De Aubisque. Dat klinkt alleen al mooi. En een dubbele Aubisque klinkt nog mooier! Deze Pyreneeën-reus is de volgende die ik ga bestieren en om met genoeg hoogtemeters ‘thuis’ te komen doe ik ‘m vandaag vanaf beide kanten. Hebben jullie meteen lekker veel Aubisque-leesvoer. 😊

De grote vraag is: waar begint de Aubisque eigenlijk? Vanuit de kant van Argelès-Gazost is dat niet zo eenvoudig. Begint ‘ie in Argelès? Begint ‘ie zodra de Soulor start? Of begint ‘ie op de top van de Soulor?

Toeristische route
Het zijn ingewikkelde vraagstukken. Ik rij ‘m vandaag vanuit Arcizans-Avant. Vanaf camping Du Lac sla ik linksaf en begin ik aan een golvende, voornamelijk stijgende route richting het plaatsje Arrens. Ik pak de toeristische route over toffe wegen, door mooie natuur en fraaie kleine dorpjes (wat zijn de Pyreneeën toch leuk) en voeg me pas bij Aucun op de drukkere D918. Als ik me meld bij Arrens, waar de Soulor begint, heb ik mijn eerste 350 hoogtemeters al achter mijn kiezen.

Heel bekend is de Soulor niet, althans niet voor mij. Toch kun je zonder deze col de wél heel bekende Aubisque niet op. Zie deze col een beetje als de Télégraphe die je niet kan negeren als je de Galibier op wilt. De Soulor is een brede autoweg met uitstekend asfalt. Er komt redelijk wat verkeer op voorbij, maar dat ervaar ik niet als hinderlijk.

8×8
Ik vind de Soulor vooral een toffe col. Uitgaande van Arrens als startpunt is ‘ie 8 kilometer waarin je gemiddeld 8 procent dient weg te duwen. In die 8 kilometer krijg je continu mooie uitzichten voorgeschoteld. Diverse ruwe Pyreneeën-toppen presenteren zich vanuit verschillende kanten terwijl je je naar de top toe werkt.

Op de 1474 meter hoge top van de Soulor ben ik meer dan opgewarmd voor het slotstuk van de klim: de Aubisque. Als je het profiel van de col niet hebt bestudeerd, riskeer je een hartverzakking bij het zien van het bord ‘Aubisque 12’. Nog 12 kilometer naar de top na alle hoogtemeters die al afgewerkt zijn? De realiteit is dat het wél 12 kilometer is naar de top, maar dat de route ernaartoe totaal niet ingewikkeld is. De weg daalt soms een beetje en er zitten kilometers van 3 à 5 procent tussen. Dat moet ook wel, want de top van de Aubisque heeft zich genesteld op een – voor een Pyreneeën-reus – bescheiden 1709 meter.

Indrukwekkend
Wat de Aubisque, en daarmee bedoel ik de 12 kilometer na de Soulor, vooral kenmerkt is het mega indrukwekkende landschap waarin je fietst. De uitgehakte weg in een steile rotswand is een lust voor het oog. Een blik naar rechts op deze weg doet je angstvallig beseffen dat je maar beter geen stuurfouten kunt maken, want de steile diepte is hier fors.

Waar ik me nu bevind is een van de mooiste stukken die ik in de Pyreneeën gefietst heb. Uiteraard fotografeer ik erop los. Wanneer zich een donkere en natte tunnel meldt, is het zaak om beide handen stevig aan het stuur te hebben. Ik zie geen hand voor ogen en stuiter naar het licht, in de hoop dat de weg geen rare fratsen voor me in petto heeft. Het is bijna niet voor te stellen dat de profs hier tijdens een Touretappe ook doorheen moeten denderen.

De laatste kilometers van de Aubisque nemen enigszins toe in stijgingspercentage en begeven zich wat meer in een graslandomgeving. Na 30 kilometer bereik ik de top, waar ik uiteraard een ‘topselfie’ maak en me kort op een van de twee terrassen posteer voor een colaatje en een fles water.

Deel 2
Tijd voor deel 2: de Laruns-kant van de Aubisque! Zoals je van een fameuze Tourcol kan verwachten, zijn het asfalt en de afdaling uitstekend van kwaliteit. Mijn oude Jan Janssen-fiets helaas wat minder. Wanneer ik mijn trappers stil houd begint er direct iets stevig aan te lopen. Met mijn niet al te vergaande mechaniekersvaardigheden besluit ik dat de beste oplossing gewoon meetrappen is. Niet ideaal, maar lekker doordraaiend bereik ik Laruns.

Ik rij het stadje een klein stukje in en als de weg niet verder daalt keer ik mijn fiets om en begin aan de ruim 16 kilometer lange stijgende terugweg. Tot nu toe heb ik mijn benen redelijk gespaard omdat ik wist dat mijn rit nog genoeg klimwerk zou bevatten. Nu ik over de helft ben, vind ik dat het tempo wel wat omhoog kan. Mijn benen voelen inmiddels ook al beter aan dan op de heenweg, waarbij ik ook aangename hulp krijg van de eerste kilometers; deze zijn vanuit Laruns met een procent of 5 lekker ontspannen.

Na een kilometer of 7 is het gedaan met de opwarmkilomters. Vanaf dan komt de klim nog maar zelden onder de 7 procent en krijg ik ook regelmatig stroken van 9 en 10 procent voor mijn kiezen. Dat moet ook wel, want het totale gemiddelde van de col vanuit Laruns staat op 7,1 procent.

Heilig water
Met de voorkennis van deel 1 van de rit is het vanuit Laruns meteen duidelijk waar de top van de Aubisque is gelegen. Ik fiets door bosrijke stukken, door halve tunnels (met open zijkanten bedoel ik dan) en door enkele plaatsjes, waarvan Eaux-Bonnes met het meeste aanspreekt. Niet alleen Lourdes beschikt in deze regio over heilig water; in dit plaatsje kun je óók je lol op als je klachten hebt, maak ik op uit diverse uitingen. Tussen alle bezienswaardigheden door blijft de top zich regelmatig in mijn vizier melden. Steeds dichterbij welteverstaan.

Wanneer ik het wintersportoord Gourette – niet te verwarren met de groente – bereik, geniet ik al even volop van geweldige, grote witte rotspartijen die zich in het decor gevoegd hebben. Mijn lichaam is door de hitte en inspanning inmiddels doorweekt (van het zweet, niet van heilig water) en ook de lenzen van mijn telefoon hebben het niet makkelijk. Ik doe dappere pogingen om de prachtige bergomgeving vast te leggen, maar zo mooi als het in werkelijkheid is, krijg ik niet op de gevoelige plaat.

Op de top is het na een paar overwinningsfoto’s tijd voor een dikverdiende nieuwe cola én een tarte myrtille. Ik moet wel ‘par carte’ betalen, want onderweg ben ik mijn flappen (en zonnebrand) uit mijn zadeltasje verloren. De eigenaar probeert me te vertellen dat betalen alleen cash kan, maar ik vind een zoektocht richting Laruns en een derde beklimming van de Aubisque niet het allerbeste idee. Gelukkig blijkt de pin ineens toch te werken.

De oplettende lezer weet dat het vanaf de top nog ruim 30 kilometer is naar de camping. Ik geniet wederom van de heerlijke route en snel me naar ons lekkere stekkie, de provisiekast (aanvalluh is toegestaan na volgens mijn Garmin 5500 verbrande calorieën) en het zwembad. Plons!

Rit op Strava