Als ik één nadeel moet noemen van de fietsomgeving van Argèles-Gazost is het dat het ingewikkeld is om rondes te fietsen. De meeste ritten betreft een retourrit naar een of enkele bergtoppen. Maaaarr.. een van de mooie uitzonderingen is een heerlijke rit van een kleine 70 kilometer, waarin je drie cols voor je kiezen krijgt.
Zoals al mijn ritten deze vakantie begint ook deze rit in Arcizans-Avant, vanaf camping Du Lac. Vanaf de camping sla ik linksaf om de heerlijke rustige Pyreneeën-weggetjes op te gaan, waar geen vlakke meter te bespeuren is. Je kúnt de rit die ik vandaag op de planning heb ook met twee cols doen. Omdat ik me graag uitsloof heb ik een derde colletje toegevoegd: de Col des Bordères.
Lief en mild
Na het tussenstationnetje Sireix en al een paar lekkere stevige stroken is de Bordères de eerste langere col van vandaag, waar ik goed opgewarmd aan begin. Het eerste deel van deze klim is dezelfde route als naar de toeristische trekpleister Lac d’Estaing. Dit zorgt voor enig autoverkeer, maar desalniettemin is de weg hier meestal heerlijk relaxt, wat ook komt door een lief kabbelend beekje naast me en de milde percentages.
Bij de camping in het dorpje Estaing volgt een bocht naar rechts, waar ik niet alleen de route naar het meer vaarwel zeg, maar ook de aardige percentages. Vanaf hier kan ik aan de bak en zie ik mijn Garmin regelmatig vertellen over stroken van 9 tot 12 procent. De Col des Bordères is vanaf de camping zo’n 11 kilometer klimmen en met 1160 meter niet heel hoog, maar ik vind het lekker de top bereikt te hebben en me op te maken voor deel 2 van min rit: de Soulor!
Deel 2: de Soulor
De Soulor begint voor mij in het plaatje Arrens. Vanaf hier rij ik niet langer op smalle Pyreneeën-weggetjes, maar op een brede, fraaie asfaltweg. Met een gemiddelde van 8 procent over 8 kilometer is het hier serieus klimmen geblazen. Waar ik de Bordères nog redelijk beschut in bosrijk gebied rond trapte, biedt de Soulor volop uitzichten op prachtige bergtoppen om me heen. Meer over de beklimming van de Soulor lees je in mijn blog over mijn avonturen op de Aubisque.
De top van de Soulor is een splitsing. Je houdt links aan voor de geweldige Aubisque. Sla je rechtsaf, begin je aan de afdaling van de Soulor. En die is móói! Rechts van me zijn mooie hoge bergwanden waar ik me vergaap aan een groep van tientallen gieren die een meter of 30 boven met rondcirkelen. Zo veel en zo dichtbij heb ik ze nog niet eerder gezien, gaaf! En links van me bevindt zich het dal dat de Soulor en de Aubisque scheidt. De uitgehakte weg van de Aubisque lonkt verleidelijk naar me. Als een rupsje nooitgenoeg verlekker ik me al aan een volgende rit waarin ik deze col mag afwerken.
Ook de rest van de afdaling van de Soulor is heerlijk. Het is even opletten om de afslag naar col nummer 3 van vandaag niet te missen, maar na het dorpje Ferrières wijst zowel mijn Garmin als een bord me in de goede richting: op naar de Col de Spandelles!
8,4 procent
Ik heb nog nooit van deze col gehoord. Zoals ik meestal doe met nieuwe cols heb ik me ook bij de Col de Spandelles niet verdiept in de cijfers. En de cijfers zijn niet bepaald zachtaardig. Zoals bijna iedere col in deze omgeving is ook de Spandelles iedere kilometer uitgerust met een bord dat vertelt hoe leuk het de komende kilometer gaat worden. Op de Spandelles kan de vlag uit als je hier de melding krijgt dat je een kilometer van ‘slechts’ 7 procent tegemoet gaat. Veel vaker is het een bord met 8, 9 of 10 procent. Over 10 kilometer lang duw je een gemiddelde van 8,4 procent weg. Hoppa!
Ik voel me prima en kan de klim goed aan. De weg is super rustig. Veel van de route leidt me door bossen. Tussen de bomen door krijg ik ook heel regelmatig mooie uitzichten op het prachtige groene dal voorgeschoteld. De Spandelles kun je van twee kanten beklimmen (en ook afdalen, maar dat terzijde). Ondanks dat ik vandaag overduidelijk de zwaarste kant op race, ben ik blij dat ik vanaf deze kant de col beklim. De weg is zeer waarschijnlijk niet heel lang geleden opnieuw aangelegd, maar de gekozen aanpak is niet de allerlekkerste voor wielrenners. In plaats van een strakke laag asfalt neer te gooien, hebben de Fransen stratenmakers gekozen voor een of ander grind dat pas in het wegdek blijft zitten als er een miljoen mensen overheen gerold zijn. Vandaag blijven de steentjes regelmatig aan mijn wielen hangen, maar ik prijs me vooral gelukkig dat ik dit losse grind stijgend onderga in plaats van bij een afdaling.
De top van de Spandelles is uitgerust met een bord van de Spandelles. Punt. Verder is hier niets. Na een fotootje bij dit bord zet ik de afdaling in naar Argèles-Gazost. De weg best oké en stukken minder steil dan mijn klim van zojuist.
Via Argèles-Gazost heb ik nog één klimmetje te gaan om terug bij de camping te komen. Omdat ik zo lekker bezig ben, pak ik de steile route nog even mee naar Arcizans-Avant. Daarmee zet ik een rit van 68 kilometer op de teller waarin ik 2237 hoogtemeters verslind. Genieten!
Ook leuk: andersom!
Later tijdens de vakantie rij ik dit rondje grotendeels hetzelfde in omgekeerde richting. Dus eerst de Spandelles van de ‘makkelijke’ kant (volgens het topbord 13 kilometer à 6%) en vervolgens de Solour (12 kilometer à 7,5%). Beide cols zijn super rustig en ook vanaf deze kant heerlijk om te rijden. En ja, de afdaling van de Spandelles is er eentje om stevig met de handen aan de remmen te doen. Vandaag niet alleen vanwege het grind, maar ook vanwege de mist én loslopende schapen. Na de Soulor pak ik de Aubisque nog een keer mee en sla de Bordères op de terugweg over. Hier vind je deze tweede rit op Strava.
Rit (1) op Strava






Leave A Comment