterieel. En de witte Spaanse bergtoppen maken in het uitzicht plaats voor het niet supermooie skidorp op de top.

Ondertussen moet er ook nog even wat getrapt worden. Nadat je een kilometer of twee onder de top een paar honderd ontspannen meters cadeau krijgt, is het laatste deel met stukken van zo’n 10 procent nog hard werken.

Op de top is het uiteraard tijd voor wat fotootjes, maar een veel langer verblijf vind ik niet nodig. Er zijn wat horecatentjes open, maar de grote grijze asfaltvlakte nodigt niet enorm uit voor een lekker ontspanmoment. Het uitzicht richting Spanje is op de top wél weer de moeite waard.

Col du Portillon
De afdaling over de brede, prima asfaltweg is ontspannen, waarna mijn benen tegen me zeggen dat een extraatje naar de top van de Col du Portillon nog een prima plan is. Aan het einde van de afdaling stuur ik naar rechts om de weg naar de Portillon in te slaan. Deze col bouwt rustig op. De eerste paar kilometer is vrij bescheiden qua stijging, maar daarna volgen er af en toe stroken van ruim 10 procent die de benen goed heet laten worden.

Vrijwel de hele klim gaat door het bos. Mede hierdoor zijn er weinig sprankelende uitzichten. Wel krijg je onderweg één keer een mooie, vrij grote waterval voorgeschoteld, vinden we leuk! Tussen de bomen door zie ik op de Portillon een wielrenner achter me lekker zijn best doen. Wedstrijdje! Ik ga ervoor dat hij me niet kan bijhalen, wat me dwingt niet te verslappen. Ik zegevier glansrijk, maak op de top een praatje met een aardige Spaanse fietser, schiet een selfie en draai me om richting Bagnères-de-Luchon. Geweldig om in een kilometer of 60 weer ‘even’ twee bergtoppen aan te doen. Ik heb mijn wijntje vandaag weer ruim verdiend!

Extraatje: Klim naar Hospice de France
Een paar dagen later rijd ik met campingmaat Mark nog een keer de Superbagnères. Ook na deze klim plakken we er een toetje aan, ditmaal naar Hospice de France. Deze route begint bij een afslag op circa vijf kilometer van de voet van de Superbagnères. Het eerste stuk ik nog vrij ontspannen weg te trappen. Maar. Dan. Oefff.

Onder de tien procent komt de weg de laatste 3-4 kilometer niet meer. Sterker nog, 10 procent is mild in dit deel. 12, 14, 15 procent, soms nog hoger: mijn Mio vindt de col hier écht serieus omhoog gaan. Mijn benen, en die van Mark, ook. Het is afzien, het gaat traag, maar het is zeker ook tof.

Het allerlaatste stukje fiets ik naast een ezel die tam rond de hospice wandelt. We hijgen even uit en genieten van de mooie omgeving. Had ik al gezegd dat het hier een prachtig wandelgebied is? Als we bij zijn gekomen, dalen we af naar de camping. De afdaling van ‘de Hospice’ gaat op sommige stukken als een trein. Door de percentages én het werkelijk perfecte asfalt hier.

The movie


Rit op Strava