In mei stond kwam ik door verlate sneeuw niet verder dan een paar kilometer onder de top. Afvinken kon en wilde ik de Col de la Madeleine dus nog niet. Vandaag een nieuwe poging!

In tegenstelling tot mijn poging van mei doe ik de Madeleine nu vanaf de noordkant, naar zeggen de mooie kant. De voet van de klim ligt op zo’n vijf kilometer van onze camping in Aigueblanche. Da’s makkelijk.

De start van de klim is nog vergelijkbaar met die van de vele skicols in de nabije omgeving: een brede weg die ambitieus de hoogte in slingert. De eerste twee kilometers zijn meteen serieus klimwerk met een stijging van zo’n negen procent. Daarna vlakt ‘ie wat af. Wat ook afvlakt is het geluid van de snelweg, dat je in de eerste minuten nog meezuigt de col op.

Alpenrust
Met iedere meter neemt de serene Alpenrust toe. Na een paar minuten voel ik al het verschil met de cols van Val Thorens, Valmorel en de skioorden die ik hier tot nu toe met de auto heb gereden. Er is veel minder verkeer en op de een of andere manier ademt deze col wielrennen in plaats van toerisme. Ook de versmallende weg heeft hier zijn invloed op.

De kilometers na de eerste stevige stijging zijn vrij mild. Helemaal mild wordt het na zo’n tien kilometer klimwerk. Gedurende een kilometer of drie stijgt de weg maximaal drie procent. De weg knikt zelfs even naar beneden, waardoor de druk even lekker van de benen kan.

Witte Mont Blanc
Na het makkelijke stuk gaan de percentages gedurende een kilometer of zes naar de zeven à negen procent en worden de uitzichten langzaamaan almaar mooier. Een blik naar het noorden laat me in de verte de witte (jaja) toppen van de Mont Blanc zien, een bocht naar het zuiden zorgt voor het aanzicht van de geweldige, woeste bergomgeving van de Madeleine. Het groen van het gras en de bomen, de diverse watervalachtige riviertjes en de grijs-bruine rotswanden met daarop soms zelfs na deze warme zomer nog besneeuwde vlakken: het is genieten op de Madeleine.

Na een kort eenvoudiger deel maakt de Madeleine zich de laatste kilometers zich op voor een eindsprint met een stijging van tussen de zeven en tien procent. De laatste paar honderd meter, waarin ik me in een weiland waan, zijn relatief vlak, zodat ik met een mooi gangetje de top bereik.

Encore une fois
Na de traditionele ‘topfoto’ en een blik in de souvenirshop waar ik wat water insla, volgt de afdaling. Naar La Chambre welteverstaan. Ik voel me prima en waarom zou ik de col ook vanaf de andere kant te bestijgen?

De zuidkant is in alles veel meer een skicol dan de noordzijde van de Madeleine. De liften, het skioord Saint Francois Longchamp, de drukte en de brede weg. Dat laatste bevalt me prima in de afdaling. Met een lekkere vaart rij ik het Maurienne-dal en de tropische temperaturen tegemoet.

Volop ingrediënten
Na een korte twijfel voor mijn route op de terugweg, kies ik ervoor de op dezelfde manier op te scheuren zoals ik ‘m afdaalde. De alternatieve route, die ik in mei als afdaling koos en waarvan mijn lichaamsdelen waarop ik zuinig ben inmiddels enigszins hersteld zijn, ligt volop in de zon. Doe maar niet. Hoewel het inmiddels een uur of twaalf is en ook de D213 voor een groot deel in de zon ligt ben ik klaar voor de terugweg. Een dubbele sandwich, een cola en de afstand van ‘slechts’ negentien kilometer (dat is maar de helft van Val Thorens – makkie dus :-)) zijn volop ingrediënten voor een goede afloop.

Zwaarste col
Ik herinner me wel de woorden van de Fransoos met wie ik in mei samen op een beklimming reed: ‘de Madeleine is een van de zwaarste cols die ik ken’. En daarmee bedoelde hij de zuidzijde. Natuurlijk kan ik ook putten uit mijn eigen ervaringen van een paar maanden geleden. Die herinneringen gaan vooral naar de ongenadige stabiele percentages. Zelden komt dit ding onder de zeven procent. Ook vandaag toevallig niet.

Het eerste deel kom ik best aardig door, al merk ik dat mijn benen al veel energie verspeeld hebben. Na een kilometer of tien worden de benen écht getest. Het kilometerpaaltje kondigt aan dat de percentages de dubbele cijfers ingaan. De weg die volop in de zon ligt – met uitzondering van stukje waar een afdakje dat wat schaduw biedt – zuigt nog wat extra krachten uit mijn steeds meer volgelopen benen.

Doodzonde
Het laatste kwart van de klim denk ik zelfs aan een korte pauze, een doodzonde wat mij betreft. Op vier kilometer onder de top, waar ik in mei niet verder mocht vanwege de sneeuw die opgeruimd werd, breek ik met mijn principes: mijn voet gaat aan de grond. Twee klimmers die ik eerder inhaalde gaan me voorbij, ongetwijfeld met wat innerlijk gegniffel. Ik vind het best. De benen willen rust en geen kramp. Daarna stap ik op om met een bloedgang, maar dan een hele trage, de top te bereiken. Tussen de pijn en het gepuf door geniet ik wel weer ‘gewoon’ van de omgeving van de laatste kilometers, waarin de mooie bergtoppen en vergezichten vrijwel overal te zien zijn.

Mijn pauze op de top is van korte duur. Snel duik in de afdaling naar Aigueblanche weer in. Het verschil in de uitzichten en sfeer zijn groot; de noordkant is zóveel mooier. Ik geniet van de 25 kilometers die bijna allemaal naar beneden gaan. Mijn maximale snelheid is 70 kilometer per uur. Een lekke band op twee kilometer van ‘thuiskomst’ bezorgen me nog een ongewenste vertraging, maar na een fietsavontuur van 6,5 uur, 100 kilometer en 3.000 hoogtemeters plof ik voldaan een aantal minuten neer op de camping. En dan: Piscine Camping du Morel, waar mijn kids me enthousiast en met vele entertainmentwensen ontvangen. Het is een heerlijke dag.

 


Rit op Strava