Met zijn 2744 meter hoogte en vanuit Guillestre gemeten 42 kilometer klimmen doet ‘ie zeer, maar de Col Agnel is vooral een heerlijke, heroïsche klim. Vandaag rij ik ‘m voor de tweede keer. Net als de Izoard deed ik ook deze col tijdens mijn debuut in het hooggebergte in 2013. Ook bij deze col heb ik er veel zin in ‘m weer op te scheuren.

Omdat Guillestre vier cols aanbiedt aan wielerfanaten en we er de eerste twee dagen ‘slechts’ twee hebben gedaan (Vars en de Izoard), vind ik het een goed idee om op deze laatste dag twee cols te doen: Risoul als warming-up en de Agnel als het echte werk.

Opwarmen naar Risoul
De voet van de Montée de Risoul, zoals de klim officieel heet, ligt op nog geen anderhalve kilometer van het centrum van Guillestre. Mooi aan deze col is dat de meneren en mevrouwen van Risoul er alles aan doen om de klim te branden als wielercol. Dat uit zich bij de voet in grote Risoul-beschilderingen op het wegdek en een eerste bordje dat aankondigt dat de finish op 13,4 kilometer ligt. Ook pakt Risoul in vele bochten uit met opvallende borden met daarop de namen van grote en minder wiellegendes. Tevergeefs zoek ik naar het bord van Tom Dumoulin, die hier gezien de keuzes voor Aru, Majka en Vogondy zeker niet zou misstaan.

De klim naar Risoul is zoals je van een skicol mag verwachten: een grote, brede weg op goed asfalt. De kilometerpaaltjes, die me de rest van de klim trouw blijven vergezellen, vertellen me dat het zelden steiler is dan 8 procent. Ik vind het heerlijk rijden. De gehele route rijd je tussen de bomen met tussendoor mooie uitzichten op het dal en de omliggende bergtoppen.

Zoals het een skicol betaamt is de finish best lelijk. Tussen de hotels, winkels en après skibars rij ik naar de streep. Een dikke plus voor Risoul: de route naar de finish is uitstekend aangegeven, daar kan onder meer een Alpe d’Huez veel van leren.

Op naar het echte werk: Col Agnel!
De afdaling van de Risoul rijdt als een zonnetje. Na een kort, stevig klimmetje naar Guillestre tref ik Jef wachtend in het zonnetje op de rotonde net buiten het stadje. Net als naar de Izoard mogen we weer door de oogverblindend mooie vallei rijden. De hoge rotsmuren, de uitgehakte tunneltjes, de prachtige rivier de Durance en de mooie blauwe lucht maken er weer een genot van hier te fietsen. De bescheiden percentages (meestal tussen de 2 en 4 procent) zijn weer een fijne voorbereiding op het echte werk dat ons ligt te wachten: de Col Agnel.

Kort voor de voet van de Agnel vergezelt ook Rogier ons. Met zijn hulp bevoorraden we ons en rijden naar de afslag waar de Agnel begint. We slaan rechtsaf, rijden de brug over en zien het bordje staan dat ons vertelt dat we nog 20,9 kilometer te gaan hebben. Succes!

Andere orde
Vanuit Guillestre is het naar de top van de col 42 kilometer rijden à een gemiddelde van 4,1 procent. Vanaf de ‘echte’ start is het percentage minder vriendelijk: 6,6 procent. Dat merken we meteen: de eerste kilometers zijn met percentages van rond de zeven van een aanzienlijk andere orde dan de route door het dal.

Het eerste deel van de klim kenmerkt zich door veel groen, een uitzicht met vele berghellingen, wisselende percentages en een aantal stille dorpjes. Enkele dorpjes hebben een korte stevige helling in de aanbieding, waardoor opveren uit de zadels gewenst is.

Marmotten en feest
De vele marmotten op deze berg hebben ons inmiddels meerdere keren begroet (leuk!), waarna het laatste Agnel-dorpje Fontgillarde zich aandient. Vanaf hier gaat het feest pas echt beginnen. Het landschap wordt nog uitgestrekter. De bomen zijn inmiddels ruimschoots verdwenen. Van meerdere kanten komen ons riviertjes tegemoet, marmotten blijven om ons heen snuffelen. Opvallend hier is ook de serene, natuurlijke rust. Heerlijk!

We zien een variatie van bergtoppen en nog ver voor ons ligt onze hoge eindbestemming. De laatste acht kilometer zijn de zwaarste van de Agnel. Zelden is de weg hier minder steil dan zeven procent. Vaak schotelen de kilometerpaaltjes ons achten en negens voor. Al deze pittige kilometers bevinden zich boven de ‘zuurstofgrens’ van 2000 meter. Hoewel ik hier gelukkig niet veel hinder van ondervind, is het beste er wel bij me af.

Na een kleine zes uur fietsen met 70 kilometers op de teller, waarvan een stuk of 50 omhoog, bereiken Rogier en ik de machtige top. Hoera! In de koude wind maken we wat foto’s en filmpjes en vragen ons af of Jef de pittige col overleeft. Uiteraard! Onder luide aanmoedigingen verwelkomen we hem op de 2774 meter hoge top.

Kort na Jefs entree keren we om en starten we, gehuld in broodnodige windjacks, de overzichtelijke afdaling. Net als in 2013 is de wind spelbreker voor het halen van hoge snelheden. Gezien de marmotten die op de col rondhuppelen vind ik dat niet zo vervelend.

We zoeken bij de voet tevergeefs een restaurantje voor een verlate lunch, maar dat zit er in deze periode van het jaar blijkbaar niet meer in. We koersen met onze laatste repen en water verder naar Guillestre. Ondanks de forse tegenwind in het dal racen Jef en ik kop over kop – met dank aan de vals platte weg naar beneden – in hoog tempo naar ons chalet. Daar wacht een meer dan verdiend biertje. We proosten op een geweldige dag en wederom een geslaagde Alpendriedaagse!

De rit: the movie

Rit op Strava